Over het unieke schrijven en kijken van K. Schippers

Achtergrond Zijn woorden koos hij altijd even zorgvuldig als dat hij naar de dingen keek. Zowel in zijn gedichten als in de vele stukken die K. Schippers voor het Cultureel Supplement schreef.

In het dashboardkastje ligt naast een oudere sinaasappel, de sleutel van een hotelkamer met zo’n grote bol eraan „die de vertrekkende gast wel in zijn jaszak moet voelen en dan teruggeeft aan de receptionist, maar onder mijn beheer heeft dit voorzorgsvoorwerp zijn diensten tevergeefs aangeboden en is nu zonder enige functie op reis naar Texel”. Een voorzorgsvoorwerp. Ik grinnik. De hele zin, de vergeefs aangeboden diensten, want namelijk ‘onder mijn beheer’, de functieloze tocht van het voorwerp op weg naar Texel – voorwerpen kunnen in al hun levenloosheid een tragikomische rol spelen als ze door woorden worden aangeraakt.

Door de woorden van iemand die makkelijk kleine gebeurtenissen ziet en die de woorden daarvoor zorgvuldig uitkiest. De gebeurtenissen eigenlijk ook, want die zijn overal – als je er oog voor hebt.

Oog heeft K. Schippers, in al zijn beschouwingen en gedichten, voor zulke dingen. Hier, in boven geciteerde zin uit het artikel Natuurpad voor blinden in het Cultureel Supplement van 21 september 1984, is hij dan ook op weg naar een blindenpad, om precies te zijn het natuurpad voor blinden op het eiland Texel. Dat wilde hij wel eens met eigen ogen – ho. Zien? Voor blinden?

K. Schippers in CS over het Texelse Natuurpad voor blinden in CS 21 september 1984.

Foto CS

En toch is het zo, merkt hij. Wie de ogen sluit om zich blind te voelen, slaat de plank volledig mis, dat is niet wat blindzijn is. Juist het kijken, naar een dennenbosje dat de blinden nooit zullen kunnen zien, maakt hem duidelijk wat zien, wat blindzijn is. Dit onbeschrijflijke van hoogte en zon en beweging niet zien. Maar wel: de wind voelen, het ruisen ervan door de takken horen – veel sterker nu dan anders, die wind echt langs de wangen, als een aanraking, het ruisen van de zee in de verte opmerkelijk duidelijk, hier op het blindenpad waar het eigenlijk verboden is om te zien. Elk zintuig krijgt het volle pond.

Het is een voor Schippers typerende expeditie, deze tocht naar Texel om te zien wat nu juist niet gezien wordt en er zit, behalve veel opmerkelijks en ook grappigs, ook iets vaag verontrustends in. „De dingen hebben jou nodig om gezien te worden” schreef hij ooit in een Liefdesgedicht en hij herhaalt die opvatting op verschillende manieren in zijn latere werk – „Zouden er andere voorwerpen zijn gemaakt als we/ anders kijken (keken. hadden gekeken)” – en ook dat klinkt vrolijk, maar wat als jij er niet bent om te zien? Wat dan met de dingen? Leiden ze hun eigen leven?

Een zware theepot wordt lichter als je thee inschenkt

K. Schippers

In een gedicht uit zijn laatste bundel Fijn dat u luistert (2014) schrijft hij over blokken die op een tapijt liggen, slordig maar toch juist, „verplaats er één en het is nog steeds juist”. Ze liggen daar, zo schrijft hij, „nauwkeurig”. Hij kijkt verder door de kamer, naar de tafel, de vaas met rozen, hij noemt de kleuren en de vormen op en schrijft dan: „misschien zijn het/ facetten van iets dat zich/ voortzet op de wereld, ’t geheel/ onttrekt zich aan je gezicht.”

Dat laatste, daar zegt hij iets wat op de achtergrond van zijn werk altijd wel een rol lijkt te spelen. Dat het geheel zich aan je gezicht, aan je blik, aan je bewustzijn, onttrekt.

Lees ook de necrologie: Schrijver met oog voor het bijzondere van het alledaagse

Nooit één ding

Schippers doet pogingen om gehelen toch te zien, maar het zijn geen gehelen die ‘heel’ zijn, ze blijven toevallig. Het is de willekeur die toch juist is waar hij oog voor wil hebben, oog voor hééft, nu eenmaal. Oog voor had, moet je nu zeggen. Hij overleed donderdag 12 augustus op 84-jarige leeftijd.

Hoe je nooit naar één ding kijkt, al zeg je zelfs tegen jezelf, dat het je alleen maar om, bijvoorbeeld, de tafel gaat. Toch neem je nog zoveel meer waar, licht, de kleuren van het tapijt, vormen van boeken, je ruikt hun papier, voelt de warmte van zonlicht dat binnenvalt, ergens in huis slaat een deur. Schippers kijkt graag naar schilders als Bonnard en Vuillard die de hele omgeving, bijna zonder aan iets voorrang te verlenen, zichtbaar maken. Maar ook naar schilders die juist de leegte tussen de dingen laten zien, zoals Tanguy of De Chirico.

Er is veel leegte tussen de dingen.

Er is veel schitterende overvloed.

