Reportage

Componistenduo kleedt landschappen aan met muziek

Oranjewoud Festival Het Friese Oranjewoud Festival spoort een nieuwe generatie aan muziek en natuur te laten versmelten. Zo blijkt kunst ook waardevol als het tijdelijk is.

De Belvedère-toren in Oranjewoud, epicentrum van het Soprano Panorama, komend weekend tijdens het Oranjewoud Festival.
De Belvedère-toren in Oranjewoud, epicentrum van het Soprano Panorama, komend weekend tijdens het Oranjewoud Festival. Foto Janko Duinker

Hun werkwijze herinnert aan Christo, alleen kleden componisten Jeroen Strijbos en Rob van Rijswijk landschappen niet aan met doek, maar met muziek. Tot en met zondag versmelten de bossen en weilanden rond uitkijktoren De Belvédère in Oranjewoud met vrouwenstemmen in Soprano Panorama.

In de Escher-achtige betonnen kolos – verborgen tussen woekerende eiken, beuken en kromgegroeide naaldbomen – glanzen rechthoekige oranje platen. Wonderlijk dat die straks zullen klinken als sopranen. En in de weilanden staan zogenaamde longthrow-speakers. Haspels met vele meters snoer liggen nu nog aan de voet van de toren. De componisten zijn druk met het optuigen van hun muzikale architectuur. Want dat is het, beaamt Van Rijswijk. „De mensen wandelen en klimmen door een landschap en een toren die ook uit klank zijn opgebouwd.”

Wandelingen

Al eerder maakten beide componisten zulke ‘wandelingen’: bijvoorbeeld langs een kilometer strand bij het festival Oerol op Terschelling en zo’n twee maanden geleden bij zonsopgang op de gletsjer van de Oostenrijkse Alpenreus Dachstein. Soprano Panorama past wat dat betreft in een tweeledige ontwikkeling: muziek is meer dan een luisterervaring en een kunstwerk is niet noodzakelijkerwijs iets voor de eeuwigheid, maar heeft ook waarde wanneer het ergens tijdelijk opduikt en weer verdwijnt.

„Mensen vragen na afloop vaak of ze een opname van de muziek kunnen kopen voor thuis”, zegt Strijbos. „Maar dat doen we niet. De klanken en het landschap vormen een eenheid. Die twee loskoppelen is vergelijkbaar met een kist Franse streekwijn meenemen van vakantie en ontdekken dat die thuis toch anders, en minder intens smaakt.”

Bedoeling van de makers is dat landschap en klank een contemplatieve ruimte vormen voor de gedachten en gevoelens van de bezoekers. De muziek belichaamt uitgesproken gevoelens maar of daar een concreet narratief uit voortvloeit, hangt af van de wandelaar zelf. „Er zit daarom geen duidelijk begin en slot aan de muziek”, vertelt Van Rijswijk. „Mensen komen op een willekeurig moment het klanklandschap binnenlopen.”

Hun muziek is geen autonoom gegeven, zoals Beethovens ‘Vijfde Symfonie’, die langs een strakke tijdlijn opbouwt. Zij grijpt eerder terug op de rituele rol ervan, uit een tijd voordat de klassieke traditie het luisteren tot ‘wet’ verhief. „Je loopt hier ook te midden van de klanken”, legt Van Rijswijk uit. „Dus bij elke stap doen zich veranderingen voor. De zon kan plots door het bladerdak breken, en weerkaatsen op zo’n oranje zangplaat of een opstekende wind laat – zoals nu – de stemmen verwaaien. Het groeit uit tot een ‘gesprek’ tussen het weidse en het intimieme.”

Muziek en natuur

Dit soort nieuwe composities begint een handelsmerk te worden voor festivals in de buitenlucht, zoals hier in het Friese Oranjewoud. Oprichter en artistiek leider, pianist Yoram Ish-Hurwitz, is ervan doordrongen dat muziek in de natuur meer moet zijn dan een vleugel in een weiland neerzetten.

Dat geldt ook voor Soprano Panorama. „Dit is niet iets wat je volgende week weer op dezelfde manier elders opzet als een rondtrekkend circus”, vindt Van Rijswijk. „De muziek hebben we toegesneden op deze plek. Mensen staan of zitten niet meer tegenover het kunstwerk, maar ze bevinden zich er middenin, ze maken er deel van uit. Het doet me wel denken aan een Mariakapel langs de weg, daar krijg je even de indruk in een andere wereld te zijn te midden van het alledaagse.”

Oranjewoud Festival van 19 tot 22 augustus.