De strijd tegen stroperij werd Rory Young (1972-2021) fataal

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. ‘Bushman’ Rory Young zette zich in voor behoud van de Afrikaanse wildernis.

Natuurbeschermer Rory Young in het dorp Domboshawa, in Zimbabwe, in 2015.
Natuurbeschermer Rory Young in het dorp Domboshawa, in Zimbabwe, in 2015. Foto privécollectie

Hij was een ‘bushman’, ook al had hij een Iers paspoort en woonde hij de laatste jaren in Bennebroek. Behalve voor zijn gezin, zijn eigen ‘kudde’, leefde Rory Young voor de Afrikaanse wildernis, met name voor de olifanten en de neushoorns, die hij wilde beschermen tegen stroperij. Met zijn stichting Chengeta Wildlife trainde hij door heel Afrika rangers om adequaat te kunnen optreden tegen stropers. Daarbij verloor hij de sociale achtergronden van de illegale ivoorhandel nooit uit het oog, vertelt oud-diplomaat Roeland van de Geer en voorzitter van Chengeta. „Rory zag dat mensen tot stropen overgaan uit armoede en wanhoop. Hij was ervan overtuigd dat je het probleem alleen kon oplossen in samenwerking met de lokale gemeenschappen.”

Dit voorjaar kwam Young om het leven tijdens een trainingsmissie in Burkina Faso, samen met twee Spaanse tv-journalisten die een documentaire maakten over zijn werk. Bij een oefenpatrouille werd zijn konvooi aangevallen door gewapende jihadisten. Het was niet de eerste keer dat Young in een natuurpark onder vuur werd genomen door extremisten, tot nu toe liep het altijd goed af. Maar, zegt Van de Geer, „deze keer ging het om overmacht en dat bleek fataal”.

Als kind was Rory altijd buiten, altijd in de bush

Youngs Ierse voorvaderen trokken rond 1850 als kolonisten naar het zuiden van Afrika en ook al had hij zelf nooit in Ierland gewoond, hij beschouwde zich altijd nog als Ier, vertelt zijn vrouw Marjet. „Rory wist álles van Ierland.” Hij werd geboren in Zambia, waar zijn vader een tabaksplantage had. Bij een gedwongen onteigening moest hij die achterlaten, en het gezin verhuisde naar Zimbabwe, en daarna naar Malawi, ook weer mede onder druk van politieke ontwikkelingen. Marjet Young: „Rory kwam uit een harde wereld. Zijn ouders hadden, net als hún ouders, een zwaar leven, en dat vertaalde zich in de opvoeding van hun kinderen. Het was een openbaring voor hem toen hij mijn familie leerde kennen; dat je onvoorwaardelijk voor elkaar kiest, hoezeer je het soms ook oneens kunt zijn met elkaar. ”

Op zijn veertiende stuurde zijn streng katholieke vader de jonge Rory naar een priesterinternaat in Carcassonne. Daar voelde hij zich niet op zijn gemak, eenzaam, en na twee jaar besloot hij zich aan te melden bij het Vreemdelingenlegioen, dat hij weleens door de straten van Carcassonne had zien marcheren. Hij hoopte er een familiegevoel te vinden. Maar hoewel hij een militair talent bleek te zijn, viel het Legioen hem bitter tegen. De keiharde manier waarop hij en zijn medesoldaten behandeld werden, bracht hem ertoe na een jaar te deserteren. Vanuit Corsica is hij als verstekeling met een boot naar Engeland gevlucht.

Terug in Afrika ging hij niet, zoals zijn vader had gewild, het bankwezen in, maar meldde hij zich bij een intensieve, vijfjarige opleiding tot safarigids. Marjet: ,,Als kind was hij altijd buiten, altijd in de bush. Op deze manier kon hij van zijn liefde voor de natuur zijn beroep maken.”

Rory Young had inmiddels een baan als gids toen hij Marjet leerde kennen. Ze studeerde toerisme en liep stage in Zimbabwe, waar haar vader de Nederlandse ambassadeur was. Als koppel werkten ze bijna twintig jaar in verschillende natuurparken, zij als lodge manager, hij leidde toeristen rond. Steeds vaker viel hem op dat op plekken waar hij een tijdje niet geweest was, de olifanten- of neushoornpopulatie geslonken was. Geleidelijk – eerst nog als vrijwilliger en blogger – verlegde Young zijn werk naar het bestrijden van stroperij. Dit bleef hij doen nadat hij en zijn gezin in 2015 vanwege anonieme dreigtelefoontjes uit Afrika vertrokken en zich in Bennebroek vestigden.

Rory Young met zijn gezin in het parkbos Koningshof, nabij Haarlem, in maart van dit jaar. Foto privécollectie

In het Noord-Hollandse dorp leerde hij Erik Groenendijk kennen, zijn achterbuurman. Het klikte onmiddellijk tussen de ‘bushman’ en de Afghanistan-veteraan, die als speurhondenbegeleider werkt op Schiphol, en ze raakten nauw bevriend. Enkele keren gingen ze samen op missie, onder meer naar Mali. Hij zag met eigen ogen hoe ontzagwekkend Youngs kennis van de natuur was, en zijn bedrevenheid in het ontdekken van menselijke en dierlijke sporen. Groenendijk: „Ik dacht dat ik er wat van afwist, maar vergeleken met Rory wist ik niks. ‘Wat jij doet, kijken naar voetstappen en zo, is microtracking’, zei hij, ‘maar je moet je blik veel verder richten’. Hij keek naar de zon, de windrichting, zag in tien seconden waar ik een uur over deed.”

Volgens Roeland van de Geer heeft Rory Young in betrekkelijk korte tijd heel veel bereikt in het terugdringen van de illegale jacht op wilde dieren, en dat in ‘moeilijke’ landen met instabiele regeringen of conflicten. „In Mali is de stroperij enorm teruggedrongen. In de Centraal Afrikaanse Republiek en Malawi is men goed op weg met een duurzame aanpak, en zo zijn er meer successen.” Behalve aan zijn gedrevenheid en zijn kennis is dat ook te danken aan Youngs charisma, zegt Van de Geer. „Rory was iemand die tot de verbeelding sprak, met zijn stoere uiterlijk en die twinkeling in zijn ogen. Hij bezat de gave van het woord – zowel spreken als schrijven ging hem goed af, en dat in allerlei talen, en hij kon met mensen uit alle sociale klassen overweg. Wij zullen zijn werk voortzetten, hoe moeilijk dat ook is zonder hem.”