Reportage

Redenen te over om eens serieuzer naar Finse kunst te kijken

Helsinki Biennial Dreiging is de rode draad van de biënnale op het Finse eiland Vallisaari. Finnen kijken anders naar sommige zaken, blijkt uit de kunst.

Kunstenaarsduo IC-98 laat in Abendland (II: The Place That Was Promised) horen hoe bomen tot stof vergaan.
Kunstenaarsduo IC-98 laat in Abendland (II: The Place That Was Promised) horen hoe bomen tot stof vergaan. Foto Maija Toivanen/ HAM

Straaljagers vliegen over Helsinki. Ze stoten kleurtjes uit en na wat stoere strepen en hysterische loops, komt er opeens een hart met een pijl erdoorheen tevoorschijn. Het Finse leger houdt van Helsinki, is de boodschap. Maar de militairen moeten heel even plaatsmaken voor kunst in de stad, die de hele zomer in het teken staat de eerste Helsinki Biennial (van de organisatoren mag je geen Biënnale zeggen, om vergelijkingen met Venetië te voorkomen). Het thema van de Finse biënnale is ‘The Same Sea’, wat verwijst naar de manier waarop iedereen en alles, al dan niet gewenst, met elkaar is verbonden.

Twee dagen Helsinki met een groep journalisten langs verschillende musea en het eiland Vallisaari, waar het voornaamste deel van de Biennial te zien is, leert dat die verbondenheid een tamelijk groot issue is in Finland. De Finnen vinden dat ze door West-Europa worden vergeten, of het nu gaat om de expansiedrift van de Russen, of om de Finse kunst: niemand heeft het erover.

En dat is onterecht, stelt een curator van het Amos Rex museum, terwijl hij een toast uitbrengt „op de Europeanen die hier zijn en eindelijk aandacht voor ons hebben”. Waarom we inderdaad aandacht voor de Finnen moeten hebben, is omdat ze naar sommige zaken anders kijken.

Nieuw eiland

Neem bijvoorbeeld de combinatie kunst en klimaatverandering. Dat is een onderwerp dat je nu op vrijwel elke internationale kunstmanifestatie ziet en waarin de beeldende kunst vooroploopt in vergelijking met andere kunsten. In Finland wordt het onderwerp echter niet alleen in theoretische zin aan de kaak gesteld, maar krijgt een kunstenaar ook subsidie en ruimte om een bijvoorbeeld een eiland toe te voegen aan de vele die er al voor Helsinki liggen. Zo werkt Raimo Saarinen aan een ‘floating island’. In museum Amos Rex is al een soort tuin van hem in een container geplaatst.

Het Helsinki Art Museum (HAM, dat tevens de organisator van de Biennial is) steunt meerdere kunstenaars in projecten rondom kunst en klimaat. Zo krijgen Rirkrit Tiravanija en Antto Melasniemi de mogelijkheid om voor het museum enkele installaties te maken met paddenstoelen en is er een onderzoeksgroep van kunstenaars en denkers (de BIOS Research Station 2021).

Deze groep stelt dat wanneer je grote onderwerpen aan de kaak wilt stellen, je vanuit een artistieke invalshoek meer impact hebt. Laat een kunstenaar de cijfers beeldend maken, en iedereen snapt hoe het werkt. Je kan modellen voorschotelen tot je een ons weegt, maar als je mensen omwille van de toekomst echt tot een andere levensstijl wilt motiveren, dan heb je de kunst nodig, stellen ze.

Apocalyps

Kort samengevat kan je stellen dat dreiging, misschien zelfs wel de Apocalyps, de rode draad is van deze Helsinki Biennial, en dat de inzet hoog is. Het thema dreiging zie je vooral op het voormalige militaire eiland, Vallisaari. De kunst moet hier het ‘gesprek’ aangaan met de omgeving, en zo’n eiland vol oude kazernes en forten biedt behalve vergane glorie ook genoeg dreiging van zichzelf.

Die zit dus al in het verdwijnen van de eilanden onder een stijgende zeespiegel. De dreiging kan je weergeven vanuit een idee/ waarschuwing, zoals we die wel vaker zien. De Finse kunstenaar Laura Könönen doet dat herkenbaar in haar No Heaven up in the Sky (2021). Rotsblokken met knalblauwe verf laten zien dat de hemel uit de lucht komt vallen door ons gedrag. Sympathieker, en wat boeiender, zijn de koralen die Margaret en Christine Werthem ons bieden in het The Reef Project, door gekleurde koralen te bouwen, nu ze uit de oceanen verdwijnen. Maar ook die maken niet het verschil in wat er al is.