Het grappige, het lichte, de eindeloze voorstellingen die de wereld aanbiedt aan wie er oog voor heeft, is de ene kant, de mogelijkheid dat alles betekenisloos uit elkaar zal donderen is de andere. Het bij elkaar opnemen van de dingen in een blik, een kunstwerk, een gedicht is de bezwering van die dreiging. In een stuk over Lucebert schrijft hij: „De unio mystica is niet ver van de horror vacui verwijderd, liefde niet ver van ruimtevrees af.”

Niets is ingewikkeld in deze poëzie, de taal niet, de versvormen niet, en toch is alles oneindig rijk en beweeglijk

Schippers is de betoveraar van die leegte. Neem zoiets als het bad laten vollopen. Dat kost tijd, ‘de tijd van het bad’, noemt hij die. Kan lang duren. In de tussentijd kun je koffie zetten, maar ook nog wel meer doen eigenlijk, de lamp aan, een pen vullen met inkt. Boterham roosteren. Theedoek over de radiator leggen. Balkondeuren open zetten. Allemaal ‘in de tijd van een ander’, namelijk die van het bad, en het is zo veel: geur, licht, inkt, buitenlucht. „O, houd me bij/ deep focus, ’t wordt nou/ kiele, kiele.” Dan schiet je weer in de lach om die cataract van gebeurtenissen in de lege tijd, die dan meteen ook kosmisch worden uitvergroot: „stromen de seconden,/ de hemel en het heelal.”

Samenvattingen

Niets is ingewikkeld in deze poëzie, de taal niet, de versvormen niet, en toch is alles oneindig rijk en beweeglijk. „Alles verandert waar je bij staat.” Een zware theepot bijvoorbeeld, die wordt lichter als je thee inschenkt. Ja, evident, maar ook helemaal niet evident want dat zijn nu juist de dingen waar we geen acht op slaan. Omdat ze zogenaamd zo evident zijn.

Lees ook de herinneringen van Max van Rooy aan K. Schippers: Talent voor diepe vriendschap

Gevoelens worden daarbij nooit benoemd. Of het vrolijk of angstig stemt is iets wat alleen maar doorklinkt, als een stemming achter het beschrevene. En het stemt soms angstig en vaak vrolijk, bijvoorbeeld als je leest over gras dat zich aanstelt. Het stemt tot nadenken als iets wordt benoemd wat je wel weet maar nog nooit geformuleerd had gezien, bijvoorbeeld over de onwaarneembaarheid van „gebeurtenissen niet in enkele ogenblikken,/ maar verspreid door de tijd, als het ouder/ worden van een gezicht.// Onzichtbaar, ondanks foto’s, films. Niet meer/ dan samenvattingen.”

Ja, denk je, bijna álles is een samenvatting, alles beschrijven we achteraf met weglating van de wemeling van gebeurtenissen die ons omgeeft, met weglating van alles ‘wat je maar kort hoeft te onthouden’:

voorbijgangers op een zebrapad/ de stem van een vrouw die verkeerd is verbonden/ wolken/ het gewicht van een tas/ adres van een opgeheven stomerij.

Sta bij elk van die dingen maar eens even stil, ze zijn een zeer groot deel van het leven. Van Schippers’ leven, dat is verdwenen waar we bij stonden, van het eigen leven dat steeds verandert en dat vol en rijk is geworden van zijn zinnen en zijn blik. „’t wordt nou kiele kiele.”

In de tijd van een ander

Ik zet het bad aan en denk
nu koffiezetten in de
tijd van het bad.

Wat een duo. Er kan nog
veel meer gebeuren.
Maar wat? Bad, koffie, in

hun tijd doe je twee lampen
aan en vul je je pen.
Zo laad je de seconden

met warmte en geur, met
licht en inkt. Niet
afzonderlijk, maar door

elkaar heen, alsof het
strengen zijn van het
zelfde ogenblik. Vlug

een theedoek over een
radiator. De seconden
drogen. Je kunt ze ook

laten telefoneren, als
er wordt opgebeld. De
stoelen zo stil in

de tijd van het bad.
Ik doe een balkondeur
open. De lucht stroomt

naar binnen. Toast er
een boterham bij, de
geur, het licht, de inkt,

de droogte, de buitenlucht,
jongleer ik met al die
bordjes in de tijd van iets

anders. O, houd me bij,
deep focus, ’t wordt nou
kiele, kiele. Het water, de

geur en erachter de toast,
de wolken, stromen de seconden,
de hemel en het heelal.

(Uit: Fijn dat u luistert, Querido, 2014)

Buiten beeld

Veertien blokken slordig op het
kleed. Toch is hun schikking
juist. Verplaats er een en het
is opnieuw juist. Wat liggen ze

daar nauwkeurig. Op tafel een
hamer naast een vaas met rozen.
De ronde tafel heeft een wit
blad en de witte tafel een rond

blad. Gele rozen in een blauwe
vaas, de blanke steel van de
hamer en dan nog de kubus,
de cirkel en de rechthoek van

de blokken: misschien zijn het
facetten van iets dat zich
voortzet op de wereld, ’t geheel
onttrekt zich aan je gezicht.

(Uit: Fijn dat u luistert, Querido, 2014)

K. Schippers Amsterdam, 2 april 2010. Foto Vincent Mentzel