Vrouwen in Afghanistan: ‘Zo willen we echt niet leven’

Twintig interviews Niemand heeft iets te vrezen, is de boodschap van de Taliban na de verovering van Afghanistan. Vrouwen in het land denken er anders over. NRC sprak er twintig. Ze nemen afscheid van hun relatief vrije leven sinds 2001. „Hecht geen waarde aan de beloftes van de Taliban.”

Wordt het de boerka of de hoofddoek? De basisschool of een internationale universiteit? Een eigen inkomen of afhankelijkheid? De Taliban hebben twintig jaar kunnen nadenken over de plaats die ze vrouwen in de Afghaanse maatschappij toebedelen, mochten ze het land heroveren. Maar wat ze hier deze week, op hun eerste persconferentie als nieuwe machthebbers in Kabul, over zeiden, werd verre van concreet.

Vrouwen krijgen meer rechten dan tijdens het vorige Talibanregime, zei woordvoerder Zabihullah Mujahid. „We garanderen al hun rechten binnen de grenzen van de islam.” Het was dezelfde uitdrukking als die ze de afgelopen twee jaar gebruikten bij de mislukte vredesbesprekingen in Qatar. Al die tijd hebben ze niet precies duidelijk gemaakt waar wat hen betreft de grenzen van de islam precies liggen. Ook nu niet.

Het vorige Talibanregime (1996-2001) was hard voor mannen en nog veel harder voor vrouwen. Zij hadden nauwelijks recht op zelfbeschikking: school was verboden, buitenshuis werken ook. De boerka was verplicht en vrouwen mochten alleen over straat onder begeleiding van een mannelijk familielid. Overspel werd bestraft met steniging.

De wereld is stil. We zijn een hulpeloos land geworden

De persconferentie van de nieuwe leiders dinsdag was bedoeld om Afghanen en de rest van de wereld gerust te stellen. Niemand heeft iets te vrezen, zei de woordvoerder, er komt een algehele amnestie voor mensen die voor de overheid hebben gewerkt. De oorlog is voorbij, verklaarde hij, we willen geen vijanden meer maken.

De Taliban willen voorkomen dat ze in hetzelfde internationale isolement terechtkomen als in de jaren negentig. Daarbij hoort een enigszins gematigd profiel. Op basis van eerdere uitspraken van de leiders is het denkbaar dat meisjes wel naar school zullen mogen, tot een zekere leeftijd. En dat vrouwen mogen werken, maar alleen in geselecteerde beroepen.

Wat het ook gaat worden, Afghaanse vrouwen voorzien dat ze er op achteruit zullen gaan. De grote vraag is hoeveel.

NRC interviewde begin deze maand in Afghanistan twintig vrouwen over de afgelopen twintig jaar zonder Talibanregime en over hun kijk op de toekomst. De centrale vraag was: wat heb je in de afgelopen twintig jaar verworven en ben je bang om het kwijt te raken? De gesprekspartners variëren in leeftijd, etnische achtergrond, opleidingsniveau, woonplaats en welvaartsniveau.

De democratie die ze de afgelopen twintig jaar hebben ervaren, was verre van perfect, en in grote delen van het land duurde de oorlog voort. Maar de periode zonder Taliban heeft ze over het algemeen veel gebracht, vertellen ze.

Een Talibanstrijder loopt lkangs een beautysalon waarop de foto’s van vrouwen met spuitbus onherkenbaar zijn gemaakt.
Foto Wakil Kohsar/AFP
Vrouwen in burka.
Foto Reuters
Foto’s Wakil Kohsar/AFP en Reuters

Een stem hebben, min of meer onafhankelijk zijn, een plaats kunnen opeisen. Die ruimte was er lang niet voor elke Afghaanse vrouw, maar voor velen wel. „Het leven is één grote zegen voor me geweest”, zegt een van de geïnterviewden. In de steden groeide een generatie op die naar de universiteit kon, de hoofddoek losjes droeg en haar weg vond op Twitter. Op het platteland was de verandering vaak kleiner, maar ook daar ervoeren veel vrouwen meer vrijheid en welvaart.

Alle geïnterviewde vrouwen zijn bang om hun vrijheden te moeten inleveren nu de Taliban weer aan de macht zijn. Sommigen van hen ervaren het nieuwe bewind al maanden, in plattelandsdistricten die eerder dan de grote steden werden veroverd. Deze vrouwen maken melding van grove mensenrechtenschendingen zoals executies en seksueel geweld. Sommigen hebben hun huizen moeten ontvluchten voor de strijd tussen de Taliban en het leger, of omdat ze bang waren persoonlijk slachtoffer te worden van wraakacties, bijvoorbeeld omdat ze voor de overheid werkten of voor internationale organisaties.

Deze getuigenissen vallen moeilijk te rijmen met de gematigde woorden van de Talibanleiding in Kabul. Het kan natuurlijk waar zijn, dat het geweld van de afgelopen maanden in de ogen van de Taliban nu eenmaal bij de oorlog hoort, en dat er nu een vreedzamer regime aantreedt dat weliswaar restricties oplegt, maar het leven niet ondraaglijk maakt.

Maar de geïnterviewde vrouwen hebben daar geen vertrouwen in. „De wereld moet geen waarde hechten aan de beloftes die de Taliban nu maken”, zegt een van hen. „Ze hebben nog nooit verantwoordelijkheid genomen voor de misdaden die ze begaan. Dat zullen ze ook nooit doen.”

Voorlopig zijn ze dan ook vooral bang. Sommigen zoeken een vluchtweg het land uit. Anderen, die die optie niet hebben, kunnen alleen afwachten wat er gaat komen. Een van hen zegt: „Ik heb nachtmerries over wat er kan gebeuren als de Taliban bij ons op de deur kloppen.”

Hasina Azizi (30) hulpverlener uit Nimroz


De woestijn in het grensgebied van Afghanistan, Iran en Pakistan wordt in de zomer zo’n vijftig graden. Afghanen die via dat gebied het land proberen te ontvluchten, komen daar om van honger en dorst, weet Hasina Azizi, die tot voor kort hulp verleende aan vluchtelingen in het grensgebied. Haar thuisstad Zaranj was op 6 augustus de eerste provinciehoofdstad die in handen van de Taliban viel.

„Afghanen proberen ook over de Iraanse grensmuur te klimmen. De Iraanse grenspolitie schiet op ze. Wij halen dan de lijken op.” Er wonen al enkele miljoenen Afghanen in Iran, die voor eerdere oorlogen zijn gevlucht. Terwijl Afghanen proberen Iran te bereiken, probeert Iran juist Afghanen uit te zetten. Hulpverleners als Azizi zijn onontbeerlijk om uitgezette dan wel gestrande Afghanen aan hun eerste levensbehoeften te helpen.

