Necrologie

Jan Andriesse, als schilder en als mens ongevoelig voor trends

Jan Andriesse (1950-2021) Hij wilde zijn schilderijen „schaamteloos mooi” maken. Jan Andriesse hield zich bezig met elementaire zaken als licht, kleur en compositie. Zijn regenboog-schilderijen hadden een magische combinatie van rust en beweeglijkheid.

Jan Andriesse, ‘Waterstudies’, 1998. Inkt op papier, 11,4 x 25,5 cm.
Jan Andriesse, ‘Waterstudies’, 1998. Inkt op papier, 11,4 x 25,5 cm. Foto uit catalogus Dordrechts Museum, 2000

Gefascineerd door de werking van het licht schilderde Jan Andriesse schaamteloos mooie doeken. Hij was een van de sleutelfiguren van de Nederlandse hedendaagse schilderkunst. Donderdag overleed hij in zijn woonplaats Amsterdam. Hij werd 71 jaar.

Met zijn lange postuur, diepe stem en voorkeur om uitsluitend witte kleding te dragen was Jan Andriesse een opvallende verschijning. Net als in zijn kledingkeuze was de schilder ook in zijn werk ongevoelig voor trends. Zijn oeuvre kenmerkt zich door grote consistentie, zowel qua inhoud als qua vorm. Hij was gefascineerd door de werking van het licht en bleef zoeken naar manieren om dit veranderlijke en ongrijpbare onderwerp te verbeelden.

Illegaal naar New York

Jan Andriesse werd in 1950 geboren in Jakarta. Zijn jeugd bracht hij door in El Salvador, voordat hij in Nederland terechtkwam. In 1968 begon hij met een opleiding aan de Vrije Academie in Den Haag, waarna hij begin jaren zeventig ging studeren aan de Ateliers ’63 te Haarlem (het latere De Ateliers). Niet veel later vertrok hij naar Canada om vervolgens illegaal naar New York te verhuizen. Daar verbleef hij acht jaar lang. In die periode zocht hij regelmatig de stilte bij de rivier de Hudson op om aan de drukte van de stad te ontsnappen. Bij terugkomst in Nederland vestigde Andriesse zijn atelier in een woonboot aan de Amstel. Van daaruit kon hij voortdurend de verandering van het licht gadeslaan onder invloed van het water en de weersomstandigheden.

Jan Andriesse, ‘Anatomie van de melancholie’, 1998. Inkt op papier, 11,4 x 25,5 cm. Foto uit catalogus Dordrechts Museum, 2000

Andriesse ging te werk als een generalist. De strikte scheiding tussen kunst en wetenschap vond hij onlogisch: een natuurkundige theorie kan evenveel schoonheid bevatten als het beste kunstwerk. Hij vond zowel inspiratie in de boeken van de wetenschapper Marcel Minnaert als in de schilderijen van Jan Hendrik Weissenbruch van de Haagse School. In zijn eigen schilderijen hield hij zich hoofdzakelijk bezig met elementaire zaken als licht, kleur en compositie. Hij paste klassieke meetkundige principes toe zoals de driehoek van Kepler en de Gulden Snede maar hechtte vooral veel waarde aan de waarneming. „Als je aan het werk bent, dan ben je toch voor 80, 90 procent van de tijd bezig met kijken”, zei hij daarover.

Jan Andriesse, Regenboog, 1995. Acrylverf op linnen, 350 x 567,5 cm

1995. Collectie Museum De Pont.

Foto Peter Cox

Regenbogen

Het bekendst is Andriesse van zijn regenboog-schilderijen. Zijn eerste regenboog schilderde hij in de jaren negentig naar aanleiding van een opdracht voor de vergaderzaal van de Raad van State. Andriesse wilde de toenmalige koningin Beatrix het allermooiste geven waar je naar kan kijken, ook al zat zij maar een keer per jaar in die zaal. Toen de opdracht niet doorging, besloot de teleurgestelde Andriesse om het werk alsnog te maken.

Lees ook een interview met Jan Andriesse uit 1998: ‘Ik wil volmaakte rust schilderen’

Met honderden laagjes transparante acrylverf schilderde hij met pasteltinten een gigantische diffuse regenboog. In deze breking van het licht zijn de kleuren zo precies aangebracht dat zij volledig gelijkwaardig naast elkaar op het doek staan. Alles heeft dezelfde lichthelderheid, waardoor de kleuren bewegen en het oog telkens een andere intensiteit beleeft. Uiteindelijk zou Andriesse meerdere uitvoeringen van de regenboog maken, allemaal met eenzelfde magische combinatie van rust en beweeglijkheid.

In 2000 kreeg Andriesse in het Dordrechts Museum zijn eerste grote overzichtstentoonstelling en in 2003 werkte hij mee aan de documentaire Hollands Licht. Daarin sprak hij over hoe schilders al sinds de zeventiende eeuw het specifieke Hollandse licht hebben verbeeld. Andriesse staat zelf ook in deze lange traditie binnen de Nederlandse schilderkunst. Een die wordt gekenmerkt door soberheid en het verbeelden van stilte en licht. Joost Zwagerman schreef eerder in de Volkskrant lovend over het werk van Andriesse in relatie tot zijn voorgangers: „Er is een stamboom van Hollandse stilteschilders samen te stellen, te beginnen bij Vermeer en Saenredam en via Weissenbruch en Mankes uitmondend bij Mondriaan en Jan Andriesse.”

Lees ook deze ode van Jan Andriesse aan Vermeer: ‘Creatieve krachten zijn een tegenpool’

Een paar jaar nadat Andriesse zijn eerste regenboog had geschilderd, vertelde hij NRC dat hij uiteindelijk vooral op zoek is naar de „volmaakte rust” in zijn schilderijen, „Ik wil mijn schilderijen schaamteloos mooi maken.”

Jan Andriesse was verbonden aan BorzoGallery en zijn werk bevindt zich onder andere in de collecties van Museum De Pont in Tilburg, het Stedelijk Museum Amsterdam en het Dordrechts Museum. Hij leefde sinds de jaren tachtig samen met zijn partner Marlene Dumas, met wie hij een dochter kreeg.