Recensie

Recensie Film

‘Rizi’: wonder van een film vol eenzaamheid en hunkering

Arthouse Artfilmicoon Tsai Ming-liang is weer op de toppen van zijn kunnen met zijn intieme observaties van twee vreemdelingen die elkaar voor slechts even ontmoeten in Bangkok.

Anong (Anong Houngheuangsy) in ‘Rizi’.
Anong (Anong Houngheuangsy) in ‘Rizi’.

Een man kijkt naar de regen. Wij kijken naar hem. Naar hoe het licht door de glazen ruit op zijn gezicht verandert. Hoe bomen boven zijn kruin heen en weer zwiepen, maar hij onbeweeglijk is. Hoe de regen zijn huid teistert maar hij niet nat wordt. In de reflectie van het glas lijkt het alsof er gras op zijn armen groeit.

Die man is de Taiwanese acteur en soms filmmaker Lee Kang-sheng, de muze van regisseur Tsai Ming-liang, die hem in al zijn films, van Rebels of the Neon God (1992) tot The River (1997) of I Don’t Want to Sleep Alone (2006) met zijn camera koestert en observeert. Rizi (Days) voegt een hoofdstuk aan al die verhalen en variaties toe.

We herkennen in Kang versies van zijn eerdere personages; de belangrijkste verhaallijn volgt hem naar Bangkok, waar hij een acupunctuurbehandeling ondergaat voor zijn chronische nekpijnen (een documentair element). Daar ontmoet hij de tweede hoofdfiguur: Anong, een jonge Laotiaanse man met wie hij een (erotische) ontmoeting heeft in een hotel. Meer is het niet.

Maar artfilmicoon Tsai Ming-liang is na zich een aantal jaar te hebben toegelegd op het maken van theater, installaties en virtual reality terug op de toppen van zijn kunnen met deze intieme observaties. Slechts 46 shots telt de film, sommige wel tien minuten lang. Kleine bescheiden wondertjes van filmmaken getekend in licht, tijd en reflecties. Vol eenzaamheid en hunkering.