Maar omdat Azizi met een buitenlandse hulporganisatie heeft samengewerkt, is ze haar leven niet zeker. Na de inname van Zaranj is ze naar familie in een grote stad gevlucht, waar minder mensen haar kennen. Nu die stad inmiddels ook is ingenomen door de Taliban, zit ze daar vast, vertelt ze tijdens een videocall. „Er zijn geen commerciële vluchten meer. En we kunnen toch geen visum krijgen.”

„De Taliban zijn overal in de stad. Ze zien er eng uit. Ik weet niet goed wat er gebeurt, omdat ik niet meer buiten kom. Vrouwen gaan niet meer naar hun werk en laten de boodschappen door mannelijke familieleden doen. De meeste winkels zijn trouwens dicht. De scholen ook, jongens gaan ook niet. We wachten allemaal af wat de wereld voor ons beslist.”

Studente op het platteland

Een studente met nog één semester te gaan ziet haar diploma sinds enkele weken buiten bereik. In juli overrompelden de Taliban haar provincie.

„Dit is geen leven meer, dit is alleen nog ademen”, vertelt ze aan de telefoon. „Vrouwen mogen niet meer naar buiten zonder begeleiding van een man. Nu kan ik mijn studie aan de universiteit niet afmaken. Met andere vrouwen verkocht ik groenten op de markt, dat kan ook niet meer. Ik had zoveel dromen, maar nu zit ik alleen nog maar thuis zonder iets bereikt te hebben.

„Elke avond als ik ga slapen ben ik bang dat ze me komen onthoofden omdat ik ook een vrouwenrechtenactivist ben. Of dat ze mijn vader of moeder vermoorden.” „Laatst kwam een buurvrouw huilend naar ons huis. In het district van haar familie waren de Taliban de school binnengestapt en hadden in de klas de meisjes aangewezen met wie ze wilden trouwen. Ze namen een familielid van haar mee. De vader van het meisje kon niets doen.”

Shinkai Karokhail (58) onafhankelijk parlementslid

Dat meisjes naar school mogen en vrouwen buitenshuis mogen werken. Dat zijn de grote verworvenheden in de afgelopen twintig jaar, zegt Shinkai Karokhail, onafhankelijk parlementslid en oud-ambassadeur van Afghanistan in Canada. „Vrouwen runnen bedrijven, ze zijn volksvertegenwoordiger, minister of journalist. Er is op heel veel terreinen verandering geweest”, vertelt ze in haar huis in een buitenwijk van Kabul. „Vrouwen zijn mondiger. Ook laagopgeleide vrouwen doen nu hun beklag als iets hen niet bevalt.”

Denk jij dat ze de gelijke rechten voor vrouwen in stand zullen houden?

Maar, voegt ze toe: „Vergeet niet dat we in een onrechtvaardige maatschappij leven. Niets werkt hier in het voordeel van vrouwen. De man leeft als prins van zijn familie en neemt de beslissingen, of het nu om zijn zus, vrouw of moeder gaat. Politieke partijen zijn opgericht door krijgsheren die zo hun macht willen behouden. Vind je het gek dat vrouwen zich niet aansluiten?”

Karokhail is onder andere bekend wegens haar openbare verzet, in 2009, tegen een voorgestelde wetswijziging die het vrouwen van de sjiitische minderheid zou verbieden om hun mannen seks te weigeren en die het hen onmogelijk zou maken zonder toestemming van hun man het huis te verlaten. De wet werd later afgezwakt. „De Taliban zeggen de grondwet te willen herschrijven. Denk jij dat ze de gelijke rechten voor vrouwen in stand zullen houden? In veel van de districten waar ze de baas zijn, mogen vrouwen niet zonder mannelijk familielid naar buiten. Een jongetje van vijf geldt daar al als de begeleider van zijn moeder. Laatst sloegen ze een zieke vrouw die naar een kliniek was gegaan. Van hen mocht ze daar niet alleen zijn.”

Gulfana (35) schoonmaker uit Paktia

Gulfana, een 35-jarige schoonmaakster zonder achternaam (dat komt meer voor in Afghanistan), is haar thuisdistrict ontvlucht tijdens het Taliban-regime in de jaren negentig, maar volgt de gebeurtenissen in haar geboortestreek op de voet. Vanuit de oostelijke provincie Paktia vertelt ze via een krakende telefoonlijn over het nieuwe Taliban-bewind. „Ze kwamen in mei naar ons district. Ze doodden en ontvoerden enkele familieleden van de lokale politieagenten, waarop de dorpsoudsten de politie hebben gevraagd om maar te vertrekken, om meer bloedvergieten te voorkomen.

„De Taliban sloegen de mannen, verwoestten de winkels en namen hun intrek in de scholen. Drie inwoners raakten vermist, hun lichamen werden enkele dagen later gevonden. De vrouwen kregen de opdracht om voor de Taliban te wassen en te koken.

De meisjes bleken te zijn verkracht en vermoord. De Taliban schoten de moeder in haar arm en haar been

„Toen twee zusjes van twaalf en dertien hen het eten brachten, werden zij door de Taliban ontvoerd. Na twee dagen durfde hun moeder de Taliban te benaderen. De meisjes bleken te zijn verkracht en vermoord. De Taliban schoten de moeder in haar arm en haar been.

„Een paar dagen geleden was mijn broer even terug in ons district. De Taliban vroegen hem om een lijst met namen van de meisjes en vrouwen in onze familie. Anders weten we ze zelf wel te vinden, zeiden ze. Hij heeft niet meegewerkt.

„Gebruik mijn foto maar niet in de krant. Ik heb Talibanstrijders in mijn omgeving. Als ze erachter komen, zullen ze me vermoorden.”

Farzana Fazli (28) edelsmid


In haar kleine, donkere atelier achterin een winkelcentrum in Kabul maakt Farzana Fazli de schitterendste sieraden. Basis zijn de kostbare stenen waarvan de Afghaanse bodem vergeven is. De bodemschatten van dit land zijn zo goed als onontgonnen. Tien jaar geleden probeerden Chinese mijnbouwers een kopermijn operationeel te krijgen, maar dat bleek te gevaarlijk. Sindsdien moeten ondernemers die geld zien in de bodem, afwachten of het land ooit veilig wordt.

Farzana Fazli vond haar weg wél. Met een mannelijke collega reisde ze de provincies af om direct inkopen te doen bij mijnen. Amethist uit Badakhshan en Kandahar, turkoois uit Bamyan, peridoot uit Kapisa, rozenkwarts uit Helmand. In haar atelier bewerkt ze de stenen tot zilveren sieraden die geliefd zijn bij Afghaanse klanten, en ook bij medewerkers van internationale organisaties en ambassades.

