Reportage

De beek moet weer gaan kronkelen als vroeger

Waterhuishouding Een beek in Brabant wordt in oude staat hersteld. Door te ‘hermeanderen’ moet het water op een natuurlijke manier worden vastgehouden. Een halve eeuw geleden moest de beek recht zijn, nu is krom in zwang.

Graafmachines bij de beek de Run, nabij Eindhoven.
Graafmachines bij de beek de Run, nabij Eindhoven. Foto Merlin Daleman

Het is een beek zoals vele andere. De Run, in zuidelijk Noord-Brabant, werd rechtgetrokken bij de ruilverkaveling in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, bedoeld voor de waterafvoer van zuidoostelijk Brabant en het Kempens Plateau in Belgisch Limburg. Hij loopt onder de plaatsen Eersel en Steensel door tot vlakbij Veldhoven, waar hij uitmondt in de Dommel.

Ongeveer halverwege de watergang kun je zien hoe de hele Run was, voordat in 2011 de hersteloperatie begon met een eerste „verkenning”. Een gewone waterweg, niet breder dan een flinke sloot, die over een lengte van 17 kilometer door het boerenland loopt, langs groene oevers, door maïsvelden en weides. Een prima beek op het oog, maar zo kan het niet langer.

De Run onder Eindhoven

Natte natuur

Na de recente grootschalige overstromingen in Europa staat waterhuishouding opnieuw bovenaan de agenda. Rivieren krijgen de ruimte, vaak in de vorm van natte natuur die het nuttige en het aangename moet combineren.

De Run is diep en recht, zegt Martijn Tholen, bestuurder van waterschap De Dommel. De beek zuigt het omgevingswater op en voert het te snel af. Verdroging en verlies van biodiversiteit zijn de gevolgen. En, bij overvloedige regenval: het gevaar van overstroming van de op het laagste punt in de omgeving gelegen stad Eindhoven. Tholen: „De vraag is: kun je die piekbuien gedoseerd afvoeren?”

Daarom voert het waterschap samen met de betrokken gemeentes, Staatsbosbeheer én de boeren in het stroomgebied een omvangrijk project uit tot herstel van de Run. Die moet weer gaan kronkelen zoals vroeger.

Door dit ‘hermeanderen’ zal het water op een natuurlijke manier worden vastgehouden in het gebied. Er zijn minder rivierstuwen nodig, waardoor de hele Run ‘vispasseerbaar’ wordt: stuwen en dammen blokkeren de reproductietrek van vissen, waardoor er van de riviervissen in Europa nog maar een fractie over is.

De hoop is dat de vissen het in ouderwets kronkelende beekjes wél naar hun zin hebben. Waar een halve eeuw geleden alles recht moest, is nu krom in zwang. Vooral in Oost-Nederland is hermeanderen aan de orde, omdat daar dankzij licht hoogteverschil een beetje vaart in het water zit. Het is precisiewerk – daar gaat een stuw weg, daar komt een nieuwe terug, hier komt een bypass, daar een vispassage.

Wandelpaden en een fietssnelweg

Op de motorkap van Tholens terreinwagen vouwt omgevingsmanager Deborah van Gaal van het waterschap drie projectkaarten uit. Samen beslaan ze van zuidwest tot noordoost de loop van de Run. Een rode lijn geeft de huidige Run aan, de te realiseren blauwe kronkelt er speels omheen. Over een lengte van acht kilometer wordt de rode lijn gedempt en de blauwe uitgegraven. In een strook eromheen staan wandel- en fietspaden en nieuwe natuur getekend; met de verlegde provinciale weg (N69) is dit project kern van een regionale opknapbeurt.

De werkzaamheden zijn in volle gang, bij het deel wat de Natte Natuurparel Grootgoor moet worden. Graafmachines scheppen in bergen grond. Tholen en Van Gaal lopen over gladde metalen platen naar de beek. Links is een nieuw viaduct voor de N69 gebouwd, een fietssnelweg steekt hier straks de Run over. Verderop komt nieuw bos en schraal grasland, waarop bijzondere planten moeten gaan groeien.

De Run als rechtgetrokken beek. Foto Merlin Daleman

De oude Run is in natuurgebied Grootgoor nog maar een klein stroompje in een deels drooggevallen bed. Vanwege het werk is het waterpeil verlaagd, zegt Tholen. Op een vel papier schetst hij het beekprofiel. Eén is ‘oud’: een rechte, vrij diepe bak. Twee is de nieuwe Run: ondieper, met een diepere sleuf onderin de kom, die moet garanderen dat het water blijft stromen.

Subsidie voor de beekprik

Daar gaat het weleens mis met hermeanderen, liet de Wageningse rivieronderzoeker Jasper Candel vorig jaar in NRC zien. Onder andere de Tungelroyse Beek, de Astense Aa en de Midden Regge bleken na het werk van de graafmachines niet te meanderen zoals gehoopt. Ze namen een niet geplande loop, het water stroomde niet, biodiversiteit en visstand verbeter-den zich niet zoals was uitgerekend.

Afhankelijk van procedures wordt het project op zijn vroegst in 2023 opgeleverd. Op hele stukken zijn ze nog in onderhandeling met bewoners en boeren over de aankoop van de grond. De kosten van het project zijn begroot op ongeveer 8 miljoen, los van de kosten voor grondverwerving.

Lees ook: Meanderende rivieren? Dat is niks voor Nederland

De eerste plannen gaan terug tot 2011. Waarom is het zo’n project van de lange adem? Vroeger ‘deden’ de provincie en de waterschappen de inrichting van het platteland, zegt Tholen. In moderne gebiedsontwikkeling praten alle belanghebbenden mee; boeren, burgers, organisaties. Van Gaal: „Het bijzondere is dat bedrijven en particulieren die nieuwe natuur straks ook in beheer krijgen.”

Tholen en Van Gaal rijden door modder en plassen, langs maïsvelden, varkensstallen en de fabriek van ASML, naar het einde van de Run in deelgebied Heers. Bij de voormalige Philips-vijvers, nu de Kempense Plassen, is een klein stukje van de Run klaar. Ze kijken onder het rooster van de vispassage, waar het water stilstaat. Buiten de paaitijd is de passage dicht, legt Tholen uit. Als het zover is, gaat de deur open voor onder meer de beekprik, een beschermde soort waar ze veel subsidie voor krijgen, zegt Tholen.

De Run als kronkelende beek. Foto Merlin Daleman

„Zie je die palen?”, vraagt hij. Op het laatste stukje Run is met boomstammetjes aan weerszijden van de beek een golfpatroon aangebracht. „Dit is mini-meandering.”

Zo ontstaat, zonder de beek te verleggen, toch het kronkelen. „Je krijgt zandafzetting achter de houten blokken.” Het zand neemt het over als de palen vergaan. Zo helpen mens en natuur elkaar. Hier eindigt het beekdalproject. Na de stuw gaat de Run nog een klein stukje verder, tot bij de eik verderop, waar de beek de hoek omgaat en uitkomt in de Dommel.