‘Beter Leven-keurmerk is mislukt’

Veehouderij Met haar keurmerk garandeert de Dierenbescherming ‘diervriendelijke’ productie. Een actiegroep ziet toch misstanden.

Het Beter Leven-keurmerk blijkt geen garantie voor diervriendelijke vleesproductie. Regels worden ook door bedrijven die het keurmerk dragen geschonden, blijkt uit onderzoek van actiegroep Ongehoord.
Het Beter Leven-keurmerk blijkt geen garantie voor diervriendelijke vleesproductie. Regels worden ook door bedrijven die het keurmerk dragen geschonden, blijkt uit onderzoek van actiegroep Ongehoord. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Kippen in een waterbad elektrisch verdoven voor ze geslacht worden: het mag niet meer, maar wordt nog steeds gedaan – en gedoogd. Een varkensslachterij die namens de Dierenbescherming boeren aanmeldt voor een diervriendelijk keurmerk, terwijl ze zelf varkens mishandelt: het hoort misschien niet, maar gebeurt toch. Het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, bedoeld als garantie dat vlees en eieren diervriendelijk geproduceerd worden én om te tonen hoe voor dieren wordt gezorgd voor ze in slachthuis en supermarkt belanden, is een „wassen neus”. Dat stelt actie- en onderzoeksgroep Ongehoord, die sinds 2011 onderzoek doet naar de vee-industrie. Deze woensdag publiceert de organisatie een kort onderzoek over het keurmerk.

Belangrijkste conclusie: de regels in de vee-industrie worden nog steeds overtreden, ondanks het keurmerk. Johan Boonstra van Ongehoord: „Het Beter Leven-keurmerk is mislukt.”

Lees ook: Twintig jaar nadat de term bedacht is, verdwijnt de plofkip uit de schappen

In 2007 riep de Dierenbescherming het Beter Leven-keurmerk in het leven. Doel: de veehouderij in Nederland diervriendelijker maken. Zelfs de grootste kalverslachter van Europa, de VanDrie Group, deed mee. In een convenant beloofden Dierenbescherming, ministerie van Landbouw, supermarktketens en belangenorganisaties in 2009 het diervriendelijk geproduceerde aanbod van vlees en eieren in supermarkten en restaurants jaarlijks met 15 procent te laten stijgen. Boer, slachter, vleesverwerker, verpakker en supermarkt zijn daar samen verantwoordelijk voor.

Sindsdien is het keurmerk, een handje met een tot drie gele sterren, razendsnel gegroeid. De inkomsten – bedrijven die het voeren, moeten de Stichting Beter Leven keurmerk betalen – vervijfvoudigden tussen 2012 en 2019 tot bijna 2 miljoen euro. Stond het keurmerk in 2015 nog op zo’n 18 procent van de verpakte burgers, sukadelapjes en kippenbouten, in 2019 was dat 40 procent, en voor eieren zelfs 82.

Hoe meer sterren, des te diervriendelijker het product. Het keurmerk kent één ster toe aan producten waarbij de dieren „voldoende ruimte en daglicht hebben gezien”, tot drie sterren als de dieren „de meeste rust-, ruimte- en speelmogelijkheden” hebben.

Geslagen en opgejaagd

„Mínder en beter vlees”, was het motto van de Dierenbescherming toen het keurmerk bedacht werd, zegt Johan Boonstra van Ongehoord. Maar een blik op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek leert dat de kippen en varkens tussen 2007 en 2020 met miljoenen toenamen. In zijn onderzoek zet Ongehoord de overtredingen op een rij die het de afgelopen tien jaar vaststelde bij bedrijven met het keurmerk. Van op elkaar gepropte konijnen in te krappe hokken tot varkens die op weg naar de slachterij geslagen en opgejaagd worden.

Ook in het slachtproces worden overtredingen begaan, volgens Ongehoord. Zo is in mei 2020 de ‘waterbad-methode’, waarbij een kip voor de slacht in een bak water een elektrische schok krijgt en het bewustzijn verliest, voor Beter Leven-pluimveeslachterijen afgeschaft. De methode is omstreden, zegt Boonstra, omdat de kip vlak boven het waterbad vaak zijn kop wegtrekt. „Dan wordt bij volle bewustzijn de keel doorgesneden.”

De website van de Dierenbescherming over het Beter Leven-keurmerk meldt: „Zo heeft de Dierenbescherming het gebruik van de elektrische waterbadmethode voor pluimvee binnen het Beter Leven-keurmerk verboden.” Maar in een mailwisseling met Ongehoord erkent ze dat een pluimveeslachterij in Dronrijp de methode nog toepast. Over uitfaseren van de methode is sinds 2016 gesproken, en per mei 2020 gold een volledig verbod. Maar de slachterij kreeg een jaar extra om een nieuwe slachtlijn aan te schaffen en de benodigde verbouwing te regelen. Toen die termijn ook werd overschreden, kreeg de slachter ontheffing tot eind dit jaar. Omdat de vergunningsaanvraag bij de gemeente vertraging had opgelopen, legt een woordvoerder van de Dierenbescherming aan de telefoon uit. „Wij vinden deze methode ook niet wenselijk, maar dit is overmacht.”

Ongehoord vestigt ook de aandacht op Gosschalk, de runder- en varkensslachterij uit Epe die twee maanden geleden het nieuws haalde. Begin juli sloot demissionair minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie) het slachthuis nadat was gebleken dat dieren er mishandeld werden. Het Functioneel Parket is er strafrechtelijk onderzoek naar begonnen.

‘Ketenregisseur neemt het niet nauw’

De slachterij treedt op als ketenregisseur van het Beter Leven-keurmerk. Zo’n partij meldt de bij zijn keten betrokken veehouderijen aan bij de Stichting Beter Leven-keurmerk en houdt er toezicht op, aldus de Dierenbescherming op haar site.

Boeren die kans willen maken op sterren moeten zich dus aanmelden bij een bedrijf dat het zelf niet nauw neemt met de regels? „Gosschalk is behoorlijk besmet in het wereldje”, erkent de Dierenbescherming, „maar het werk als ketenregisseur is strikt gescheiden van het werk als slachterij. En het is puur administratief.” Een royement als ketenregisseur ligt ingewikkeld, zegt de woordvoerder. De woordvoerder mailt nadien nog: „Gosschalk voldoet aan de criteria voor ketenregisseur en we hebben op dit moment geen aanleiding om fouten in de administratie van andere veehouderijen te vermoeden.”

Gosschalk kreeg afgelopen vrijdag voor de vierde keer te horen dat zijn plan om de geconstateerde misstanden te voorkomen niet goed genoeg is. Er is „weliswaar vooruitgang geboekt”, mailt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, „maar de nadruk op het waarborgen van dierenwelzijn komt nog onvoldoende terug in het plan.”