In 2005, op haar dertiende, greep Fazli haar kans. Ze nam deel aan een project dat Afghaanse vrouwen op weg hielp naar een eigen bedrijfje en leerde er het vak van edelsmid. Sindsdien is ze kostwinner voor het gezin. Nu valt alles weg. „De Taliban nemen de mijnen over. En ik denk niet dat ze sieraden zullen toestaan.” Door de evacuatie van expats is ze de meeste klanten kwijt. Het slechtste nieuws komt uit haar eigen familie: „Mijn ooms en neven in mijn thuisprovincie waren al tegen mijn werk, maar nu hebben ze zich aangesloten bij de Taliban. Ik ben ontzettend bang dat ze me iets zullen aandoen.” Ze wil het land uit, met haar gezin. „Ik wil een visum voor de VS aanvragen, maar ik weet niet hoe dat moet. De mensen die ik ken bij ambassades zeggen dat ik maar moet afwachten.”

Fariha Eesar (35) jurist uit Kabul


Fariha Eesar zat in de tweede klas van de basisschool in Kabul toen de Taliban in de jaren negentig de stad innamen. „Mijn broer en ik zaten in dezelfde klas. De Taliban hebben onze wegen toen doen scheiden. Hij mocht naar school blijven gaan, ik niet. Ik herinner me dat zo goed.

„Ik herinner me ook de zweepslagen die familieleden kregen en hoe ze in elkaar werden geslagen met een hardheid die je je niet kunt voorstellen. Vrouwen mochten nog maar naar één ziekenhuis gaan. Vrouwelijke docenten aan de universiteit werden ontslagen en moesten bedelen om hun kinderen te voeden. Hoe zou ik die donkere tijd kunnen vergeten?

„De afgelopen twintig jaar hadden we vrouwen in het parlement en in de regering, een democratisch systeem en hulp van de wereld bij het opbouwen daarvan. Nu raken we al die investeringen kwijt. Vanaf nu moeten wij namens de hele wereld een strijd leveren met een terroristische beweging die steun krijgt uit Pakistan en Iran. Het is geen eerlijk gevecht. Wij staan met lege handen, terwijl onze president is gevlucht. En de wereld is stil. De Verenigde Naties doen niets anders dan verklaringen uitbrengen. We zijn een hulpeloos land geworden.

„Het voelt hels. Ik heb moeite met ademhalen, zoveel angst en stress is er sinds de Taliban de stad hebben ingenomen. Vanmorgen klopten er Talibanstrijders aan bij vrienden van me twee huizenblokken verderop. Ze hebben niet open gedaan. Nu vragen ze zich af wat de consequenties daarvan kunnen zijn. Ik verlaat het huis niet. We wachten af wat de Taliban voor ons gaan beslissen. Ondertussen verbrand ik mijn oude schoolboeken en werkdocumenten die me in de problemen zouden kunnen brengen als ze hier binnenkomen.

De wereld moet geen waarde hechten aan de beloftes die de Taliban nu maken. Dat zijn maar woorden

„Ik vind het ongepast om te vragen of deze Taliban net zo zal zijn als die van twintig jaar geleden. Hun identiteit heeft altijd bestaan uit geweld, oorlog, extremisme. Dat wist de wereld. Je kunt zeggen dat ze nu zelfs erger zijn, vanwege de wraakmoorden die ze begaan op mensen die voor de overheid werkten. Er zijn gevallen bekend van militairen die zich overgaven en daarna werden onthoofd. Het is onmenselijk. Barbaars.

„Zou je in het artikel de nadruk willen leggen op de seksuele uitbuiting van meisjes en jonge vrouwen? Ik hoor het van vele kanten. Een ver familielid van mij uit de provincie Badakhshan is slachtoffer. Haar vader vertelde me dat de Taliban de dag nadat ze het district innamen vroegen of zij haar wilden uithuwelijken aan een van hun strijders. ‘De moedjahedien hebben steun nodig’, zeiden ze. ‘Je helpt er je land mee, en God.’ Omdat ze geen keus hadden gaven de ouders hun dochter mee.

„Na enige tijd hoorde de vader dat niet alleen de Talib met wie zij was getrouwd seks met haar had, maar dat ze elke nacht ook door andere strijders werd verkracht. Toen de vader verhaal ging halen, beweerde de Taliban-commandant dat hij zijn strijders niet volledig onder controle kon houden en dat de vader zelf zijn dochter maar moest zien te redden. Dat is gelukt, al kan ik om veiligheidsredenen niet precies vertellen hoe. Ze zijn naar een andere provincie gevlucht.

„Ze dwingen ook jongens om zich bij hen aan te sluiten. Mensen ontvluchten hun huizen om te voorkomen dat hun zonen worden meegenomen. Zij die geen kans zien om weg te komen, vooral ongeletterde en werkloze jongens, sluiten zich vaak toch aan. Ze doen het ook omdat ze met het salaris van de Taliban hun familie kunnen voeden. Het enige wat gewone Afghanen willen is in leven blijven en iets te eten hebben.

„De wereld moet geen waarde hechten aan de beloftes die de Taliban nu maken. Dat zijn maar woorden. Ze hebben nog nooit verantwoordelijkheid genomen voor de misdaden die ze begaan. Dat zullen ze ook nooit doen.”

Karima Hamed Fariyabi (51) minister van Economische Zaken

Een gesprek met Karima Hamed Fariyabi, tot de val van Kabul minister van Economische Zaken, gaat niet over het Afghaanse ondernemingsklimaat of de btw. In plaats daarvan neemt ze de tijd om te vertellen welk spoor veertig jaar oorlog door een mensenleven trekt. Door háár leven, als Afghaanse vrouw en als arts die te veel leed heeft gezien.

„We hebben veel uitdagingen doorstaan tijdens de Russische bezetting en de burgeroorlog die volgde, maar ik heb nooit iets ergers meegemaakt dan het Talibanregime”, zegt ze met zachte stem. „Mensen zouden dat nooit moeten hoeven doorstaan.”

Toen de Taliban in de jaren negentig aan de macht waren, werkte Fariyabi in een kliniek van Artsen zonder Grenzen in haar thuisprovincie Faryab. „Ik ben nooit vergeten wat ik daar gezien heb. Ouderen, vrouwen, kinderen, de Taliban vermoordden iedereen.” Vooral de vrouw die buiten bevallen was in de sneeuw en met haar baby ter plekke was gestorven, de navelstreng nog niet doorgesneden, ziet ze nog zo voor zich. En de grote hoeveelheden bloed van de omgekomen soldaten, of de man die door vijftien strijders met zweepslagen werd afgeranseld tot hij het leven liet. „Ik heb het allemaal gezien.”

Het zal nu niet anders gaan, zegt Fariyabi. „De Taliban vragen de mensen op het platteland om hun dochters, alle beschikbare vrouwen tussen twaalf en 45. Ik hoor dit niet alleen uit Faryab, ook uit provincies als Takhar, Badakhshan, Kandahar, Zabul. Het is moeilijk voor mensen op het platteland om hier openlijk over te praten.”

