Consument mijdt alleen winkels in grote steden

Leegstand winkelstraat Coronacrisis in de detailhandel? Opmerkelijk genoeg neemt het aantal leegstaande winkels af. Behalve in de grote steden. „Mensen gaan dus niet naar Utrecht, maar naar Zeist of Nieuwegein”.

Winkelend publiek in het centrum van Alkmaar
Winkelend publiek in het centrum van Alkmaar Ramon van Flymen/ANP/HH

Paradoxaal, zo noemt onderzoeker Gertjan Slob het. Terwijl de winkels drie maanden dicht zijn geweest, de onlineverkoop explodeert en er minder mensen in winkelstraten rondlopen dan voor corona, neemt de leegstand juist áf. Stond begin dit jaar 7,5 procent van de Nederlandse winkels leeg, begin augustus was het nog 7,2 procent, becijferde onderzoeksbureau Locatus.

Landelijk stonden begin augustus 600 panden minder leeg dan begin dit jaar. Best verrassend, vindt Slob. „Er gebeurt vooral veel waarvan je zou denken dat de retail het er moeilijk door zou hebben.” Maar in de praktijk gaat het door allerlei factoren prima. Alleen niet overal. En is het onzeker hoelang deze situatie zo blijft.

Vooral middelgrote plaatsen weten zich goed te redden, zegt Slob. Dat is opvallend, want de winkels daar hadden het vóór de coronacrisis vaak lastig. Nu profiteren zij juist. „Mensen gaan vaker winkelen in kleine kernen.” Daar is het rustiger, en het is dichterbij. „Dus niet naar Utrecht, maar naar Zeist of Nieuwegein.”

Drukte stad mijden

Juist door die dynamiek geven de cijfers ook een vertekend beeld. Landelijk mogen ze positief zijn, maar er zijn grote verschillen. In de centra van grote steden – van Amsterdam tot Delft – nam de leegstand juist toe, naar iets boven de 8 procent. Consumenten mijden die plekken vanwege de drukte. „Bovendien zitten er veel winkels die spullen verkopen die je makkelijk online vindt.” Minder op eten gericht, bijvoorbeeld, en meer op kleding en elektronica.

„En dan komen nu ook nog eens weinig toeristen en zijn deze plekken meer afhankelijk van het openbaar vervoer”, zegt Slob. Naar Zeist pak je nu makkelijker de auto dan naar het centrum van Utrecht.

Lees ook: Rotterdamse winkelstraat moet straks ‘een beleving’ worden

De vraag is ook hoe lang de gunstige leegstandtrend aanhoudt. Bij Locatus vermoeden ze dat het percentage snel kan oplopen als de steunregelingen van de overheid aflopen.

Locatus voert het winkelleegstandonderzoek elke maand uit. Het heeft mensen in dienst die dagenlang door winkelstraten struinen en in een eigen app bijhouden hoe die erbij liggen. „Mensen die bijvoorbeeld eerst in een supermarkt werkten, maar niet meer op zaterdag wilden werken”, zegt Slob. „En dan toch iets met winkels willen doen.”

Alternatieve bestemming

Zij namen de afgelopen periode nog iets anders opvallends waar, wat deels verklaart waarom de leegstand afneemt: winkelpanden krijgen vaker een andere bestemming. „De huren van veel panden zijn zo ver gedaald dat er langzamerhand alternatieven boven komen drijven”, zegt Slob.

In sommige gemeentes worden winkels omgezet in woningen; op die markt stijgen de prijzen enorm. Op een zeker moment komen de huren van woningen en winkels dan dicht bij elkaar. Soms komen er ook kantoren of tandartsen in winkelpanden, aldus Slob.

En dan heb je nog nieuwe type winkels die zich aan de goedkopere panden wagen. Door de lagere huurprijzen kunnen ze nu soms toch een poging wagen.

Als een winkelpand echt een andere bestemming krijgt, moet de gemeente akkoord gaan. Dat vereist volgens Slob scherp kijken: niet in elke straat werkt dit. Je wil geen potpourri van huizen en winkels naast elkaar. Maar vaak is een bredere blik goed, denkt Slob. „Het besef begint in te dalen dat er iets moet veranderen. De hoeveelheid winkels die we drie, vier jaar geleden hadden: daar gaan we gewoon niet naar terug.”