Opinie

Keihard oordelen over je ouders

Michel Krielaars

Nadat ik twee weken geleden op deze plek over de overleden Italiaanse schrijver Robert Calasso had geschreven, ontving ik post van de schrijver en slavist Kees Verheul. Hij vertelde me dat zijn vriend Joseph Brodsky Calasso en zijn vrouw Fleur Jaeggi beschouwde als de twee intelligentste mensen die hij ooit had ontmoet. Op Brodsky’s aandringen was hij daarom ook aan De bruiloft van Cadmus en Harmonia begonnen. Maar net als mij kostte het hem veel moeite om iets te begrijpen van die, zoals hij me schreef, ‘bizarre uitstalling van intellectualisme en eruditie’.

Toen Brodsky in 1987 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, was Verheul tijdens het Nobelprijsdiner in Stockholm de tafelheer van Jaeggy. De door Zweedse topkoks bereide maaltijd liet zij die avond geheel aan zich voorbijgaan. Haar honger stilde ze door anderhalf uur lang te kauwen op een stuk zelf meegebracht zoethout.

Zo’n smakelijke anekdote dwong mij om op zoek te gaan naar de boeken van de in 1940 in Zürich geboren Jaeggy. In het Duits vond ik in de hoofdstedelijke boekhandels niets, maar gelukkig stuitte ik wel op een in 2019 verschenen, mooie vertaling van haar novelle SS Proleterka (2001). Het bleek een heel toegankelijk boek te zijn, dat een fascinerende, maar ook kille intellectuele superioriteit uitstraalde. Wat dat betreft verschilde ze niet veel van haar man.

SS Proleterka is het verhaal van een 16-jarig meisje, dat door haar bejaarde vader, die ze amper kent, wordt meegenomen op een cruise op de Adriatische zee.

In onderkoeld proza krijg je in soms rauwe, korte, maar ook poëtische zinnen een verhaal voorgeschoteld van twee mensen die elkaar niet kennen en niet willen kennen. Jaeggy benadrukt daarmee de onmacht van mensen om tot elkaar door te dringen. Ook is haar boek een zoektocht naar de waarheid over de afkomst van het meisje, die de ene keer als een volwassen vrouw, de andere keer als een kind wordt neergezet, waarbij het vertelperspectief schakelt van de eerste naar de derde persoon. In die zoektocht overheerst de overtuiging dat die waarheid niet te vinden is. Zoiets is natuurlijk cynisch makend, maar ook intrigerend. Vandaar ook die kille zinnen, die je in het gezicht slaan, zoals het werk van Jaeggy’s nog cynischer vriend Thomas Bernhard – van wie onlangs het eerste deel van zijn vijfdelige autobiografie in vertaling verscheen – dat ook doet.

Mededogen, genegenheid en mildheid bestaan voor Jaeggy niet. Daarom voorziet ze die begrippen van negatieve adjectieven als ‘roofzuchtig’, ‘ijzig’ en ‘venijnig’. Het heeft er alles mee te maken dat het meisje op jonge leeftijd door haar ouders in de steek is gelaten en nu ‘hartstochtelijk en koel’ over hen wil oordelen. Zo schrijft ze: ‘Kinderen verliezen hun belangstelling voor hun ouders als ze worden verlaten.’

Dat Jaeggy dat schip de SS Proleterka als voornaamste plaats van handeling heeft gekozen, heeft ongetwijfeld te maken met haar liefde voor het water. Dat bleek alleen al uit wat Verheul me vertelde. Toen Brodsky in 1996 overleed en begraven werd op het eiland San Michele bij Venetië, zag hij de Calasso’s die middag samen rechtop in een luxe speedboot tussen de hoog opslaande golven van het Canal Grande scheuren. Een betere omschrijving van hun verheven statuur kun je bijna niet verzinnen.