‘Het is een beetje gegroeid dat we zes dagen werken’

Spitsuur Molenaar George Pijnappel heeft twee molens. Zijn vrouw Gerdien helpt in het bedrijf en de winkel. Het was hard werken tijdens corona. „Consumenten wilden ineens wat te doen hebben thuis. Brood bakken.”

George: „Ik heb het goed voor elkaar. Brood smeren doet zij. Wanneer ik beneden kom, staat een kopje thee klaar. Lief, hè.” Gerdien: „Slijmbal. De avond tevoren stopt George alles in de broodmachine en zet hem aan.”
George: „Ik heb het goed voor elkaar. Brood smeren doet zij. Wanneer ik beneden kom, staat een kopje thee klaar. Lief, hè.” Gerdien: „Slijmbal. De avond tevoren stopt George alles in de broodmachine en zet hem aan.” Foto David Galjaard

Gerdien: „De wekker gaat om vijf voor half zeven. Hele rare tijd. Da’s een tik van mij, denk ik. Dan maak ik George wakker en gaat hij douchen. Ik ga naar beneden.”

George: „Ik heb het goed voor elkaar. Brood smeren doet zij. Wanneer ik beneden kom, staat een kopje thee klaar. Lief, hè.”

Gerdien: „Slijmbal. De avond tevoren stopt George alles in de broodmachine en zet hem aan. Wanneer ik beneden kom, ga ik brood snijden en maak ik de broodtrommel voor George en onze zoon Bart. Hij woont met zijn vriendin in Markelo, soms komt hij eerst hier en rijden hij en George samen naar het werk.”

George: „Ik ben molenaar. Ik heb een molen in Vragender en we hebben nog een molen in Klarenbeek. Daar zijn we alleen op zaterdag, voor de winkel die erbij zit, die molen maalt niet. Bart krijgt de kans de molen in Vragender later over te nemen.”

Gerdien (lachend): „Ik ben vrouw van.”

George: „Je doet toch aardig veel in het bedrijf. Facturen maken…

Gerdien: „… kwaliteitscontrole…

George: „…personeelszaken. Rond acht ben ik er.”

Gerdien: „Ik rond negen uur.”

George: „Het merendeel van de dag ben ik in de molen, of doe ik inkoop- en verkoopdingen als het rustiger is. Wat ik maak, hangt af van de vraag. Wij produceren op de molen 35 ton in de week aan bakkersmeel. Redelijk veel, we zijn een van de grotere molens. We leveren aan bakkerijen, slagerijen. meelhandels, molenaars. En we hebben er een winkeltje bij.”

Gerdien: „Vorig jaar met corona was het eigenlijk nooit rustig.”

George: „Normaal hebben we zondag vrij, toen waren we zeven dagen in de week aan het werk. Consumenten wilden ineens wat te doen hebben thuis. Brood bakken.”

Gerdien: „Het meel was niet aan te slepen. We zeiden geen nee.”

Gerdien: „Het was op een gegeven moment niet leuk meer.”

George: „Ik kan de knop wat makkelijker omzetten, gewoon doorgaan.”

Gerdien: „Ik kan dat ook wel, maar je moet zelf ook... Als wij omvallen, kunnen we helemaal niemand meer helpen.”

George: „Ik ben normaal tot half zes, zes uur op de molen.”

Gerdien: „Vorig jaar kwam je weleens later thuis.”

George: „Half negen ofzo. Dan wordt het automatiek. Je bent moe, sjok je maar en komt het langzaam weer op gang.”

Gerdien: „Je lontje was korter. Er hoeft maar een klein vonkje te zijn of het ontplofte.”

George: „De medewerkers deden me later nog weleens na als ik mopperde. Ik moest er wel om lachen.”

Molenstenen verzamelen

George: „Ik doe ’s avonds veel op Marktplaats, beetje kopen, handelen. Iedere man heeft een hobby zeggen ze, ik verzamel molenstenen. Ik heb er een kleine honderd. Je kunt zien dat de een zus gescherpt is, de ander zo. Heeft wel wat.”

Gerdien: „De buurman in Klarenbeek noemt hem Obelix. Ik lees veel. Vind ik heerlijk; literaire thrillers en romans tussendoor. ’s Avonds kijken we weleens een film of serie, of spelen Skip-Bo, da’s gaaf.”

George: „Ik verlies wel vaak. De laatste tijd is zaterdag de meest arbeidsintensieve dag. Omdat ik ouder word, dat gevoel heb ik wel.”

Gerdien: „Het is een beetje gegroeid dat we zes dagen werken.”

George: „Een paar jaar geleden had ik vrijdag ook vrij, maar het personeel heeft sturing nodig. Op zondag doe ik niet al te veel. Meestal ben ik wat in de tuin. Het gras moet gemaaid worden, onkruid gewied.”

Gerdien: „Soms hebben we afspraken. Sociale dingen.”

George: „Doen we te weinig.”

Gerdien: „Nu kan het weer, we hebben de zondag weer.”

George: „De eerste paar maanden dat ik de zondag weer vrij had, was ik aan het afkicken. Had ik nergens zin in.”

Gerdien: „En je hebt net een fiets gekocht. Ik heb al een elektrische fiets. Kunnen we een keer samen gaan fietsen.”

George: „In de hele coronatijd heb ik geen kilometer gefietst.”

Gerdien: „Voor de coronatijd heb je ook geen kilometer gefietst.”

George: „Ja, mooi smoesje is het wel.”

Hofleverancier

George: „Het mooiste van het werk op de molen is dat je met al je zintuigen bezig bent. Met geluid, met gevoel. Je proeft graan. Als stenen niet goed lopen kun je dat van een afstand horen.”

Gerdien: „Dat gebeurt weleens onder de lunchpauze. Gaan de stoelen naar achteren, hoort hij iets.”

George: „Je kunt de molen ook zo inrichten dat dat niet hoeft. Maar ik vind het wel een mooie sport om het zo te doen.”

Gerdien: „Ik heb door hem een klap van de molen gekregen. Daarvoor werkte ik 25 jaar in het dorp op een kantoor, in de financiële administratie.”

George: „Op een gegeven moment heb ik gevraagd of ze kwam werken.”

Gerdien: „We hebben weleens een discussie over werk. Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn.”

George: „Ik ben soms iets te makkelijk. Zij vult me aan. Laatst werden we hofleverancier, moest ik voor een groep mensen een woordje doen. Ik begon te stotteren….

Gerdien: „Hij is niet van voor een groep praten.”

George: „Ook nooit geleerd.”

Gerdien: „Op een gegeven moment dacht ik: dit wordt hem niet. Toen pakte ik de microfoon en zei ik: sorry, hij is niet van het speechen. En nam ik het over.”

George: „Vond ik niet erg. Ik schaam me er niet voor.”

Gerdien: „Het waren toch allemaal bekenden. En anders, so what?”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl