Reportage

Het vuur in Siberië bedreigt niet alleen de dorpen, maar ook de dikke laag permafrost eronder

Bosbranden in Rusland De bossen van Siberië staan in brand. Op pad met brandweerlieden en vrijwilligers die hun dorp proberen te redden.

Vrijwilligers in actie tegen de hardnekkige bosbranden in Jakoetië. Met bluswerk, beheerbranden en het graven van greppels proberen ze te voorkomen dat de branden zich blijven verspreiden.
Vrijwilligers in actie tegen de hardnekkige bosbranden in Jakoetië. Met bluswerk, beheerbranden en het graven van greppels proberen ze te voorkomen dat de branden zich blijven verspreiden. Foto Eva Cukier

De eindeloze taiga van Jakoetië heeft de naam ondoordringbaar te zijn, maar deze zomer heeft dat begrip voor de Jakoeten een hele nieuwe betekenis gekregen. Sinds drie maanden liggen de Siberische bossen en hoofdstad Jakoetsk verscholen onder een dikke laag geelbruine rook. De rook doet ogen tranen, neuzen prikken en kleren stinken, en wordt veroorzaakt door bosbranden van recordomvang.

Het dorp Jergyljoch, aan het einde van een lange, onverharde bosweg zo’n tweehonderd kilometer noordwestelijk van Jakoetsk, is op wat koeien na vrijwel uitgestorven. De dorpsbewoners zijn allemaal het bos in om te helpen met bluswerk, vertelt rampenbestrijder Andrej Lagoetkin, die in blauw-oranje pak bij de ingang van het houten dorpshuis staat. Sinds een week is de lange Rus met indringende blauwe ogen in Jergyljoch gestationeerd om het gehucht te behoeden voor de ramp die het naburige Bjas-Kjujel trof. Daar brandden eerder deze maand 31 houten huizen tot de grond toe af. Een wonder dat er geen doden vielen.

Dat Siberië in brand staat, is niet uitzonderlijk. De Russische taiga is goed voor bijna 70 procent van het Russische bosoppervlak en wordt ieder jaar geteisterd door hitte en bosbranden. Dit jaar maakt een uitzonderlijk hete en droge zomer, gecombineerd met harde wind, de regio tot een tondeldoos. In Siberië beslaan de branden zes miljoen hectare, meer dan alle branden in de wereld bij elkaar. En in Rusland stond sinds begin dit jaar al bijna veertien miljoen hectare bos in brand, aldus de Russische afdeling van Greenpeace. De bruine rookwalm beneemt inwoners in grote delen van Rusland al weken de adem en heeft zelfs de Noordpool bereikt. Tegelijk zorgt de rook voor nog minder neerslag en houdt hij de schaarse blusvliegtuigen aan de grond.

Een brandweerman kijkt naar de vuurzee nabij het dorp Kyuyorelyakh ten westen van Yakutsk.

Ivan Nikiforov / AP Photo

Beheerbranden

„Hier, hier, en hier”, wijst dorpshoofd Jegor Lichanov, een kleine Jakoet in een blauw trainingspak, op een kaart met genummerde rode en gele vlekken op zijn bureau. Naast hem zit Viktor Konovalov, in het groene uniform van de federale blusdienst Avialesoochrana, die zowel in de lucht als op de grond opereert. De vlekken en stippen vormen de brandhaarden die een team van ruim vierhonderd man de voorgaande dagen en nachten onder controle bracht. Door bluswerk, maar vooral met behulp van greppels en beheerbranden, om te voorkomen dat de vuurzee, ondergronds of via boomtoppen, overslaat naar andere delen van het bos.

