Reportage

Hij knipte zich de gewone wereld in

Bij de kapper Joris Ruijzenaars staat bekend als de kapper die lastig haar mooi kan knippen. Het vak was voor hem een uitweg uit een moeilijke jeugd. „Achteraf gezien zat dat knippen al in de familie.”

Kapper Joris Ruijzenaars: „Beetje discussiëren vind ik wel leuk.”
Kapper Joris Ruijzenaars: „Beetje discussiëren vind ik wel leuk.” Foto Simon Lenskens

Joris Ruijzenaars (53) staat als Lucky Luke in zijn zaak, een holster op zijn rechterheup. Daarin zit geen revolver maar een tiental scharen. Een grote man, getatoeëerde armen, op groene Nike-bergschoenen. De sfeer tussen kapper en klant in zijn zaak is gemoedelijk. Als een vriendelijke reus draait Ruijzenaars al knippend om hen heen.

De klanten die naar zijn salon Kami Kami in Nijmegen komen, zou hij typeren als hoogopgeleid, creatief en slim. Zijn zaak als niet zo aangeharkt en netjes als veel kapperszaken. Dat bedoelt hij niet lullig. Een strak, glad, glanzend interieur, er zijn genoeg klanten die dat willen. Zíjn klanten vinden het prettig om een goed gesprek ergens over te voeren. En dat doet Ruijzenaars ook graag. Hij leest veel en praat graag.

„Bij hem geen kappergeklets”, zegt Nina (40), die werkt op de opleiding voor GGZ-psychologen, vanonder haar bos goudbruine krullen.

Ruijzenaars: „Beetje discussiëren vind ik wel leuk.”

Nina: „Dat bedoel ik.”

Ruijzenaars: „Niet altijd hoogdravend hoor. Met haar kun je geweldig roddelen.” Hij knikt naar Nina in de spiegel. „Als het maar tussen klant en kapper blijft. Ik kende een kapster, dat was echt een roddeltante. Na een knipbeurt wist het hele dorp alles. Dan ben je je klant kwijt.”

Er komen niet alleen creatieve intellectuelen in zijn zaak. Voor omwonenden is hij de buurtkapper. Er zitten ook oude dametjes in de stoel, maar dat zijn „de moeders van klanten”. Net als de kinderen „de kinderen van” zijn.

Een strak, glad, glanzend interieur heeft Kami Kami niet. Foto Simon Lenskens

Vroeger was Joris Ruijzenaars een jochie dat niet wilde deugen. Op de basisschool ging het goed. Maar het hippiemilieu van zijn ouders bood te weinig structuur. Nadat ze waren gaan „swingen” met een ander stel en daar een scheiding uit was voortgekomen, belandde hij op zijn twaalfde in een internaat. Best wat vrienden van hem stierven jong vanwege te veel drugs.

Met Joris kwam het goed. Door te knippen. Hij knipte zich een weg de gewone wereld in. Zonder diploma’s hè. Maar mét talent. „Achteraf zat dat al in de familie”, zegt Joris. „Mijn zus knipt ook. En alle zussen van mijn vader.”

Zijn klanten komen naar zijn atelierachtige kapsalon met één kappersstoel en een dak van glas in een oude paraplufabriek in het centrum van Nijmegen. Ooit was het een kraakpand. De krakers kochten het, richtten een stichting op waardoor de huur acceptabel bleef. Daardoor knipt Joris op z’n gemakje en voor 32 euro per uur.

Ruijzenaars staat in Nijmegen bekend als kapper die lastig haar mooi kan knippen. Want krullen vallen bij hem ook na een dag of een wasbeurt nog natuurlijk. Dik haar weet hij zo uit te dunnen dat het verloop onzichtbaar is en de haarlagen niet als dakpannen over elkaar liggen.

„Joris voelt wat het haar nodig heeft om lekker te kunnen zitten”, zegt Nicole (50), pedicure in een zorginstelling.

Als het goed is, zegt Ruijzenaars, „volg je als kapper de beweging van het haar.”

Knippen kan hij iedereen als ze hem maar „enige mate van creatieve vrijheid” gunnen. „Je heb er ook bij die per centimeter haar willen aanwijzen hoe het moet. Dan wordt het stijf. Dan kan je beter een andere kapper zoeken.”

Maar als je hem zijn gang laat gaat, dan krijgt de klant kami kami, zoals zijn salon heet. „Goddelijk haar”, in het Japans.

Een tiental scharen in zijn holster. Foto Simon Lenskens