Opinie

Opschalen van klimaatbeleid vereist meer leiderschap

Na het IPCC-rapport Het nieuwe rapport van het VN-klimaatpanel smeekt om leiderschap van bedrijven én overheid. Zie het ongemak van dit moment als een keerpunt, stellen Maria van der Heijden en Daniëlle Hirsch.

Medewerkers van een Nederlandse start-up bij het ontwerp van de Lightyear One, die deel op zonne-energie rijdt.
Medewerkers van een Nederlandse start-up bij het ontwerp van de Lightyear One, die deel op zonne-energie rijdt. Foto Bart van Overbeeke /Hollandse Hoogte

Veertien jaar geleden veroverde de film An Inconvenient Truth van Al Gore de wereld. Die ongemakkelijke waarheid is actueler dan ooit met het IPCC-rapport waarin de oorzaak van klimaatverandering ontegenzeggelijk wordt toegeschreven aan de mens. „Code rood voor de mensheid”, duidelijker kan het niet.

Zes jaar geleden hebben we het Klimaatakkoord van Parijs getekend. Hebben we sindsdien met verve gewerkt aan de afspraken om te komen tot een beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 graden? NEE! De CO2-uitstoot stijgt nog steeds, de biodiversiteit neemt verder af. Nederland bungelt onderaan de lijstjes van Europese landen in de energietransitie.

Knettergoed in innoveren

Nederland is een apart land. We zijn knettergoed in innoveren, organiseren, verbinden, samenwerken en plannen voor de lange termijn. We zijn rijk en staan met onze handelsnetwerken in contact met mensen over de hele wereld. We hebben niet alleen baat bij een effectief klimaatbeleid vanwege onze lage ligging, Nederland kan ook vooroplopen door te innoveren en te zorgen dat we bij de kopgroep zitten, bij de ‘first movers’.

Waarom gaan we niet radicaal om? De waan van de dag maakt dat we doorgaan met wat we kennen. Een klimaatpositieve en circulaire economie vraagt een transitie van ons als mens. De coronacrisis laat zien dat we dat kunnen. Het klimaat vraagt eenzelfde radicale verandering, waarin we alles op alles zetten om te verduurzamen.

Ondernemers in ons netwerk laten zien dat het kan. Zij tonen aan dat het loont om afval om te zetten in nieuwe grondstoffen. Zij laten zien dat wind- en zonne-energie inmiddels rendabel zijn. Ze laten zien dat vergroenen van woestijnen mogelijk is, dat bossen in tien jaar hersteld kunnen worden met winst voor iedereen. Lokaal en mondiaal. Wat nu nodig is, is opschalen. Dat vereist leiderschap van bedrijven – specifiek de industrie – en de overheid.

Discussie in de bestuurskamer

Zelfs een alarmerend IPCC-rapport leidt niet tot andere discussies in de bestuurskamers. „We gaan hier niet direct veel harder van lopen, want we zijn al continu met verduurzaming bezig”, klinkt het in een artikel in NRC. Een slappe reactie als je weet dat we een zware onvoldoende hebben. De industrie zegt dat de overheid het moet oplossen. Dat is je reinste onzin als je zelf vindt dat de veranderkacht en het innovatievermogen bij het bedrijfsleven ligt. Aan de slag leiders! De boardroom in en zie het ongemak van dit moment als een keerpunt.

We moeten echt ophouden naar elkaar te wijzen en allemaal de handschoen oppakken en vanuit eigen kracht en leiderschap het verschil maken. Zoals Victor van der Chijs, voorzitter van Deltalinqs het formuleert: „Met onze industrie en infrastructuur kunnen we het verschil maken. We moeten een voorbeeldfunctie hebben in de verduurzaming. Dan ben je de aanvoerder en kun je met vergroening van processen ook geld verdienen. Maar bedrijven kunnen dat niet individueel, daarin moet iedereen elkaar helpen”.

Onze overheid is ook aan de beurt. Zij zet immers de kaders die zullen stimuleren wat onze toekomst aantrekkelijk maakt. En zij kan zorgen dat alles wat die toekomst nu in gevaar brengt, gecontroleerd en met oog voor de ‘verliezers’ wordt afgebouwd. Leiderschap vereist een goede balans tussen wat de toekomst vraagt – een visie – en wat vandaag en morgen nodig is – daadkracht. Als het makkelijk was, dan was het al gebeurd. Het is niet makkelijk, het vraagt innovatievermogen, het vraagt leiderschap, het vraagt sturingskunst. Dus laten we dat ook oprecht positief benoemen; met het agenderen van de klimaatcrisis brengen we een ode aan het ongemak van deze tijd. In het belang van de toekomst.

Het buurmeisje in 2030

Stel je voor… de vraag van je buurmeisje in 2030:

„Maar wisten jullie dan niet hoe ernstig het probleem was?”

Dat wisten we maar al te goed. De kranten stonden vol van de gevolgen; overstromingen, droogte, natuurrampen, honger.

„Maar wisten jullie dan niet wat je moest doen?”

Wil je een eerlijk antwoord? Dat wisten we best. Iedereen zag het aankomen. Maar we vonden het gedoe. Veranderen kost tijd en energie.

Twee partijen zijn bezig een nieuwe regering te vormen. Sigrid Kaag reageerde resoluut: „Het is nu of nooit. D66 wil actie. Snelle invoering van het nieuwe klimaatpakket van de EU én een leidersrol voor Nederland.” Een deel van de VVD wil ook meer – klimaatpaus Ed Nijpels stelt zelfs dat het al vijf over twaalf is. De partijleider is nu aan zet. Hij heeft een feilloos gevoel voor wat Nederland wil. Gegeven de berichtgeving in de zomer van branden, hitte en overstromingen is dit het moment om een stap vooruit te zetten. Voor de buren, voor bedrijven, voor de toekomst.

Beste Mark Rutte, we hebben de kennis, het innovatievermogen, het verandervermogen en het geld. Wees alsjeblieft het ongemakkelijke gesprek met uw buurmeisje voor. Zet nu alles op alles om het tij te keren; er zijn geen excuses meer.