Partnerverlof nadeliger voor laagste inkomens

Geboorteverlof Extra verlof voor partners moest thuisblijven met de baby aantrekkelijker maken. Maar lage inkomens gaan er het hardst op achteruit.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Aanvullend partnerverlof opnemen is voor mensen met een inkomen rond het minimumloon duurder dan voor iemand met een modaal inkomen. Door belastingeffecten valt hun inkomen tijdens het verlof veel harder terug, zo blijkt uit berekeningen van NRC.

Sinds vorig jaar juli hebben partners (vaders en ‘meemoeders’) na de geboorte van hun kind niet alleen recht op een week volledig betaald verlof, maar ook op vijf weken ‘aanvullend partnerverlof’, tegen 70 procent van hun salaris. Uitkeringsinstantie UWV betaalt dit.

Voor de meeste mensen leidt dit partnerverlof tot een netto-inkomensverlies van 20 procent. Maar de laagste inkomens gaan er door negatieve belastingeffecten rond de 30 procent op achteruit. Het nadeel is het grootst rond het minimumloon (bruto 1.701 euro per maand). Daarna loopt het nadeel geleidelijk af tot een inkomen van ongeveer 10 procent boven het minimumloon.

NRC maakte de berekeningen met behulp van online rekentool BerekenHet.nl en liet die narekenen door een financieel deskundige.

Lees hier het achtergrondverhaal: Meer tijd met je baby? Dat is voor deze vaders te duur

Al voor invoering van dit aanvullende verlof waren er zorgen over de toegankelijkheid ervan voor mensen met lage inkomens. Vakbonden, vrouwenrechtenorganisaties, Kamerleden en de Raad van State, de belangrijkste regeringsadviseur, waarschuwden voor het risico dat ouders met de laagste inkomens geen gebruik zouden gaan maken van de regeling. Daarbij gingen ze echter steeds uit van brutobedragen.

Volgens Renske Keizer, hoogleraar familiesociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, blijkt de regeling door deze ontdekking „nóg minder aantrekkelijk” voor mensen uit een lagere sociale klasse. „Als je als gezin al moeite hebt de eindjes aan elkaar te knopen, zul je nog eens goed nadenken als je meer moet inleveren.”

Het nadeel wordt veroorzaakt door belastingeffecten. Voor minimuminkomens gaat de ‘arbeidskorting’, een belastingvoordeel, veel harder omlaag als hun bruto-inkomen daalt dan bij modale inkomens.

Een woordvoerder van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) erkent dat minimuminkomens „relatief gezien minder voordeel van het extra partnerverlof” hebben. Hij wijst erop dat mensen met zo’n inkomen wel gebruik kunnen maken van allerlei regelingen, zoals het kindgebonden budget en toeslagen.

Met het partnerverlof hoopt het kabinet onder meer op een gelijkwaardiger verdeling van zorgtaken tussen mannen en vrouwen. Dat kan op termijn een gunstig effect hebben op de arbeidsparticipatie van moeders.

In het eerste halfjaar van het aanvullend partnerverlof, de tweede helft van 2020, vroegen bijna 29.000 partners de regeling aan. Dat was 20 procent minder dan waarvan het UWV uitging. In die periode werden in Nederland 87.000 kinderen geboren, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. In de eerste helft van dit jaar kreeg de uitkeringsinstantie bijna 40.000 aanvragen.