Opinie

Formatie laat zien dat te veel bij het oude blijft in Den Haag

Kabinetsformatie

Commentaar

Het zou een ándere formatie worden. Anders dan alle voorgaande keren. Dat was tenminste de belofte die partijen in april deden, na het per ongeluk uitlekken van de beruchte ‘functie elders’-notitie, die het vertrouwen tussen partijen, maar ook het vertrouwen tussen overheid en burger, ernstig had beschadigd. Er zou meer openheid komen, meer dualisme, spraken politiek leiders plechtig af. De burger moest af van het idee dat politiek een gesloten bolwerk was, „één pot nat”, zoals informateur Herman Tjeenk Willink in april in zijn eindverslag schreef. Tot dusverre wijkt de formatie alleen af van vorige in de duur ervan. Het is vijf maanden na de Tweede Kamerverkiezingen, en de besprekingen zijn nog in een pril, aftastend stadium. Er wordt gepraat aan de hand van een startdocument. Dat is, zoals D66-leider Sigrid Kaag het zei, „een aanzet voor een opzet voor een mogelijk regeerakkoord”. Na bijna een half jaar is dat een magere oogst.

Verder blijft alles bij het oude. Partijen voeren achter de schermen een rituele dans uit, waar voor de buitenstaander geen touw aan vast te knopen is. Partijen sluiten elkaar op onduidelijke gronden uit. D66 wil niet met de ChristenUnie regeren, zei Kaag maandag in het AD, onder meer omdat de partijen van mening verschillen over medische ethiek. Een merkwaardig standpunt. Die verschillen zijn geen geheim. Bovendien was het Kaag zelf die vorig jaar in NRC zei dat medische ethiek „niet top of mind” bij kiezers of haarzelf is.

De afwijzing van de ChristenUnie door D66 riekt naar oude Haagse politiek, niet naar nieuw leiderschap. Het is volkomen logisch voor de insiders van het dagelijkse politieke spel, maar voor ieder ander niet te volgen. Midden in de coronacrisis en een grote politieke vertrouwenscrisis én na vijf maanden formeren is het niet de tijd om te beginnen over onderwerpen die echt niet meteen zullen spelen.

Ook onwenselijk is de gesloten wijze waarop deze formatie tot nu toe verloopt. Partijleiders houden onder leiding van informateur Mariëtte Hamer gesprekken in wisselende samenstelling achter gesloten deuren. Het startdocument van VVD en D66 dat de basis moet vormen voor een nieuw regeerakkoord, is niet openbaar. Zelfs de contouren, de denkrichtingen waar de belangrijkste onderhandelaars aan denken, zijn onbekend. Dat botst met de eerdere belofte van een open proces. Het pleidooi van de ChristenUnie om het document naar de Kamer te sturen, is terecht. Onderhandelaars zouden op z’n minst de Kamer, en daarmee de burger, kunnen meenemen in hun overwegingen.

De geheimhouding was nog te billijken geweest als regeerakkoorden louter een gezamenlijke visie of beleidsagenda zouden zijn. Maar de les van de afgelopen jaren is dat regeerakkoorden steeds gedetailleerder worden. De afspraken daarin hebben vaak weinig te maken met verkiezingsprogramma’s. En hoe dichtgetimmerder een regeerakkoord, des te minder speelruimte blijft er over voor de Kamer. Het dualisme is niet gebaat bij dichtgetimmerde akkoorden. Problematisch is ook de nonchalante manier waarop Kamer en kabinet in elkaar over lijken te vloeien. Niet alleen zijn de meeste demissionaire bewindspersonen ook Kamerlid, voor het zomerreces zijn ook nog eens drie Kamerleden benoemd tot staatssecretaris. De Raad van State buigt zich over de juridische kant van de zaak, maar politiek is die dubbelfunctie ongewenst. In een nieuwe bestuurscultuur is een zo zelfstandig mogelijke Kamer absolute noodzaak. De benoemingen geven weinig hoop dat die les geleerd is.