Rijkste Palestijn kijkt uit op legerbasis

Het duurste huis Om Israëlische bouw te voorkomen kocht Munib Masri, de rijkste man van Palestina, zoveel mogelijk grond rondom zijn roze villa.

‘Beit Falasteen’, het duurste huis van de Westelijke Jordaanoever.
‘Beit Falasteen’, het duurste huis van de Westelijke Jordaanoever.

Als huizen in Palestina in het nieuws zijn, is dat meestal omdat ze worden verwoest door bommen of bulldozers, of met sloop bedreigd. In 2021 sloopten Israëlische troepen volgens de humanitaire VN-organisatie OCHA al 593 huizen en andere bouwsels. Tegelijk wordt er gebouwd waar het kan. Palestijnse steden barsten uit hun voegen.

Als je in Nabloes, een van die overvolle steden, tussen de toeterende auto’s en krioelende mensenmassa’s naar boven kijkt, zie je een grote zalmroze villa liggen. Het is het huis – bij de stadsbewoners beter bekend als het paleis – van Munib Masri, de rijkste persoon van Palestina. ‘Beit Falasteen’, het huis van Palestina, is een replica van de Villa Rotonda van de beroemde Italiaanse renaissance-architect Andrea Palladio. Hoe dichterbij je komt, hoe minder je ervan ziet. Bovenop de heuvel aangekomen is het zicht beperkt tot een metalen poort met intercom en een kronkelpad dat even verderop de hoek om gaat. Hoeveel het huis gekost heeft, is niet bekend: schattingen lopen uiteen van enkele tot vele tientallen miljoenen. Een Palestijnse econoom stelt dat alleen al de pronkstukken ín het huis „meer waard zijn dan een paar gewone huizen.”

Een tuinman zit op zijn hurken tussen de cipressen die het pad markeren. „Met wie heeft u gesproken, met Munib zelf? Helaas, hij zit momenteel in Gaza.” Hartelijk welkom, had Munib Masri een week eerder gezegd. Hij leidt graag gasten rond in Beit Falasteen, dat vol staat met unieke pronkstukken, van een Ottomaanse troon tot tapijten van de Franse koning Lodewijk XIV. Maar nu even niet. Hij is op reis. Na Gaza gaat de 87-jarige zakenman naar Jordanië en dan wellicht nog naar een van de Golfstaten. Die bewegingsvrijheid is een privilege dat is voorbehouden aan de elite van Palestina.

Familie-imperium

Munib Masri is de patriarch van de Masri-familie. Het familie-imperium reikt van landbouw tot telecom. Masri werd in 1934 geboren in Nabloes en maakte na zijn geologiestudie in de VS een fortuin in de olie- en gasindustrie. Hij was medeoprichter en tot voor kort voorzitter van PADICO Holding, de investeringsmaatschappij die een kwart van de Palestijnse economie beheert. De Masri’s behoren tot wat econoom Raja Khalidi de patriottische bourgeoisie noemt. Na de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993 kwam er in de Palestijnse gebieden een nieuwe elite op, een mix van oud kapitaal en Palestijnen die hun in het buitenland verdiende geld in Palestina investeerden.

Munib Masri noemt zich een voorvechter van de Palestijnse zaak. De vier woonvertrekken van Beit Falasteen zijn genoemd naar Palestijnse steden, waarvan een deel in het huidige Israël ligt. Er hangen schilderijen met scènes uit de Palestijnse geschiedenis en foto’s van Masri met beroemdheden als Nelson Mandela, paus Johannes Paulus II, en de Palestijnse leider Yasser Arafat, van wie hij een vertrouweling was. Masri weigerde Arafats aanbod om premier te worden in de eerste Palestijnse regering, maar was wel kortstondig minister in Jordanië en Palestina. Ook trachtte hij meermalen te bemiddelen tussen de rivaliserende Fatah- en Hamasbewegingen. Masri is een uitgesproken voorstander van de tweestatenoplossing.

Sommige Palestijnen verwijten de Masri’s en andere rijken dat ze hun succes aan de bezetting danken. Om zakelijk te slagen in Palestina is een goede band met de Palestijnse Autoriteit onontbeerlijk. En die werkt weer nauw samen met Israël. „Israël, de Palestijnse Autoriteit en de grote bedrijven helpen elkaar hun monopolies en posities te behouden”, zegt politicoloog Tariq Dana. „Israël geeft privileges en toegang tot het land aan een selecte groep en er zijn gezamenlijke economische projecten – al gebeurt dat niet altijd openlijk, want dat ligt gevoelig.”

Beverly Hills van Palestina

Masri’s huis is niet de enige kapitale villa op de Westelijke Jordaanoever. Neem de miljoenenvilla’s van de politieke elite aan de rand van Ramallah, of het dorpje Turmus Aya, dat bekendstaat als het Beverly Hills van Palestina. De inwoners vertrokken vrijwel allemaal naar de VS of elders, en hebben in hun geboortedorp paleisjes gebouwd voor als zij een paar weken per jaar terugkomen. Met pracht en praal laten mensen zien hoe succesvol ze zijn. „Het gaat er in Palestina niet om hoe duur het ís, maar om hoe duur het eruit ziet”, zegt econoom Khalidi.

Het gaat er in Palestina niet om hoe duur het ís, maar om hoe duur het eruit ziet

Raja Khalidi econoom

Nog meer dan elders zijn huizen favoriet om in te investeren: elk ander investeringsdoel is riskant. 85 procent van de private investeringen in Palestina is vastgoed. Daarnaast speelt volgens Khalidi een cultureel aspect mee. „Een vader is pas compleet als hij een huis heeft gebouwd voor zijn kinderen – het liefst boven zijn eigen huis of ernaast.”

De ruimte wordt steeds schaarser. Bijna alle bouw is in Zone A, steden die volgens de Oslo-akkoorden volledig door de Palestijnse Autoriteit worden bestuurd. Daarbuiten groeien de Israëlische nederzettingen, illegaal volgens internationaal recht, en weten Palestijnen nooit zeker of hun huis er de volgende dag nog staat.

Ook Beit Falasteen is niet immuun voor de politieke situatie. In 2002 namen Israëlische militairen het huis, toen nog in aanbouw, tijdelijk in. En de villa kijkt uit op twee Israëlische nederzettingen en een legerbasis. „Als ik hier dit huis niet had gebouwd, zou hier nu ook een Joodse nederzetting zijn”, zei Masri in eerdere interviews. Voor de zekerheid heeft hij zoveel mogelijk grond eromheen gekocht en daar olijfbomen geplant.