Maar de minister doet dat wel. Ze gebruikt zelfs de term „seksueel misbruik”, wat ongebruikelijk is in Afghanistan. Naar de kliniek waar ze tijdens het vorige Taliban-bewind werkte, brachten de Taliban soms zwangere meisjes om een einde aan de zwangerschap te maken. „Ze hielden me met een pistool onder schot en dwongen me om het te doen.

„De internationale gemeenschap moet niet geloven wat de Taliban beweren. Ze zouden ons niet in de steek moeten laten. Biden zegt dat dit een oorlog van Afghanen is, maar dit is niet onze strijd. Hoe zouden Afghaanse Taliban met hun lage ontwikkelingsniveau deze opmars hebben kunnen organiseren? Dat is onmogelijk.” Ze doelt op de breed gedragen gedachte dat de Taliban hulp ontvangen van de Pakistaanse inlichtingendienst. „Onder de strijders bevinden zich bovendien Kazachen, Tsjetsjenen, Arabieren, enkele Europeanen.

Wij verdienen het toch ook om te leven? Ik leef al zo lang in oorlog. Het is genoeg geweest

„Er moet nu druk op Pakistan gezet worden om de Taliban niet meer te steunen en te bewapenen. Ik begrijp niet waarom de internationale gemeenschap dat niet ziet. Waarom zijn ze zo stil? Wij verdienen het toch ook om te leven? Ik leef al zo lang in oorlog. Het is genoeg geweest.”

Sinds de Taliban de hoofdstad hebben overgenomen, zit Fariyabi ondergedoken. „Onbekenden hebben mijn huis doorzocht”, zegt ze. „Daarna kreeg ik een telefoontje met de boodschap: ‘We weten wat we met jou moeten doen.’ Iedereen in mijn omgeving zegt dat ik het land moet ontvluchten, maar het is me nog niet gelukt om een visum te krijgen.

„Op hun persconferentie zeiden de Taliban dat medewerkers van de overheid gewoon weer aan het werk kunnen gaan. Ik weet uit ervaring dat ze niet doen wat ze zeggen.”

Nargis Nehan (42) oprichter hulporganisatie uit Kabul

‘Mijn moeder heeft drie zoons en zes dochters. Elke keer als er een meisje geboren werd, was mijn tante vol medelijden met mijn moeder. Al die meisjes leveren niets dan zorgen, vond ze. Maar ik verdien sinds mijn zeventiende de kost voor het hele gezin.”

Nargis Nehan is pas 42, maar heeft al een hele loopbaan achter de rug. Wat daarbij helpt, vindt ze zelf, is dat ze nooit is getrouwd. „Het is er bij mij nooit in gegaan dat een man zich zou moeten bemoeien met keuzes die ik maak. Veiligheid hoeft een man me ook niet te geven. Ik heb genoeg geld om een beveiliger in te huren. Bovendien zijn er 25 families financieel van me afhankelijk. Zij zullen me wel beschermen.

„Voor de kameraadschap zou een man fijn zijn. We hebben allemaal iemand nodig voor emotionele steun. Maar ik zie Afghaanse mannen daar niet toe in staat. Ze zijn vooral goed als kopzorg.”

Voor Nehan, dochter uit een familie van eenvoudige timmerlieden en winkeliers, waren de afgelopen twintig jaar „revolutionair”. „Het leven is één grote zegen voor me geweest.” Haar pad omhoog begon op haar zeventiende toen ze, opgegroeid als vluchteling in de Pakistaanse stad Peshawar, een baantje vond in een kledingwinkel. „Ons gezin kon de huur van onze kamer niet meer betalen. We stonden op het punt om naar een vluchtelingenkamp te verhuizen. Nu hoefde dat niet meer.”

Op een dag kwam de echtgenote van de rector van een plaatselijke universiteit de winkel binnen. Toen zij Nehans ambities bemerkte, regelde ze voor haar een plaats op de universiteit. Daarna volgden aanstellingen bij internationale hulporganisaties in Pakistan en vanaf 2002 – toen de Taliban waren verdreven – in Afghanistan, bij de Verenigde Naties en in de regering van president Ghani. Tot twee jaar geleden was Nehan daar minister van Mijnbouw. In 2010 richtte ze EPD op, een organisatie die ontwikkelingsprogramma’s op lokaal niveau uitvoert. Daarvan is ze nu directeur.

„Ik geef de moeders de schuld van de mannen die we nu hebben. Mijn eigen moeder bijvoorbeeld legde de lat heel hoog voor haar dochters. Je moest perfect kunnen koken en schoonmaken, en dan ook nog bijzonder hoge cijfers halen en goede manieren hebben. Voor de jongens ligt de lat hier.” Ze wijst naar een niveau dichtbij de grond. „Omdat ze mannen zijn, zijn ze vanaf het begin al perfect. Soms zei mijn moeder: ‘Probeer nu maar niet zo slim en veeleisend te zijn. Wat je positie in de maatschappij ook wordt, uiteindelijk ben je gewoon een vrouw.’”

Ze kunnen ons komen terroriseren, en vrouwenrechtenactivisten en journalisten vermoorden , maar het verzet en de veerkracht zullen blijven

Nehans loopbaan heeft de normen in haar familie drastisch veranderd, vertelt ze. Ze woont met haar ouders, een zus en de gezinnen van twee broers in een groot huis in Kabul. „Ik geef mijn moeder een maandelijks bedrag om alle inkopen voor de familie te doen en concentreer zo de macht in haar handen. Zij neemt alle beslissingen, dat doet ze op een eerlijke manier.” Lachend: „Mijn broers hebben inmiddels geaccepteerd dat ik het gezicht van de familie ben en dat zij Nargis’ broers zijn.

„Niet dat ik deze levensstijl aan de meisjes in onze programma’s probeer over te brengen. Het is ook vaak zwaar geweest. En als zij gezinnen willen stichten, moeten ze dat doen. Ik vertel wel dat het goed is om financieel en emotioneel niet helemaal afhankelijk van anderen te zijn. Dat levert ook meer respect op van je man en zijn familie.”

Nu de Taliban terug zijn, gaat het „heel, heel zwaar worden”, voorziet Nehan. „Veel mensen zullen het leven laten. Maar ik ben overtuigd van het doorzettingsvermogen van het Afghaanse volk. Toen de Taliban in de jaren negentig hun strenge shariawetten invoerden, legden veel Afghanen zich daar niet bij neer. Ze begonnen geheime scholen in hun kelders, onder hun boerka waren vrouwen stiekem op weg naar de schoonheidssalon.

