Opinie

Zand is makkelijker te bevatten dan politiek

Gemma Venhuizen

Mijn eerste impuls was weglopen. Ik zat op de bank, het Achtuurjournaal toonde de wanhoop in Kabul en opeens voelde ik een intens verlangen om thee te zetten. Het was geen desinteresse, geen afstomping door een teveel aan slecht nieuws. Eerder het tegenovergestelde: angst om ten volle te voelen. Angst om me écht te verplaatsen in de situatie, angst voor de machteloze knoop in mijn maag. Ik dwong mezelf te blijven zitten. De machteloosheid werd er niet minder door, maar het was beter dan struisvogel spelen. Pas toen Peter Kuipers Munneke een regenboog boven Emmen toonde, stond ik op.

Later die avond zette ik alsnog thee en las ik in The Guardian een artikel over zanddiefstal op Sardinië. Het witte zand blijkt zó in trek bij toeristen, dat natuurbeschermers zich zorgen maken over versnelde erosie. „De zandkorrels planten zich niet voort, elke korrel die wordt meegenomen zijn we kwijt”, zegt de burgemeester van het stadje Cabras. En dus worden er boetes uitgedeeld, tot wel 3.000 euro. Wie écht grote hoeveelheden meeneemt, riskeert gevangenisstraf.

Ik probeerde te berekenen hoeveel zandkorrels er op Sardinië zijn, en op de hele wereld. Het was een spelletje dat ik vroeger deed voor het slapengaan, zonder ooit het antwoord te achterhalen. Maar het werkte niettemin kalmerend, juíst omdat ik wist dat het aantal, in theorie althans, telbaar was. Zand is makkelijker te bevatten dan politiek.

Ditmaal kwamen, tussen het tellen door, alsnog de tranen. Deels uit frustratie over het demissionaire kabinet, dat zo lang – té lang – wacht met knopen doorhakken.

Ik dacht aan mijn vroegere buurmeisje Ghatra, met wie ik op mijn achtste vaak ging rolschaatsen. Ze woonde met haar familie tijdelijk in onze straat, en soms mocht ik blijven eten.

Dat ze uit Afghanistan kwamen, wist ik. Waarom ze naar Nederland gekomen waren, snapte ik niet, tot ik op het Jeugdjournaal een keer iets zag over de burgeroorlog. Die avond vertelde ik mijn ouders dat ik al mijn zakgeld aan de Nederlandse regering wilde geven, zodat die ervoor kon zorgen dat er nooit meer oorlog zou zijn. Mijn moeder nam me op schoot en legde uit dat mensen soms dingen deden die niet te snappen waren. Dingen die je niet zomaar kon oplossen. Zelfs niet met een spaarpot met 24 gulden en 95 cent. Ik was zo teleurgesteld dat ik besloot nooit de politiek in te gaan.

De Nederlandse sterrenkundige Kees de Jager, die dit jaar overleed kort na zijn 100ste verjaardag, berekende eens hoeveel zand er aanwezig is op Texel, waar hij woonde. Hij kwam uit op één triljard zandkorrels, een 1 met 21 nullen. Nog altijd veel minder dan sterren in het heelal, was zijn conclusie. Hoeveel zand er langs de hele Nederlandse kust is, weet ik nog steeds niet. Maar voor veel politici is het kennelijk ruimschoots voldoende om de kop in te steken.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur bij NRC en schrijft in de zomer enkele columns op deze plek.