Lees ook deze reportage uit 2019 over branden in een ander deel van Siberië

Het vuur bedreigt niet alleen de dorpen, maar ook de dikke laag permafrost eronder. Het is moeilijk voorstelbaar in een gebied waar het kwik ’s winters daalt tot vijftig graden onder nul, maar de temperatuur stijgt hier volgens klimaatwetenschappers twee tot drie keer zo snel als in andere delen van de wereld. Door de bosbranden verdwijnt de isolerende vegetatie en warmt de bodem nog sneller op. Uit het rottende organische materiaal in de bodem stijgen vervolgens methaan- en andere gassen op, die ook weer bijdragen aan opwarming. Een vicieuze cirkel die nauwelijks te doorbreken is.

„Kom maar mee als je wilt zien hoe we werken”, zegt Konovalov. Maar eerst moet er worden gegeten in de open gaarkeuken, die op een veld is ingericht voorbij het met Sovjetvlaggen versierde postkantoor. „Het was doodeng”, zegt kokkin Maria over de vlammen die haar dorp bedreigden, terwijl ze waterige soep met aardappelen opschept. Ze bracht de kinderen onder bij familie.

Een half uur later klimmen brandweerlieden en journalisten bovenop een MT-LB-pantservoertuig uit Sovjetjaren. Voorop troont voorman Nikolaj Grigorjev, een grote Jakoet met een rond gezicht, een rode helm en geel-groen uniform van het Russische bosbeheer. Aan de linkerkant van het pad dat door de dichte taiga is uitgehakt, is het bos zwartgeblakerd. Aan de rechterkant staat het bos volop in bloei en springt een soeslik, een grondeekhoorn, weg tussen de bomen. Brandweerlieden en vrijwilligers zijn met kettingzagen en blusapparaten aan het werk. „Zonder de dorpelingen was het ons niet gelukt”, zegt Lagoetkin, zelf een Rus uit Moskou. „De taiga is hier nauwelijks toegankelijk, maar zij kennen de weg.”

Lees ook hoe wolken boven bosbranden nieuwe branden kunnen veroorzaken

De etnisch Turkse Jakoeten maken zo’n 60 procent uit van de miljoen inwoners van de dunbevolkte regio. Jakoetië is ongeveer even groot als India. De Jakoeten spreken hun eigen taal en dragen hun culturele identiteit met grote trots. Dat leidt wel eens tot onbegrip. „Het is een groot probleem dat Jakoeten hun kampvuren niet uitmaken, wat mede te wijten is aan hun religieuze overtuiging dat de vuurgoden anders boos zouden worden”, liet de gerenommeerde brandexpert Grigori Koeksin van de Russische afdeling van Greenpeace zich vorige maand tegenover de krant Novaja Gazeta ontvallen.

Als we niet hadden geweten hoe we een kampvuur moeten doven, was heel Siberië allang afgebrand

Igor Nazarov blogger

Dergelijke opmerkingen voeden ergernis onder Jakoeten over de hooghartige en soms ronduit racistische houding vanuit Moskou. „Belachelijk, alsof we hier in vuurgoden geloven. Wij wonen hier al zo’n vierhonderd jaar, als we niet hadden geweten hoe we een kampvuur moeten doven was heel Siberië al lang afgebrand”, grimlacht blogger Igor Nazarov (31) in een koffietentje in Jakoetsk. Eigenlijk is hij chocolatier, maar deze zomer verzamelde hij een trouwe schare volgers met kritische videoblogs over de branden. Hij riep de Greenpeace-expert tot de orde, die zijn excuses aanbood.

Nazarov is boos over het trage optreden van de regionale overheid, die onder leiding staat van gouverneur Ajsen Nikolajev. „Een gi-gan-tisch gebied staat in brand! De inwoners zitten al wekenlang in de rook, met alle gezondheidszorgen van dien, maar de overheid laat nauwelijks van zich horen.” Hij vindt het onbegrijpelijk dat de overheid zich niet beter heeft voorbereid op de branden, die zich ieder jaar verder uitbreiden. „De winter is hier al zo belachelijk zwaar, nu wordt het in de zomer ook nog onleefbaar. We moeten er alles aan doen om het hier een beetje comfortabel te houden.”

Een overzicht van de eerder deze maand uitgebrande houten huizen in het dorp Bjas-Kjujel.

