Eercultuur is er nu ook online — hoe ontworstel je je daaraan?

Verklikken ‘Exposing’ treft vooral migrantengemeenschappen. De eercultuur waar mensen offline mee opgroeien, is er nu ook online, ziet , voor wie dit herkenbaar is. Hoe ontworstel je je daaraan?

Illustratie Jasmijn van der Weide

Het lijkt allemaal relatief onschuldig. Een meisje doet in een video een dansje, of draagt daarin make-up, misschien neemt ze een sexy pose aan. Niets mis mee. Maar een dag later is het filmpje bij haar familie beland en wordt er schande van gesproken.

Exposing, noemen ze dit. Verklikken zou je ook kunnen zeggen, iets wat vooral vrouwen en lhbt’ers, meestal zijn ze jong, uit migrantengemeenschappen treft. Sociale media, zo vaak een toevluchtsoord voor mensen uit deze gemeenschappen, blijken steeds vaker geen veilige plek meer. De eercultuur waar zij offline mee opgroeien, een cultuur waarin niet het individu maar het collectief voorop staat, en waarin hun familie dus kan worden aangesproken op sociaal onwenselijk gedrag, is er nu ook online – soms met grote gevolgen.

Dit ‘exposen’ gebeurt vaak op Telegram, een berichtendienst waar gebruikers gemakkelijk anoniem kunnen blijven. Daar kun je ‘exposinggroepen’ vinden met namen als ‘sletjes020’ of ‘kech010’ (kech komt van het Marokkaanse kehba en betekent slet). Er verschijnen foto’s van meisjes die nietsvermoedend beelden van zichzelf hebben gestuurd, bijvoorbeeld naar hun vriend. Wat begint als sexting loopt dan uit op exposing: telefoonnummers van de meisjes worden verspreid, of soms adressen, waarna slachtoffers worden lastiggevallen door onbekenden. Soms worden ze hierna mishandeld door familieleden of uit huis gezet.

Exposing is daarmee in feite een nieuwe vorm van eergerelateerd geweld. En dat treft volgens verschillende onderzoeken relatief vaker jongeren met een niet-westerse achtergrond, want eerverlies wordt in hun families als schande gezien.

Toen ik jong was, had ik het gevoel dat er van mij andere verwachtingen bestonden dan ik van mezelf had

Koptisch-Egyptische migranten

Is deze nieuwe, online eercultuur vergelijkbaar met hoe het eerder ging, toen sociale media nog geen rol speelden? En waren er toen manieren om je aan die eercultuur te ontworstelen? Om die vragen te beantwoorden wil ik mijn eigen, wat oudere ervaringen met cultuurgebonden schaamte vergelijken met de gang van zaken van nu.

Sinds mijn vijfde woon ik in dit land, hier ben ik opgegroeid, hier ben ik volwassen geworden. Wel groeide ik als zoon van Koptisch-Egyptische migranten grotendeels op binnen de muren van een orthodox-christelijke gemeenschap in Eindhoven. Daardoor zag mijn leven er anders uit dan dat van klasgenoten.

Als tiener stond ik bijna elke zondag als misdienaar in onze kerk, en volgde ik tijdens vastenperiodes een streng veganistisch dieet, een gebruik dat voor oosters-orthodoxe christenen een oefening is in geestelijke groei en onthouding. In het weekend had ik geregeld bijbellessen. Die lessen waren in het Nederlands, maar in huis waren de Egyptische normen leidend. Thuis kwam via de satellietschotel SAT-7 binnen, een Arabischtalige, christelijke tv-zender. Facebook en Twitter bestonden al, maar het gebruik ervan was nog niet wijdverbreid. TikTok en Telegram moesten nog worden bedacht.

Toen ik jong was, had ik het gevoel dat er van mij andere verwachtingen bestonden dan ik van mezelf had. Zo hintte mijn vader er soms op dat mijn broers en ik na de middelbare school zouden moeten trouwen met een vrouw uit onze eigen gemeenschap. Dit terwijl klasgenoten al jong allerlei relaties aangingen en, tot mijn grote verbazing, met hun ouders praatten over hun liefdes en over hun seksleven. Bij mij thuis werden zulke gevoelige onderwerpen niet besproken, dat was uit den boze. Tot mijn twintigste kende ik de Arabische termen voor de geslachtsorganen niet. Laat stáán dat ik er over mijn homoseksualiteit durfde te praten.

Ik leefde in mijn puberteit met een masker op, weet ik nu. Niet omdat ik me voor mijn homoseksualiteit schaamde, maar om de reputatie van mijn familie niet te schaden. Bij ons gold wat in veel oosterse culturen geldt: het is belangrijk wat anderen over je denken. Je eigenwaarde wordt grotendeels bepaald door je reputatie binnen de gemeenschap. Die cultuur heerst vaak in migrantengemeenschappen – en staat haaks op de cultuur hier, die meer uitgaat van het individu.

Lees meer over eergerelateerd geweld: Hier hoef je niet bang te zijn voor je eigen familie

Familiereputatie

Ik werd dus opgevoed met principes uit een werelddeel waarin ik niet woonde, waardoor ik schipperde tussen twee verschillende leefwerelden, elk met een andere set normen en waarden. Zelfstandig keuzes maken, zonder bemoeienis van anderen, was niet vanzelfsprekend: ik voelde de ogen van anderen uit mijn gemeenschap. Een soort sociale controle was het, die ik als verstikkend ervoer: de familiereputatie was bij wat gold als een misstap al snel beschadigd. Een laag schooladvies kon bijvoorbeeld een reden voor schaamte zijn. Openlijk bevragen waarom je eigenlijk moest geloven was dat ook.

