Het was wel onwennig, online flirten met een man die ook een oma kon zijn

Liefde van de toekomst Antropoloog schrijft deze zomer over liefde en seks in de toekomst. In deze aflevering: elkaar als avatars versieren in een online wereld. „Je wordt verliefd op je virtuele vorm.” 

Illustratie Jasmijn van der Weide

De technomuziek stond zo hard, dat het leek alsof de beats mijn huid doordrongen, zó de buik- en borstholte in, zodat daar alle lichaamscellen tegelijkertijd begonnen te trillen en te bruisen. Gefladder, gekietel dat ik niet anders kon beschouwen dan een uitnodiging tot giechelen.

Ik bevond me in een hoek van een bijna-lege dansclub in de wereld waarin ik nu al enkele dagen rondzwierf. Een meter of tien verderop stond een aantrekkelijke vrouw van ongeveer mijn leeftijd in haar eentje te dansen. Ze droeg een Hawaïaanse bloemenslinger, een bikinitop en een korte rok die meedeinde met haar bewegingen. Haar buik was strak, haar heupen waren opvallend breed, passend bij de huidige lichaamsmode in de westerse wereld – YouTube staat vol met trainingsvideo’s die je een ‘Kim Kardashian-figuur’ beloven, plastisch chirurgen ontvangen regelmatig cliënten die wijzen op plaatjes uit roddelbladen: deze kont wens ik, alstublieft, en dan graag zo’n slanke middel erbij.

Het meisje dat ik stond te bewonderen, had precies zo’n zandloperfiguur, en ze keek me tijdens het dansen enkele keren recht in mijn ogen aan.

Haar blik was niet flirterig, maar zeker ook niet afwijzend, eerder nieuwsgierig. En tóch vond ik het de afgelopen minuten te spannend om op het pijltje omhoog op mijn toetsenbord te drukken, om op die manier mijn avatar op haar af te laten stappen.

Ik stuurde de ogen van mijn avatar van links naar rechts, maar nee: nergens een bar te bekennen waar je gewoon rustig met een drankje de kat uit de boom zou kunnen kijken, nergens een bekende om een praatje mee te maken. Het was zij en ik, nu of nooit.

Klein probleem: dat was een mannelijke avatar. En ik ben en voel me een vrouw. Maar soit

Ik was in deze virtuele wereld toegetreden om hier de liefde en seks van de toekomst te ervaren, maar voelde me er onhandig in – alsof ik, letterlijk, het spelletje nog niet begreep. Eén probleem was dat ik een avatar toegewezen had gekregen waarvan ik vond dat hij mijn persona niet goed representeerde. Ik had het afgelopen uur geprobeerd die in te ruilen voor een ander uiterlijk, maar dat ging niet zomaar: ik raakte verstrikt in een winkel waarin honderden benen, gezichten, vagina’s, wasbordjes, lippen en soorten huid te koop werden aangeboden. Jawel, ook het complete uiterlijk van Kim Kardashian, en – om een reden die mij een beetje ontging – ook dat van Harrison Ford.

Die uiterlijke kenmerken kreeg je niet gratis. Je moest ervoor betalen in een virtuele munteenheid die eerst met echtewereldgeld moest worden gekocht, en toen dat niet lukte via mijn creditcard noch via twee andere betaalwijzen, en toen ik óók nog eens van een ervaren bezoeker van dit soort omgevingen leerde dat het heel normaal was om drie lange, gefrustreerde dagen te besteden aan het samenstellen van je avatar, besloot ik dat ik genoegen zou nemen met het standaardpoppetje dat elke beginner van het platform krijgt. Klein probleem: dat was een mannelijke avatar. En ik ben en voel me een vrouw. Maar soit: ik wilde niet drie hele dagen wachten tot ik virtueel verliefd zou kunnen worden, ik wilde per direct ervaren hoe het was om liefde en intimiteit met anderen te beleven, in de virtuele wereld.

Dat kan, bijvoorbeeld op platforms als Second Life – dat al bestaat sinds 2003 en waarop maandelijks zo’n 550.000 gebruikers actief zijn, maar waar sinds enkele jaren ook stripclubs en bordelen te bezoeken zijn, waar vriendschappen en liefdes opbloeien, ja, zelfs kinderen uit die virtuele koppels geboren worden. De laatste jaren zijn er meer platforms bijgekomen: ikzelf betrad een wereld die Utherverse heette en die zo’n anderhalf miljoen geregistreerde gebruikers heeft – wederom vol met opties om verliefd of seksueel bevredigd te raken.

Er zijn kroegen, nachtclubs, autoraces en modeshows die je digitaal kunt bezoeken; er zijn plekken waar jouw avatar andere avatars kan leren kennen; plekken waar jouw avatar met andere avatars in een jacuzzi kan zitten, plekken waar je kunt trouwen, en plekken waar jouw avatar andere avatars in kooien kan stoppen om ze met leren zwepen te bewerken – want als je ergens anoniem wilt experimenteren met een seksuele fetisj, dan is de virtuele wereld daarvoor een perfecte plek.