Foto Alexander Reshetnikov / REUTERS

Vrijwilligers

Nazarov is niet de enige die de schuld voor de chaos bij de overheid legt. In een sporthal achter het Leninplein, waar de voormalige Sovjetleider op zijn sokkel in de rook verdwijnt, staat Afanasi Aleksejev in korte broek en geruit overhemd opdrachten uit te delen. Toen Jakoetsk halverwege juli ongeveer stikte in de brandlucht, richtte de 51-jarige autohandelaar en sociaal ondernemer een vrijwilligerscentrum in. „De overheid schoot tekort, wij konden niet meer ademhalen, dus zijn we zelf aan de slag gegaan.”

Iedere ochtend verzamelen zich mannen en een enkele vrouw om met een vrijwilligersbrigade het bos in te gaan. Eerst krijgen ze een spoedcursus blussen en EHBO. In een hoek van de zaal kijkt een wat oudere Jakoet beteuterd naar de reanimatiepop aan zijn voeten. Verderop doneert de gepensioneerde Olga Maksimova drie doosjes spullen en een paar werkhandschoenen. Vanwege de rook zit ze met haar tienerdochter al bijna de hele Siberische zomer binnen. „De mensen zijn depressief en ziek. Zelfs de hond is aan het hoesten, dus die laten we nu ook minder uit.”

Het werk van de onervaren mannen is niet ongevaarlijk. Vorige week kwam aan de overkant van de Lena een vrijwilliger om in de vuurzee. Jevgeni Novikov werd een dag eerder bijna geraakt door een omvallende boom. De jongen is met zijn brigade net teruggekomen uit de bossen in Gorny, ten westen van Jakoetsk. „Je ziet niets, je kunt niet ademen”, vertelt hij opgewonden. Een besnorde instructeur komt erbij staan. „We hebben brillen nodig, meneer”, zegt Novikov. „En die spades zijn waardeloos. Zodra je ze de grond in steekt, breekt de steel!” Over een week gaan de jongens weer.

Ton buskruit

Ondernemer Aleksejev ergert zich mateloos aan het falende overheidsbeleid. „Vroeger was het in de dorpen goed gebruik om het opgehoopte, kurkdroge gras weg te branden in de herfst, wanneer de grond bevriest en het bos geen gevaar loopt.” Toen een dorp afbrandde, stelde de overheid in 2015 een verbod in. Begrijpelijk, maar het heeft Jakoetië volgens hem juist veranderd in „een ton buskruit”.

Boven alles is volgens Aleksejev de ‘optimalisatie’ van middelen – een Russisch eufemisme voor bezuinigingen – debet aan de situatie. „Het bosbeheer is de afgelopen tien jaar totaal uitgekleed. Vroeger waren in de regio 1.500 parachutisten en 1.000 man grondpersoneel actief, en voerden honderd vliegtuigjes dagelijks patrouillevluchten uit. Daarvan zijn in heel Jakoetië nog maar 250 man over, waarvan er om precies te zijn 57 op kantoor zitten.”

Midden in de uitzichtloze situatie werd Jakoetsk deze week plotseling getrakteerd op een paar korte hoosbuien. Het cadeau bleek niet van de natuur teе komen, maar van het speciale ‘regenvliegtuig’ Cycloon. Het toestel strooit zilverjodide uit over de wolken, waardoor die kristalliseren en gaan regenen. De techniek is in Rusland vooral geliefd om het tijdens parades en evenementen droog te houden. Maar de buien zijn lang niet voldoende om de branden te blussen. Pas met de echte seizoensregens in oktober zullen de vuren helemaal uitdoven, zo is de verwachting. En dan staat voor Jakoeten de ijskoude winter alweer voor de deur.

Ivan Fyodorov, 65, helpt mee met het graven van een vijf kilometer lange greppel die moet voorkomen dat het vuur overslaat.

Foto Dimitar Dilkoff / AFP