Opinie

Krappe arbeidsmarkt geeft vertekend beeld van positie werknemer

vacatures en werklozen

Commentaar

Gouden tijden voor werkzoekenden. Na jaren van minimale stijging van cao-lonen, van steeds verdergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt en van werkloosheidsgroei, zijn de rollen nu ineens omgedraaid. In het tweede kwartaal was de spanning op de arbeidsmarkt voor het eerst sinds het begin van de meting in 2003 zo hoog opgelopen, dat er meer vacatures zijn dan werklozen, zo meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week. Tegenover elke honderd werklozen waren er 106 openstaande vacatures. Er valt als werkzoekende dus wat te eisen én te kiezen. De vraag is voor hoelang.

De toename van de spanning is vooral toe te schrijven aan een recordgroei van het aantal openstaande vacatures (met 82.000), meer dan aan de daling van het aantal werklozen (met 27.000) meldt het CBS. Daarmee is de krapte op de arbeidsmarkt slecht nieuws voor werkgevers. Met name in de zorg, de handel en de zakelijke dienstverlening hebben zij grote moeite om personeel te vinden. Lonen gaan omhoog ten koste van de winst, het aantal vaste contracten neemt toe, vacatures blijven soms onvervuld.

Een deel van de trend van een krappere arbeidsmarkt is al een tijd gaande. Onder invloed van de vergrijzing wordt het werkende deel van de bevolking steeds kleiner en lopen personeelstekorten op, zoals bij de overheid en in het onderwijs. Daar komt de invloed van corona bij, en dan met name de miljardensteun die de overheid heeft uitgetrokken om de economische schade van de pandemie enigszins te dempen.

Steun aan bedrijven die omzetverlies leden om personeel in dienst te houden is daarbij een van de belangrijkste ‘verstoorders’ van de arbeidsmarkt. Sinds het uitbreken van de crisis is ook het aantal faillissementen gedaald, tot het laagste niveau in dertig jaar tijd. De steun houdt dus ook bedrijven overeind die in normale tijden zouden zijn omgevallen. En hoe hard ook voor de individuele werknemers: het omvallen en opstarten van bedrijven is onderdeel van het organisch functioneren van een economie, de stijging en daling van het aantal werklozen en vacatures dat daarbij hoort, is dat dus ook.

Ten slotte heeft corona ook een rem gezet op arbeidsmigratie. Het vrije verkeer van personen, waarmee in sommige sectoren tijdelijke schommelingen konden worden opgevangen met buitenlandse werknemers, is door alle reisrestricties stilgevallen.

En terwijl de samenleving weer langzaam opengaat en de economie op eigen kracht aantrekt, blijft het staatsinfuus doorlopen. De arbeidsmarkt functioneert op dit moment als een auto met een volle benzinetank waar na iedere gereden kilometer opnieuw vijf liter benzine aan wordt toegevoegd: de tank stroomt over.

Alles bij elkaar is het dus maar de vraag of het tijdperk van de machtige werknemer definitief is aangebroken. De marges op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn traditioneel smal: periodes van krapte en ruimte op de arbeidsmarkt wisselen elkaar snel af en het omslagpunt zit in enkele tienduizenden vacatures of werklozen meer of minder.

Als de staat zich naar verwachting in de loop van dit jaar verder terugtrekt uit de economie, zal de normale werking van de arbeidsmarkt waarschijnlijk weer snel herstellen. Dan krijgen de normale economische en demografische trends weer vat op de arbeidsmarkt. Hoewel het natuurlijk wel te hopen blijft voor werknemers dat ze ‘nee’ kunnen blijven zeggen tegen een baan waar ze écht geen zin in hebben, en dat de werkgever zijn best moet blijven doen (ook financieel) om aan goed personeel te komen.