Verrassender zijn de kunstenaars die de dreiging omzetten in een samenwerking met de natuur. Teemu Lehmusruusu doet dat in het indrukwekkende House of Polypores, waar je bij aankomst op het eiland meteen op afstapt. Een werk op basis van organisch materiaal: wat eruit ziet als massieve zuilen, zijn vederlichte torens, die verbonden zijn met de grond. Uit het verrottingsproces wordt energie gehaald die omgezet wordt in geluid: met als resultaat enkele zoemende zuilen die namens de aarde lijken te spreken. Elders laat het Finse kunstenaarsduo IC-98 in Abendland het geluid van bomen horen die tot stof vergaan, inclusief enkele pijnkreten.

Als je de dreiging wilt vastleggen, blijkt de combinatie met geluid erg effectief. Dat bewijst ook de Amerikaanse Janet Echelman met haar installatie 1.78: hoog boven het Senaatsplein hangen grote netten. Door de geluidsboxen hoor je de platentektoniek van de aarde. Pretentieus, maar toch goed. Ook de Canadese kunstenaars Janet Cardiff en George Bures Miller weten raad met geluid. Op het eiland is hun installatie FORST (for a 1000 years), een werk uit 2012, te horen. Het werk is hier voortreffelijk op zijn plaats: natuurgeluiden, vechtende mensen, militair geweld, overvliegende vliegtuigen en etherische liederen van Arvo Pärt volgen elkaar op, terwijl je op een boomstronk in het groen zit en je zonder stukken hemel die uit de lucht vallen toch overdonderd wordt.

Teemu Lehmusruusu zet in het indrukwekkende House of Polypores op het eiland Vallisaari dreiging om in een samenwerking met de natuur.

Foto Maija Toivanen/ HAM & Helsinki Biennial 2021

Ontploffingen

Hier laat zich ook meteen de combinatie met die andere dreiging van het eiland, het leger, horen. Finland, dat niet in de NAVO zit omdat de Russische buren dat niet leuk vinden, heeft niet alleen nog een dienstplicht, maar ook een fascinatie voor het leger. De vraag is natuurlijk of kunst en leger een goede combinatie zijn. Ja, is het antwoord. Wie vecht doet dat immers om een cultuur in stand te houden of om die te vernietigen, dus het verband tussen de twee is er in feite altijd al geweest.

Hier op Vallisaari geven verschillende kunstenaars hun visie op de relatie, die het eiland vanzelf afdwingt door domweg een voormalig militair bastion te zijn.

De Zuid-Koreaan Hayoun Kwon maakte een animatiefilm over een paradijselijk gebied, waar de natuur volledig haar gang kan gaan. Terwijl er nog enkele verloren soldaten rondlopen, verdwijnt de ene na de ander. Het gebied wordt een paradijs omdat de mensen verdwijnen, het enige dat het paradijs verstoort zijn ontploffingen, wanneer dieren op een mijn gaan staan. 489 Years heet zijn kunstfilm, die in een bunker is te zien. Het zal nog 489 jaar duren om de mijnen op een eiland voor de Koreaanse kust op te ruimen.

De Duitse Katharina Grosse – die ook met een geweldige tentoonstelling is te zien in het Helsinki Art Museum – neemt het wat letterlijker. Voor een gebouw plaatst ze triplexplaten, gezaagd in vormen van ontploffingen zoals je die in strips ziet. Met felle kleuren maakt ze van het voormalige soldatenhuis één grote ontploffing. De vrolijke kleuren – zelfs op de boomstronken voor het huis – maakt de dreiging alleen maar groter.

Het werk geeft aan hoe goed de curatoren van de Helsinki Biennial wisten wat ze moesten doen: universele onderwerpen zichtbaar en voelbaar maken op duidelijke locaties. Hier komen niet landen samen op verschillende paviljoens, maar komen kunstenaars samen op één plek.

Straaljagers

Nou ja, op bijna één plek dan. Opvallend genoeg is er een ‘Hongkong-deel’ op een eiland vlakbij, Suomenlinna. Vijf kunstenaars verzamelen zich rondom het thema ‘So Long, Thanks Again For The Fish’, en tonen hun werk in een oude loods. Niet alles staat in het teken van de onzekerheid die Hong Kong tegemoetgaat wat de culturele vrijheid betreft, leggen de initiatiefnemers uit. Het idee dat je hier gewoon je werk kan tonen, is al genoeg. Opvallend is een installatie waar uit boxjes de geluiden komen van de protesten uit 2019 die overgaan in gezang. Tegelijkertijd zie je de ‘composities’, die meer beeld en tekst zijn dan daadwerkelijke composities. Leger en kunst krijgen er een andere lading dan op het buureiland.

Dat dit Hongkongse deel op een eiland te zien is waar de Finse militairen nog actief rondmarcheren, zal toeval zijn. Maar hoe symbolisch is het dat de straaljagers, die oefenen voor hun shows met hartjes voor de volgende dag, de geluiden die uit de boxjes komen volledig overstemmen: de protesten die overgaan in zang, worden afgetroefd door het keiharde knallen van loopende straaljagers. Over dreiging gesproken.