„Nu er zoveel meer welvaart en bewustzijn is, zullen de mensen de Taliban niet accepteren. Ze kunnen ons komen terroriseren, en vrouwenrechtenactivisten en journalisten vermoorden , maar het verzet en de veerkracht zullen blijven.”

Fatema student uit Herat

‘Zo gevaarlijk als afgelopen nacht heb ik het niet eerder meegemaakt”, vertelde Fatema begin deze maand al via de telefoon. Ze is de oudste van vijf kinderen en woont met haar ouders in Herat, in grootte de derde stad van het land. „Heel de nacht hoorden we bommen en geweerschoten. Mijn broertjes en zusjes huilden aan een stuk door.”

In dit eerste gesprek had Fatema nog enige hoop dat het leger met behulp van de lokale sterke man Ismael Khan en zijn militie de aanval zou kunnen afslaan. Ze had net haar examens op de middelbare school afgerond en wilde toelating doen voor de studie geneeskunde. „Ik zal vechten om te kunnen studeren als het moet”, zei ze toen.

Gisteren zeiden ze tegen mijn zestienjarige zusje dat ze met een van hen moet trouwen. Ze heeft pillen genomen om te proberen haar leven te beëindigen

Inmiddels zijn de gevechten voorbij en hebben de Taliban de stad volledig in hun greep. Fatema heeft andere dingen aan haar hoofd dan de toelatingsprocedure voor de universiteit. „Ze hanteren hun eigen regels”, appt ze later over de Taliban-strijders in haar stad. „Gisteren zeiden ze tegen mijn zestienjarige zusje dat ze met een van hen moet trouwen. Ze kon dit niet verdragen en heeft pillen ingenomen in een poging haar leven te beëindigen. Nu ligt ze in het ziekenhuis.

„De Taliban hebben gezegd dat ze zullen terugkomen en zij hen niets mag weigeren. Als mijn zusje uit het ziekenhuis ontslagen wordt, zal ze opnieuw proberen zelfmoord te plegen. De Taliban staan op dit moment voor de deur van onze tuin. Ze staan daar maar te lachen samen.” Een dag later is het zusje nog in het ziekenhuis. „Ze durft niet naar huis te komen.”

Negina Anwari (22) journalist uit Kandahar


‘Ik ben zo blij dat ik in Kabul ben!”, zegt Negina Anwari via WhatsApp. „Niet dat ik hier veilig ben, maar toch.” Anwari, journalist, is in thuisstad Kandahar bekend van tv en van haar artikelen in de krant. In Kabul gaat ze op in de massa. „Ik schreef veel over levens van vrouwen. Nu heb ik mijn werk moeten opgeven. We konden al een tijdje niet naar buiten om verslag te doen. Ook in een boerka is het moeilijk in Kandahar als vrouwelijke journalist te werken. Ik werkte voor de tv sinds mijn veertiende. Mannen zeiden: ‘Blijf thuis, dit is niet verantwoord.’ Als kind kreeg ik steeds te horen dat ik stil moest zijn. Maar ik wil niet stil zijn, ik wil een stem hebben! Er zijn in Kandahar vooral ongeletterde vrouwen, die kunnen hun ideeën over de samenleving niet op papier zetten. Ik wil laten zien dat mannen ons niet de mond kunnen snoeren.”

De Taliban zijn hard voor journalisten, vooral voor vrouwelijke, weet Anwari. „ Enkele jaren geleden belden onbekenden: als ik wilde blijven leven, moest ik stoppen met tv. Toen ging ik voor een krant schrijven.”

Weet jij nog een manier om ons het land uit te krijgen?

Kort na de inname van Kandahar is Anwari met moeder en zusje naar een andere stad gevlucht, die ook onder vuur lag. „Van daaruit duurde het lang weg te komen: de Taliban sloten steeds de weg af. Maar het is gelukt.”

„De straten in Kabul zijn rustig en ik zie er weinig vrouwen. We logeren bij vrienden. We luisteren naar elkaars verhalen en huilen samen, bang dat de Taliban op de deur kloppen.”

„Het is prima mijn naam en foto te delen, er is toch niets makkelijk in het leven hier. Zelfs over het komende uur heb ik geen idee wat kan gebeuren, en of iemand ons nog helpt. Weet jij nog een manier om ons het land uit te krijgen?”

Zakera Hossaini (26) judolerares

‘We zijn allemaal gespannen”, zegt Zakera Hossaini, judoka met zwarte band en lerares van de meisjesgroep aan de Nationale Judofederatie in Kabul. Haar leerlingen, vooral tieners, kregen ook zonder de Taliban in de stad al genoeg kritiek te verduren. Klachten van familieleden of buren, waarom ze zonodig moeten sporten en niet gewoon thuis blijven. „Binnenkort mogen ze misschien helemaal niet meer komen”, zegt Hossaini na afloop van de les, begin deze maand, voor de val van Kabul.

„Ik heb hard gewerkt voor mijn zwarte band. Als kind vond ik het al leuk om te vechten.” Maar een man heeft ze pas één keer in haar leven geslagen, zegt Hossaini. „Dat was in een auto. Hij zat aan mijn been, ik sloeg zijn hand weg.”

De judoschool ligt op het sportcomplex naast het Ghazi-stadion. Dat is nu het domein van de nationale voetbalbond, maar in de jaren negentig was het de arena waarin de Taliban op vrijdagen duizenden Afghanen lieten toekijken bij openbare executies en amputaties. Afgehakte armen werden aan de lat van het doel gehangen. Ditmaal zal het bewind vreedzamer zijn, zeggen de Taliban, maar die bewering strookt niet met de vele executies die zij de afgelopen weken hebben uitgevoerd in de provincies.

Hossaini zit in het laatste jaar van een bacheloropleiding tot professioneel sportleraar. Via lessen op scholen wil ze aan ouders laten zien dat sport ook goed is voor meisjes. „Ik hoop dat mijn leerlingen ook de zwarte band kunnen bereiken. Iedereen wil toch iets van zijn leven maken. Maar nu denken we voortdurend aan wat er gaat komen.”

Mahmouda Rahmani (23) moeder uit Kabul


Er zijn vrouwen in Afghanistan aan wie de omwenteling naar een nieuw Taliban-regime grotendeels voorbij gaat. Mahmouda Rahmani komt al enkele jaren nauwelijks buiten. Met haar vijf kleine kinderen woont ze in een geheim opvanghuis in Kabul, zich verschuilend voor haar man, een heroïnejunk die ervan overtuigd is dat ze hem bedrogen heeft en het tot zijn belangrijkste doel heeft gemaakt om haar te vermoorden.

Met haar zoon en vier dochters, de oudste negen jaar oud, de jongste drie, heeft ze een eigen kamer in het huis. Er liggen kussens langs de muren die ook dienst doen als bed, er is een tv, veel meer niet. De kinderen kunnen vanwege hun agressieve vader niet naar school. Zij krijgen binnen les.

