Luchtvervuiling heeft een verkoelend effect. Zorgt schone lucht voor meer opwarming?

Klimaat Mensen sterven door luchtvervuiling. Maar viezigheid heeft ook een koelend effect. Schone lucht betekent: een warmere aarde.

Luchtvervuiling in de Indiase hoofdstad New Delhi. In het land sterven jaarlijks 645.000 mensen vroegtijdig door luchtverontreiniging.
Luchtvervuiling in de Indiase hoofdstad New Delhi. In het land sterven jaarlijks 645.000 mensen vroegtijdig door luchtverontreiniging. Foto Anushree Fadnavis/Reuters

Broeikasgassen hebben de aarde al 1,5 graad Celsius opgewarmd! Je hoorde er niemand over, vorige week, toen het rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, werd gepresenteerd.

Maar het staat er wel degelijk. In de samenvatting van dat rapport, op pagina 8, figuur 2. Die bevat een grafiek, met staafjes. Op de verticale schaal is de opwarming (ten opzichte van de periode 1850-1900) in graden Celsius uitgezet. Het rode staafje geeft de door de mens geproduceerde broeikasgassen weer. Het reikt tot 1,5. Daarnaast staat een kleiner, blauw staafje. Dat geeft de, eveneens door de mens geproduceerde, aerosolen weer. Aerosolen zijn deeltjes in de lucht, zoals roet en andere vormen van fijnstof. En die hebben, zo lees je uit de grafiek, voor een afkoeling van 0,4 graden gezorgd. Per saldo kom je dan uit op een opwarming van 1,1 graden Celsius, het getal dat vorige week in alle media verscheen.

Achter deze grafiek gaat een ongemakkelijke vraag schuil. Die aerosolen staan bekend als luchtverontreiniging. En dat is iets wat je wil verminderen. Omdat het de gezondheid van mensen en dieren ten goede komt. Maar tegelijk neemt dan dat maskerende, afkoelende effect af. Voor het klimaat betekent dat: een versnelling van de opwarming. „Dan moeten we dus nóg meer doen dan we nu al denken om de opwarming onder de 1,5 graad te houden”, zegt Jos Lelieveld, directeur van het Max Planck Instituut voor Chemie in Mainz. De vraag is dus: moeten we luchtverontreiniging wel of niet verminderen?

Reflecteren of absorberen

Klimaatwetenschappers vinden dit lastig om uit te leggen, zegt Lelieveld. „Ze zijn bezorgd verkeerd te worden begrepen.” Het idee kan ontstaan dat je de luchtverontreiniging maar beter niet aanpakt. Maar tegelijk sterven jaarlijks wereldwijd 3,3 miljoen mensen vroegtijdig door luchtvervuiling, zo berekende Lelieveld met collega’s in 2015. Die mensen overlijden vooral aan hart-, hersen- en longaandoeningen. De meeste doden vallen in China (1,36 miljoen per jaar) en India (645.000), berekenden de wetenschappers destijds in hun publicatie in Nature. „Luchtverontreiniging is bijna net zo schadelijk als roken.” Gezien de gezondheidswinst is het voor Lelieveld glashelder: de luchtverontreiniging moet aangepakt.

„Het is een moeilijke spagaat”, zegt Maarten Krol, hoogleraar luchtkwaliteit en atmosferische chemie aan Wageningen Universiteit & Research. Wat het volgens hem ook lastig maakt is dat er meerdere aerosolen zijn, met een verschillende werking. Sommige reflecteren zonlicht, anderen absorberen het. Ook hun effecten lopen uiteen. Sommige aerosolen bevorderen de vorming van wolken. Andere zorgen ervoor dat bewolking oplost. En wolken zorgen op hun beurt voor een extra complexiteit. Want doorgaans weerkaatsen ze invallend zonlicht en remmen ze de opwarming. Maar het kan ook dat wolken juist de warmte die de aarde uitstraalt tegenhouden, wat de opwarming versterkt. Daarnaast kunnen aerosolen in de atmosfeer op allerlei, niet altijd begrepen, manieren met elkaar reageren en nieuwe verbindingen maken.

Je ziet al snel door de bomen het bos niet meer. Toch zijn aerosolen grofweg in twee groepen onder te verdelen, zeggen Krol en Lelieveld. Degene die bijdragen aan de opwarming, en degene die koelen. Dat is ook te zien in die figuur 2 in de samenvatting van het IPCC-rapport. Rechts op de pagina staat nog een grafiek. De belangrijkste broeikasgassen en aerosolen staan daarin op een rij, met hun bijdrage aan de opwarming. Het aerosol dat voor veruit de meeste koeling zorgt is zwaveldioxide. Voor de meeste opwarming zorgt black carbon. In de volksmond wordt dat roet genoemd, maar dat klopt volgens Lelieveld niet helemaal. „Roet bestaat uit balletjes van zuivere koolstof. Bij black carbon zit er ook nog allemaal troep rondom die balletjes.”

Uit oogpunt van klimaat zou je kunnen denken: pak van alle luchtverontreinigende stoffen eerst black carbon aan. Dan vermijd je die opwarming. Verminder daarna zwaveldioxide. Maar dat is praktisch onmogelijk, zegt Lelieveld. Want allebei de aerosolen komen vooral vrij bij het verbranden van kolen en biomassa. „Je kunt ze nauwelijks gescheiden aanpakken.”

Versterkte opwarming

Dat geldt ook in bredere zin, zegt Detlef van Vuuren, senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Veel van de door de mens voortgebrachte aerosolen komen vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Om de opwarming van de aarde te stoppen, zullen we de uitstoot van broeikasgassen snel terug moeten brengen naar nul. Dat betekent dat de mens van de fossiele brandstoffen af moet. „Daarmee verminder je automatisch de luchtverontreiniging”, zegt Van Vuuren. En dus ook dat netto koelend effect.

Van Vuuren verwacht dat de uitstoot van aerosolen de komende decennia zal afnemen. Omdat veel landen al beleid hebben om specifiek de luchtverontreiniging aan te pakken. En omdat steeds meer landen de uitstoot van broeikasgassen willen terugdringen. Een wereldwijd verminderende uitstoot van aerosolen zal de opwarming versterken. „Het IPCC houdt daar in z’n scenario’s ook al rekening mee”, zegt Van Vuuren. Het wil volgens hem dus niet zeggen dat we het Parijs-akkoord – een maximale opwarming van 2 graden Celsius, en liefst van 1,5 – niet meer zullen halen.

Lelieveld vermoedt dat we het effect van aerosol-afname in Europa al hebben gezien. Doordat de lucht sinds 1980 schoner is geworden, leeft de Nederlander nu gemiddeld zes jaar langer, zo berekende het RIVM twee jaar geleden. Tegelijk was Europa de laatste decennia een van de snelst opwarmende gebieden. „Het ging met 0,4 graden per decennium”, zegt Lelieveld. Hij vermoedt dat de aanpak van de luchtverontreiniging daarin een rol heeft gespeeld. „Maar dat moet nog worden uitgezocht.”