Ik wist al jong dat mijn vader me niet zou accepteren als gay – hij denkt nog altijd dat ik bezeten ben door een demon. Op mijn zestiende besloot ik om (met hulp van jeugdzorg) op kamers te gaan: ik was niet meer bereid een dubbelleven te leiden. En ik had ook geen zin om familieleden te overtuigen me te accepteren, ik had immers zelf geen moeite met mijn homoseksualiteit. Op mijn achttiende was ik definitief weg, ik verhuisde naar Amsterdam om te studeren, een plek ver weg van Noord-Limburg, waar ik zo strenggelovig werd opgevoed.

Inmiddels ben ik 26 en voel ik die sociale controle allang niet meer. Maar toen ik twee jaar geleden een bezoek bracht aan Egypte, besefte ik hoe sterk die controle nog steeds kan zijn. Zo zei een nicht van me op een dag, toen we ergens iets gingen ophalen: „Je kunt beter beneden wachten. Als we samen het appartement binnengaan, zullen de buren rare dingen denken.” Of mijn tante: „Kom niet te laat thuis, anders gaan buurtgenoten roddelen.” Het werd me al snel duidelijk dat ik tijdens mijn bezoek rekening moest houden met wat anderen van ons dachten.

In de weken die volgden, besloot ik me hier soms niets van aan te trekken. Maar dat was nog niet zo makkelijk. Zo werd ik een keer ’s nachts aangesproken door een buurman, die wilde weten wat ik zo laat nog buiten deed en bij welke familie ik hoorde. Ik vroeg hem waar hij zich mee bemoeide, waarop hij boos werd: hij had het recht om dat te weten, vond hij. Soms lopen zulke confrontaties slechter af. Vrouwen worden in dit soort situaties door de wijk verketterd of lopen het risico slachtoffer te worden van seksuele intimidatie. Om vervolgens zelf de schuld te krijgen.

Mijn tante lachte toen ik haar de volgende ochtend vertelde wat er was gebeurd. Maar ze benadrukte dat ik me moest gedragen, uit angst voor roddels. „Anderen veroordelen me al omdat ik geen hoofddoek draagt en hier alleen woon”, zei ze. Ze wilde het liefst zo weinig mogelijk te maken hebben met de buurtbewoners.

Ik realiseerde me na dat gesprek dat ik, door haar advies te negeren om niet te laat thuis te komen, haar reputatie in de wijk kon hebben beschadigd. De resterende dagen besloot ik me discreter op te stellen, voor haar. Zoals ik dat ook als tiener had gedaan om mijn vader gezichtsverlies te besparen. Ik zag destijds hoe hij worstelde met zijn vertrek uit Egypte – en wilde het hem niet nog moeilijker maken.

Diezelfde zoektocht vindt nu vaak online plaats, alleen kunnen jongeren zich daar niet meer per definitie veilig bewegen

Puzzelstukjes

In Nederland wonen migrantenjongeren in een land waarin ze van alles mogen, maar tegelijkertijd hebben ze impliciete verantwoordelijkheden jegens de cultuur die ze óók bij zich dragen. Daardoor ontstaan er conflicten – ze schipperen constant tussen twee werelden. Ouders kunnen hun kinderen niet altijd bieden wat ze nodig hebben om te navigeren in die andere samenleving. Mijn vader voedde me op met de beste bedoelingen, met de normen en waarden die hij kende, maar in de praktijk bleken die haaks te staan op de gewoontes waar ik elke dag mee te maken kreeg. Dat zorgde ervoor dat ik buiten ons gezin op zoek ging naar de ontbrekende puzzelstukjes.

Diezelfde zoektocht vindt nu vaak online plaats, alleen kunnen jongeren zich daar door exposing niet meer per definitie veilig bewegen. Omdat beeldmateriaal als een olievlek over het internet kan verspreiden, leidt exposing ertoe dat deze jongeren alleen maar meer zorgen over hun reputatie binnen hun gemeenschap krijgen. In feite wordt de eercultuur zo juist in stand gehouden, of misschien zelfs wel versterkt.

Maar hoe ontworstel je je dán aan die beklemmende regels en tradities?

Mijn persoonlijke dilemma was: óf ik zou me vervreemden van mezelf óf van mijn orthodoxe gemeenschap. Uiteindelijk was mijn verlangen om vrij te kunnen leven van beperkende dogma’s sterker dan de behoefte aan bevestiging van anderen. Ik brak daarom al op jonge leeftijd met enkele familieleden en met de gemeenschap. Niet gemakkelijk, maar wel nodig.

Het moeilijkste was om al jong te beseffen dat ik verantwoordelijk was voor mijn eigen leven. Maar door het oude los te laten, heb ik ruimte gemaakt voor een nieuwe omgeving en voor mensen die mij wél accepteren. Dat betekent overigens niet dat ik de mooie kanten van mijn culturele achtergrond niet omarm: ik ben gevormd door twee culturen en heb van beide de vruchten geplukt.

Idealiter zouden mensen zoals ik niet hóéven breken met hun gemeenschap om voluit te kunnen leven. Maar soms is er geen andere uitweg.