„Als hij heroïne gebruikte, draaide hij volledig door”, vertelt Rahmani met vermoeide ogen. „Hij sloeg me steeds maar op mijn hoofd. Ik heb er nog pijn van. Hij heeft mijn broer neergeschoten. Pas nadat we getrouwd waren, hoorde ik dat hij zijn eerste vrouw en haar ouders vermoord heeft. Hij komt vaak in de gevangenis terecht, maar steeds koopt hij zich weer een weg naar buiten. Hij is geldwisselaar en heroïnedealer, dus dat lukt hem wel.”

Rahmani vindt het geen probleem om met haar naam en foto in de krant te komen. „Als hij al zo lang zelf niet op zijn reputatie let, hoef ik dat ook niet meer voor hem te doen”, zegt ze stellig.

De Afghaanse papaverteelt is een probleem dat de NAVO-missie al die jaren niet onder controle heeft gekregen. Verdelgingsoperaties en hulpprogramma’s met alternatieve landbouwgewassen konden niet op tegen de lucratieve heroïnegrondstof, die een belangrijke inkomstenbron is voor de Taliban. Nog altijd komt volgens schattingen van de VN ruim 80 procent van de heroïne in de wereld uit Afghanistan. Een miljoen Afghanen zijn drugsverslaafd, de helft van hen geeft ook drugs aan zijn of haar kinderen.

Ze was als klein kind uitgehuwelijkt aan een oude man en bij hem weggelopen toen ze elf was

Rahmani wacht tot ze van haar man kan scheiden. Volgens de Afghaanse wet kan dat ook zonder instemming van de echtgenoot, als hij minstens drie jaar afwezig is geweest. Het is maar de vraag of ze daarna veiliger is. Bij haar familie kan ze niet op bezoek, omdat ze hen dan ook in gevaar zou brengen. Zijn familie staat haar ook naar het leven, zegt Rahmani. „Als het op eer aankomt, gaan ze achter hem staan.”

In het opvanghuis verblijven tientallen andere vrouwen met soortgelijke achtergronden. Een 27-jarige vrouw woont er al zestien jaar. Ze was als klein kind uitgehuwelijkt aan een oude man en bij hem weggelopen toen ze elf was. Haar eigen familie weigerde haar terug te nemen: „Ze zeiden: ‘Alleen in een doodskist mag je je nieuwe familie verlaten.’” Vanuit het opvanghuis heeft ze een opleiding gevolgd, ze heeft nu een goede baan. „Wie weet trouw ik ooit opnieuw, maar ik verlang er niet naar.”

Mahmouda Rahmani heeft geen idee wat voor toekomst ze haar kinderen kan geven. De terugkeer van de Taliban is voor haar slechts een extra zorg. „Wie is er nog veilig in de stad?”, vraagt ze zich af.

Sima Mohammadi (40) sociaal werker uit Bamyan


Sima Mohammadi heeft alles al gezien. Vermoedelijk daardoor kan ze de naarste verhalen vertellen met een lach in haar ogen. Als sociaal werker zoekt ze dokters en advocaten voor vrouwen die door hun man zijn mishandeld. Vijf jaar geleden zocht ze een advocaat voor een vrouw die het slachtoffer was van baad, een gebruik in delen van Afghanistan en Pakistan waarbij een misdaad wordt afgekocht door een meisje uit de familie van de dader te schenken aan de familie van het slachtoffer. In dit geval moest een moord worden goedgemaakt en had de broer van het slachtoffer zichzelf bediend en een meisje geroofd en verkracht. Toen Mohammadi probeerde het meisje te helpen, liet de broer Mohammadi’s twee zoons – toen dertien en vijf jaar oud – ontvoeren. Naar de politie gaan was kansloos, zeiden de dorpsoudsten, die nemen een vrouw niet serieus. De dorpsoudsten hebben de kinderen vrij weten te krijgen.

Ik vind de Taliban van nu gevaarlijker, ze vechten nu harder tegen de bevolking

Geweld door mannen tegen vrouwen: ook zonder Taliban is het patriarchale Afghanistan ervan doordrenkt, weet Mohammadi. Net als het feit dat er een lange weg te gaan is voordat mannen vrouwen er voor vol aanzien, zoals ook bleek toen haar dorp zich opmaakte voor de aanval van de Taliban. „Ik zei tegen mannen uit mijn dorp dat ze ook een paar vrouwen geweren moesten geven. Ook zij moeten zich immers kunnen verdedigen, en niet alleen tegen de Taliban. Maar de mannen weigerden: vrouwen hoorden thuis.”

„Onder het vorige Taliban-regime moesten we onder onze boerka’s onze ogen nog bedekken want wie weet waren ze door het gaas te zien. Maar ik vind de Taliban van nu gevaarlijker. Ze vechten nu harder tegen de bevolking.”

Vrouw (21) uit Parwan

Hoe de oorlog levens steeds opnieuw tot stilstand kan brengen, blijkt uit het verhaal van een vrouw (21) uit Parwan, een provincie die grenst aan Kabul. Uit angst voor de Taliban wil zij anoniem blijven. „Iedereen zegt dat we moeten vluchten, maar mijn familie heeft geen geld en nergens om heen te gaan”, vertelt ze via een videoverbinding.

Toen de Taliban enkele weken geleden kwamen, was de vrouw net min of meer hersteld van de brandwonden die ze twee jaar geleden opliep bij een aanslag. „Ik was uitgenodigd voor een verkiezingsbijeenkomst van president Ghani. In de menigte ging een bom af. Ik werd wakker in het ziekenhuis na een week in coma. Ik ben nooit te weten gekomen wie het gedaan heeft. Na een maand in het ziekenhuis in Kabul heb ik een half jaar thuis in bed gelegen. Elke week moest ik naar het ziekenhuis voor nieuw verband. Als ik nu onder de douche sta, vind ik het moeilijk mijn beschadigde lichaam te zien. Maar bij de aanslag zijn veel mensen omgekomen, dus ik dank God dat ik nog leef.

Ik ben bang dat ze de mannen zullen meenemen om te vechten en de vrouwen tot huwelijken zullen dwingen

„We hebben tegenwoordig veel te verliezen. Er zijn banen, er is geïnvesteerd in de ontwikkeling van onze stad, er zijn wegen.” Vorig jaar had ze willen beginnen aan een opleiding tot vroedvrouw, maar door de aanslag lukte dat niet. Dit jaar wilde ze een nieuwe poging doen. Maar nu is alles anders, vertelt de vrouw. „De Taliban zullen waarschijnlijk de mahram verplicht stellen”, een mannelijk familielid dat een vrouw moet begeleiden als zij een stap buiten de deur zet. „Ik ben bang dat ze de mannen zullen meenemen om te vechten en de vrouwen tot huwelijken zullen dwingen. Het zal een nieuwe migratiestroom op gang brengen.”

