In de hele affaire is er geen greintje terughoudendheid

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week een autobiografische roman over een affaire met een collega, en de daarop volgende scheiding.

Doodnormaal of krankzinnig, dat is de vraag bij Alleen een beetje verliefd misschien…, de in eigen beheer uitgegeven debuutroman van Lonneke van Engelen, die vorige week opdook in de bestsellerlijst. Van Engelen, een pseudoniem, is een Brabantse van begin veertig, zo staat te lezen op haar website. Haar autobiografische roman gaat over haar affaire met een collega toen ze nog ‘midden dertig’ was, en over haar scheiding. Veel in dit boek ligt ontzettend voor de hand, en het is juist het karikaturale dat de bevreemding voedt.

Neem alleen al de mannen. De echtgenoot is een groteske klootzak. ‘Meneer’, zoals hij genoemd wordt, verkiest ‘Orangina en een pak appelkoeken’ in zijn eentje boven wijn en kaas met zijn vrouw. Hij kijkt nooit naar haar om, en ook nauwelijks naar zijn kroost. Het is een raadsel hoe deze mensen ooit getrouwd zijn, aangezien er werkelijk niets te roemen valt aan deze man. Het is een oplichter, die rommelt met andere vrouwen en geld. Hij laat zijn vrouw voor alles opdraaien – en zij weet het.

Dan de minnaar. Daar valt warempel alles aan te roemen. Wat is hij knap. Lichte pretogen, donkere pakken, gespierde tors, gevat en charmant, alle vrouwen vallen voor hem. Hij heeft een boerderij met een oprijlaan, een zwembad, een enorm fornuis en dito auto. Nog voordat hij en de hoofdpersoon meer hebben uitgewisseld dan een kus, wenst hij al dat ze bij hem intrekt. Er is geen greintje terughoudendheid. Hij is o zo open en geïnteresseerd en bovendien bedreven in bed: de seksscènes stemmen, doordat er precies staat wat hij wanneer behendig aanraakt bij haar, hitsig.

De minnaar is open en geïnteresseerd en ook nog bedreven in bed

Alles is er, tussen die twee, vanaf het begin af aan. En tegelijkertijd is er niets. Gedurende lange tijd wordt de affaire beleefd op parkeerplaatsen en in de McDonald’s. Wonderlijk is hoezeer de hoofdpersoon zich aldoor schaamt. Zelfs nadat ze zegt te willen scheiden, vindt ze het nodig om mooie kleren te verstoppen onder een oud vest. Ze jokt dat ze bij haar ouders gaat slapen, in plaats van bij haar minnaar, make-up smokkelt ze mee. Waarom in hemelsnaam? En waarom laat ze de scheiding door een vriend van haar man regelen, zelfs nadat ze erachter is dat die haar een poot wil uitdraaien?

En waarom las ik dit boek toch graag uit? Ik denk doordat Lonneke van Engelen, wie ze ook is, geestig schrijft. Inhoudelijk zijn er goede observaties, vooral rondom eten, zoals dat de vrouw tijdens de eerste (lunch)afspraak met de minnaar geen kroketjes durft te bestellen. Dat acht ze onelegant, te gulzig. En dat hij die prompt wel neemt. Of dat de echtgenoot, die het ineens goed wil maken, een zogenaamd feestelijke, voorgegaarde rollade van de supermarkt opdient. Van Engelen legt dit helemaal uit. Het kan een stuk meer ingekookt. Een vergelijking als „ik sta op het punt om als een aangeschoten nijlpaard dat volledig de oriëntatie kwijt is, dwars door hun gesprek te banjeren” is overvol. Maar een zin als „ik ben bang dat het rondkrijgen van deze scheiding langer gaat duren dan de bouw van een complete Vinex-wijk”, is wel komisch.

Reacties: boeken@nrc.nl