De vrouw zei ook niks, danste door, draaide zich uiteindelijk van me weg, haar blik op oneindig, net zolang tot ik afdroop

En dus stapte ik als man de virtuele wereld in. Wel als een heel knappe man, overigens – gekleed in niets meer dan een spijkerbroek, uiterst gespierd, en ook nog eens een goede danser, ontdekte ik nu: zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, maakte ik stapjes opzij en naar voren, op de maat van de muziek en, uiteindelijk dan toch maar, richting háár. Veelbelovende progressie, complimenteerde ik mijzelf tevreden. Tot ik eenmaal bij de vrouw in kwestie was aangekomen en me realiseerde dat ik niet wist hoe ik tegen haar moest praten. Mijn koortsachtige gedruk op allerlei toetsenbordknopjes leidde tot hoekige dansbewegingen, niet tot een openingszin. De vrouw zei ook niks, danste door, draaide zich uiteindelijk van me weg, haar blik op oneindig, net zolang tot ik afdroop – hunk met de staart tussen de benen.

Kleine troost: ik ben niet de enige die het ingewikkeld vindt, dat leven – of versieren – in 3D. Binnen Second Life werken 1.600 mentoren die gebruikers de weg helpen vinden in hun universum, bij Utherverse noemen dat soort mensen zich ‘gidsen’. Die helpen zowat alle beginnelingen, vertelde de mijne me, „behalve de jongeren, die zoeken het zelf vaak wel uit”.

Daar kon ik me wat bij voorstellen. De belevingswereld van jonge mensen, zoals de huidige generatie Z, is zoveel groter geworden dan die van generaties boven hen, omdat we tegenwoordig álles online kunnen zien en beleven: landen, concerten, archieven, lichamen. Maar tegelijkertijd is hun wereld ook zoveel kleiner geworden, want zij zien zichzelf gedurende die online reisjes voortdurend in de spiegel, door hun profielfoto’s op socialemediaplatforms of, zoals in virtuele werelden als Second Life, in de vorm van avatars. Nadat je eerst dagen spendeert aan het perfectioneren van je avatar, vertelde een gebruiker, extra vulling koopt voor je billen, je haar wilder laat golven, je outfit nog eens vernieuwt, „word je verliefd op jezelf in virtuele vorm”. Dat meende ze. In haar virtuele huis hingen tientallen foto’s van haar virtuele zelf.

Lees ook: Steeds meer mensen leven zonder liefdespartner (en zijn vaak gelukkiger)

Mijn gids hielp me achter de schermen middels chatberichtjes, om de juiste munteenheid aan te schaffen, zodat ik mezelf binnen kon kopen in een sympathiek ogende kroeg, alwaar ik een cocktail bestelde, plaatsnam op een kruk en zowaar in gesprek raakte met achtereenvolgens een nog knappere man dan ikzelf in deze wereld was, en een vrouw wier borsten zo groot waren dat ik mijn ogen er niet van af kon houden. Wij typten elkaar berichtjes, andere gebruikers gebruiken hun microfoon en kunnen dus echt met elkaar praten. De gesprekken waren vriendelijk van toon, en niet erg anders dan je zou verwachten in een café in onze eigen wereld: of ik hier vaker kwam, of ik al lang op dit platform rondliep, wat mijn interesses waren, vond ik het nummer dat werd gedraaid ook zo leuk?

Daarna werd de man romantischer: die wilde weten wat ik van de liefde verwachtte, en de vrouw seksueel sturender: of ik geïnteresseerd was in een paaldans, want die kon zij voor me verzorgen voor de prijs van twee keer mijn cocktail. Ik had te maken, begreep ik, met een van de sekswerkers die zich aanbieden in Utherverse – even voelde ik mij een zakenman met jetlag in de lobby van een duur hotel in een exotisch land, die even, héél even maar, had gedacht dat dit beeldschone meisje werkelijk in hem, en niet in zijn portemonnee geïnteresseerd was.

Zou hij echt zo leuk zijn als hij nu lijkt, of zelfs leuker?

De sekswerker verliet de romantische man en mij, ging verder op jacht. Wij spraken over koetjes en kalfjes, dronken nog een cocktail, deden zelfs een – in mijn geval nog enigszins onhandig – dansje. Hij schreef dat hij moest lachen toen ik hem vertelde dat ik wat problemen had gehad met het optuigen van een avatar, vroeg of we elkaar morgen zouden zien bij een concert, en ik zei ja, maar ik dacht nee, want hoewel de man uiterlijk prachtig was, geestig schreef, en zo op het eerste gesprek een leuke gespreks- en danspartner leek, voelde ik helemaal niets dat ook maar leek op aantrekking.

Dat had ik wel verwacht, dat het spannend of in ieder geval bevrijdend zou zijn om je achter een avatar te kunnen verschuilen tijdens ontmoetingen met anderen. Dat de ervaring zou lijken op een gemaskerd bal, waarbij je je meer kunt concentreren op de inhoud van het gezegde dan op de vorm van degene die met je spreekt, terwijl je je tegelijkertijd constant afvraagt wie er achter die façade zit – zou hij echt zo leuk zijn als hij nu lijkt, of zelfs leuker?

Dat vroeg ik me alleen helemaal niet af bij de romantische man. Want zijn presentatie kon net zo nep zijn als de mijne, sterker nog, ik ging ervan uit dat dat zo was, net als ik, toen de sekswerker haar paaldans aan me aanbod, me afvroeg of ze haar avatar die enorme borsten had aangemeten omdat ze in het echte leven misschien een jongensachtig lichaam had. Of een jongenslichaam. Ik was in het echte leven immers geen man, misschien was zij wel geen vrouw, en de romantische man een oude, tech-savvy oma, of een door hormonen stijfstaande puber. Als je alles kunt zijn, word je vanzelf niets.