Habiba Sarabi (65) vredes- onderhandelaar

Habiba Sarabi is een van de vier vrouwelijke delegatieleden die vanaf september 2020 hebben geprobeerd in Qatar een vredesdialoog met de Talibanleiding te voeren. „Ik had vooraf gedacht drie maanden in Doha te moeten zijn, niet dat het een jaar zou worden.” Een jaar dat voor niets is geweest. Of sterker, dat met de kennis van nu trekken van een afleidingsmanoeuvre heeft: terwijl er op papier vredesbesprekingen plaatsvonden, veroverden de Taliban het land. „Vrouwenrechten en andere universele rechten waren het struikelblok in de gesprekken. De Taliban wilden geen enkel compromis.”

Tijdens het vorige Taliban-regime gaf Sarabi les aan Afghaanse meisjes in vluchtelingenkampen in Pakistan, en, stiekem, aan meisjes in Afghanistan. In 2005 was ze de eerste vrouw die werd benoemd tot gouverneur van een provincie (Bamyan). Daarvoor was ze minister van Vrouwenzaken.

„Ik kan niet in detail treden over de besprekingen, maar ik heb het gevoel dat sommige Amerikaanse onderhandelaars zich verantwoordelijk voelen voor wat er nu misgaat.” Ze doelt op het besluit van president Biden, in april, om zijn troepen onvoorwaardelijk terug te trekken. In Afghanistan heerst de overtuiging dat dit besluit de Taliban het zelfvertrouwen heeft gegeven waarmee ze de overwinning hebben behaald. „We hebben geen hoop op een nieuwe militaire interventie. De internationale gemeenschap is deze oorlog begonnen, maar wij moeten het oplossen. Onze mensen zullen moeten opstaan uit de as van dit conflict. We mogen niet opgeven, anders zullen we sterven.”

Vrouw (28) uit Faryab

‘Voor mijn eigen leven ben ik niet zo bang”, zegt een 28-jarige moeder van drie kinderen uit de noordelijke provincie Faryab. „Ik ben zo moe dat ik liever dood ben. Maar ik moet in leven blijven omdat ik niet wil dat mijn zoons opgroeien tot dieven of Talibanstrijders.” Ze blijft liever anoniem.

Ze is opgeleid tot wiskundige en werkte parttime als bankier, voor een bescheiden salaris. Haar man is apotheker. Toen de Taliban enkele maanden geleden hun district overnamen, zijn ze naar familie elders in de provincie gevlucht. „Het gerucht ging dat de Taliban vrouwen die bleven werken, bedreigden met het vermoorden van hun kinderen.” Bij haar familie in huis beviel ze van haar jongste zoon. Inmiddels huurt het gezin een kamer in de provinciehoofdstad.

Ik leef liever in armoede dan dat mijn man bij de Taliban gaat

„Van de Taliban moeten we onze voordeuren open houden. Zo kunnen ze binnenlopen en pakken wat ze nodig hebben. Ze komen meteen als je de deur dicht doet. Laatst sloegen ze een oude man in elkaar die dat gedaan had. Ze zeggen: ‘Jullie mannen verstoppen zich binnen. Ze zouden zich bij ons moeten aansluiten.’

„Mijn man is zojuist naar buiten gegaan om te kalmeren. We hadden ruzie over de toekomst. Ik vind dat hij geld moet zoeken om naar Iran of Turkije te vluchten, hij vindt dat hij mij niet kan achterlaten. Ik ben bang meer druk op hem te leggen. Straks sluit hij zich uit wanhoop aan bij de Taliban, om maar iets van inkomsten te hebben. We kunnen nauwelijks eten kopen, maar ik leef liever onder de armoedegrens dan dat hij bij de Taliban gaat.”

Een vrouw uit het leger vlieger bij de luchtmacht

Ze droomde er als meisje van om gevechtsvlieger te worden. „De manoeuvres die je met zo’n toestel kunt uithalen, dat wilde ik ook. En ik wilde mijn land dienen.” Drie jaar geleden werd ze aangesteld op een toestel dat net iets minder offensief is dan het enige echte gevechtsvliegtuig van de Afghaanse luchtmacht, de A-29. „Als je een paar uur met de A-29 vliegt, kom je er met rugpijn uit”, zegt de kapitein, die om veiligheidsredenen anoniem blijft. „Daarom mogen alleen mannen hem besturen. Ik hoop dat we ooit een beter gevechtsvliegtuig krijgen.”

Dit gesprek vond een week vóór de val van Kabul plaats. NRC heeft de vlieger erna niet bereikt maar heeft vernomen dat zij op het moment van schrijven relatief veilig is. Destijds zei ze dit over de strijd tegen de oprukkende Taliban: „Ons grootste probleem is: zoveel toestellen vallen uit door achterstallig onderhoud. We wachten al maanden op onderdelen uit de VS . En onze munitie raakt snel op.

Ik krijg een jongetje. Werd het een meisje, dan zou ik zeker weten uit Afghanistan vertrekken

„Mijn man en ik staan op een zwarte lijst van de Taliban. Vorig jaar vroegen ze me om informatie over de luchtmacht. ‘Werk je niet mee, dan moet je ontslag nemen, want als islamitische vrouw mag je dat werk niet doen’, zeiden ze. Als ik voor ze was gaan spioneren, had ik dit werk blijkbaar wel mogen doen.” De vlieger is zwanger van haar eerste kind. „Mijn familie wil dat we het land verlaten. Maar hoe moet ik de kost verdienen in India of Dubai? De luchtmacht daar gaat mij niet aannemen.” „Ik krijg een jongetje. Werd het een meisje, dan zou ik zeker weten vertrekken. Ik ben tot elke armoede bereid om mijn dochter de vrijheid te laten voelen die wij twintig jaar hebben gekend.”

Amina Rezaie werkt voor een internationale ngo


In de aanloop naar de val van Kabul voelde Amina Rezaie de Taliban al aankomen. Rezaie is Hazara, een etnische minderheid met Centraal-Aziatische trekken, die anders dan de meeste Afghanen de sjiitische islam aanhangt. Dat maakt hen doelwit van discriminatie en aanslagen door Taliban of IS. Zo vielen dit voorjaar 85 doden bij een aanslag op schoolmeisjes in een wijk in Kabul met veel Hazara’s. „Andere Afghanen zeggen soms dat wij in een ander land thuishoren. Ik heb geen ander land. Als ik de laatste tijd onze buurt verliet, riepen jongens: ‘Geniet nog maar even, de Taliban komen.’ Of: ‘Hazara-meisje, de Taliban krijgen je wel onder de boerka.’ Ook sommige ouderen die vinden dat wij ons te modern kleden vinden het best dat de Taliban er zijn. Ik was al begonnen me conservatiever te kleden.

