Opinie

Lekker dik, lekker prehistorisch: de vrouwenbeeldjes van Malta

De minieme, grandioze Maltezer vrouwenbeeldjes schenken een welbehagen dat een eeuw of vijftig geleden geschapen werd en nog altijd niet verschoten is. Joyce Roodnat stelt vast dat er weinig nodig is voor absolute schoonheid.

Joyce Roodnat

Dat prehistorische handje. Jeminee. Het valt me op in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, in de tentoonstelling De tempels van Malta. De losjes gestrekte vingers zijn niet meer dan wat kerfjes. De pols doet denken aan een babypols – een vouwtje tussen hand en arm, alsof er een elastiekje zit. Kalm rust het handje in het vet op een borstkas, onder een vouw in het vlees. Of in een kledingstuk, dat is niet te zeggen. De andere hand hangt tegen de dij.

Deze kleine sculptuur ontbeert een hoofd, en dat geeft niks. Ik verbaas me er weer eens over dat het nog bestaat. Dat een kunstenaar het creëerde is al een wonder, dat een archeoloog besefte dat hij of zij beet had, ook.

Beeldjes als dit werden gevonden in de raadselachtige Maltezer graven en tempels. Duizend jaar ouder dan de Egyptische piramides zijn die en opgetrokken met stenen van soms zes meter hoog en twintigduizend kilo zwaar, dus minstens zo indrukwekkend van bouwtechnisch vernuft. De tempels straalden kracht uit, hun omvang is hun effect: onze goden zijn machtig en wij ook.

Maar die beeldjes zijn miniem en daarom des te grandiozer. Zij moeten het niet hebben van hun ponteneur of vervaarlijke pose, maar van hun schoonheid. Ze dreigen niet. Ze imponeren noch vernederen hun publiek, blazen het niet weg. Ze nodigen uit.

Albasten beeldje uit het Hal Saflieni Hypogeum op Malta 3600-2500 v Chr). Foto Erik van Zuylen

Ze zijn persoonlijkheden, lichaam en gezicht zijn rudimentair en toch hebben ze een duidelijke uitdrukking. Veel beeldjes hebben geen hoofd. Veel hoofdjes zijn los gevonden, zou het kunnen dat die custom made werden gemaakt? Vaak zijn ze kaal, maar er is er ook een met een bob-kapsel. Ik bekijk haar profiel en zie de zwijgende-filmster Louise Brooks, in the roaring twenties symbool voor de eigenzinnige vrouw.

Fat ladies – zo werden de beeldjes aangeduid. Nu niet meer, het museum heeft het over ‘corpulente’ figuren. Waarom niet gewoon: lekker dik? Want dat zijn die beeldjes. Relaxed en prachtig. Een verademing vergeleken met de beelden in de tempels van vandaag: de sociale media. Daar rekenen standaard superdunne schoonheden erop aanbeden te worden door ons, nietswaardigen. Daar haalt Instagramcritica Celeste Barber hun filmpjes onderuit door ze met haar normale vrouwenlichaam te persifleren. Zij valt samen met de ideaalbeelden van Malta. Die zitten er ontspannen bij. Buiken en borstpartijen bloezen over, knieën verdwijnen tussen dijen en onderbenen. Ze schenken me een welbehagen dat een eeuw of vijftig geleden geschapen werd en nog altijd niet verschoten is. Ik kijk naar dat prehistorische handje, en verbaas me dat er zo weinig nodig is voor absolute schoonheid.