„Gisteren zag ik voor het eerst in mijn leven Talibanstrijders bij ons op straat. Ik had een mannelijk familielid gevraagd met me mee te gaan. Voor de zekerheid had ik een lange jurk aan. De Taliban deden volstrekt normaal, alsof ze een beetje verlegen waren. Buurtbewoners gingen hen zelfs begroeten.” Ze zegt: „Ik weet zeker dat ze alleen maar rustig doen omdat alles ook voor hen nieuw is.” Ook over haar loopbaan is Rezaie somber. „Ik ben een jaar geleden afgestudeerd aan een universiteit in Bangladesh. Ik dacht dat de wereld aan mijn voeten lag. Nu ga ik er vanuit dat ik mijn baan verlies. Het liefst zou ik schrijver worden. Ik schrijf over alles wat ik zie en meemaak.” Ze heeft nog een zorg. „Ik heb maar één broer, en hij woont niet bij ons thuis. Mijn vader is een oude man. Ik heb nachtmerries over wat er kan gebeuren als de Taliban bij ons op de deur kloppen.”

Mahbouba Seraj (73) vrouwenrechtenlobbyist


Twintig jaar lang was hoop de drijvende kracht in dit land, zegt Mahbouba Seraj in haar kantoor in een rustige wijk in Kabul. „We hoopten dat alles beter zou worden, dat we op eigen benen zouden kunnen staan. Die hoop is nu verdwenen.” In de wereld van internationale organisaties, ambassades en discussiefora is ze een veel geziene lobbyist, die al jaren de zaak van Afghaanse vrouwen bepleit.

Seraj is een achterkleindochter van de vroegere koning Abdur Rahman en geniet mede daardoor aanzien in Afghanistan. Ze schroomt niet om de dingen hardop te zeggen.

De hoop begon af te brokkelen toen de Amerikaanse president Trump vorig jaar met de Taliban een akkoord sloot over terugtrekking, zegt Seraj. Toen Joe Biden aan de macht kwam en de terugtrekking doorzette, was ze extra teleurgesteld. Maar echte problemen heeft ze met de Europese Unie.

„Ik bleef maar op de EU-diplomaten inpraten. In godsnaam, zei ik, volg de Amerikanen toch niet klakkeloos. Jullie hebben toch ook macht? Jullie zijn toch niet één klein landje? Jullie kunnen stelling nemen! Maar niemand luisterde.

„Ik zou iedereen wel door elkaar willen rammelen”, foetert ze, en ze maakt het bijbehorende gebaar. Wie als eerste? „Maakt niet uit, allemaal.”

Als er nog een kans op onderhandelingen met de Taliban was geweest, had Seraj wel een compromis willen sluiten. „Vanuit westers perspectief was dat niet mogelijk, maar vanuit oosters perspectief wel”, zegt ze. „Het is makkelijker voor mij omdat een groot deel van mijn leven al achter me ligt, een 24-jarige zal er heel anders over denken. Maar ik denk dat we iets hadden kunnen toegeven over de manier waarop vrouwen zich bedekken.” Ze legt uit: „Het recht op onderwijs, op zorg en op vrij bewegen is onaantastbaar. Maar zolang ik gewoon naar school of mijn werk kan gaan, kan ik accepteren dat ik me iets meer moet bedekken. Als het maar niet met de boerka is, daaronder kun je niet ademen. Dit is een heel belangrijk punt voor de Taliban. Ik weet ook niet waarom.”

Ze zijn achterlijk en hun interpretatie van de islam is achterlijk. Hoe kunnen ze met deze mentaliteit de eenentwintigste eeuw doorkomen?

Seraj gelooft er niets van dat de Taliban het land kunnen besturen. „Ze zijn niet opgeleid en ze hebben duidelijk een tekort aan moederliefde gehad. Ik zie bij hen geen leider met een imposant brein of fantastische kennis van de islam opstaan die de wereld iets nieuws kan brengen. Ze zijn achterlijk en hun interpretatie van de islam is achterlijk. Hoe kunnen ze met deze mentaliteit de eenentwintigste eeuw doorkomen?”

Toen de Taliban vorig jaar aan president Trump beloofden dat zij ervoor zullen zorgen dat Al-Qaida en andere terreurgroepen wegblijven uit Afghanistan, moest Seraj daar hard om lachen. „Dachten ze nu echt dat we zo naïef zijn dat we dat geloven? De Amerikanen hebben verloren. Ze hebben het voor zichzelf en alle anderen verpest. Met hen heb ik geen medelijden, hun land is ver weg. Maar met Europa heb ik wel te doen, zij liggen hier vlak om de hoek. Er zal hier chaos ontstaan en dat zal niemand iets goeds brengen.”

Zahra Jalal (42) lid provinciale raad

In haar provincie Khost, in het oosten, staat Zahra Jalal bekend als de vrouw die haar kinderen, en die van de gestorven eerste vrouw van haar man, naar school liet gaan. Ze zijn ingenieur, arts, verpleegkundige. „Zelf trouwde ik zonder opleiding op mijn veertiende. Toen mijn man een half jaar na de geboorte van ons eerste kind stierf, werd ik de tweede vrouw van zijn broer. Mijn schoonvader eiste van mij en de andere vrouw dat we binnen een jaar een zoon zouden baren, anders zou hij ons wegsturen.

Zij en haar kinderen gingen geboeid en geblinddoekt mee naar een locatie van de strijders

„Ik greep elke mogelijkheid aan om te leren. Soms studeerde ik op het dak in het maanlicht, om de kinderen niet wakker te maken.” Als provincieraadslid heeft Jalal weerstand opgeroepen. „Ik liet de zwakke kanten zien van de overheid én van de Taliban.” Wat haar precies een doelwit maakte, weet ze niet. Maar in juli, de Taliban hadden de provincie grotendeels in handen, werd ze bijna geëxecuteerd. „We reden terug van het verlovingsfeest van mijn zoon toen er plots een auto naast de onze kwam.” Omkeren lukte niet, er volgden schoten in de lucht. De Taliban haalden haar twee zoons uit de auto en sloegen hen heel hard met hun geweerkolven. Zij en haar kinderen gingen geboeid en geblinddoekt mee naar een locatie van de strijders. Jalal dacht dat dit het einde zou zijn. „De hele gemeenschap liep uit. Sommigen riepen dat we dood moesten.” Toen kwamen dorpsoudsten zich ermee bemoeien. Een lange onderhandeling volgde. Uiteindelijk mocht Jalal vertrekken. Ze zit nu ondergedoken. „Ik ben niet eens zo verbaasd over de Taliban”, zegt ze. „Dit is hoe ze zijn. Maar van de overheid had ik naderhand wel een telefoontje ter steun verwacht.”