Nederlandse medemenselijkheid past in een bijzin

Zap De situatie in Afghanistan domineerde de actualiteitenprogramma’s. Aan tafel bij Humberto ging het over de Afghanen die niet naar Nederland mogen komen.

De situatie in Afghanistan wordt besproken in Humberto.
De situatie in Afghanistan wordt besproken in Humberto. Beeld RTL4

De dag nadat de Taliban („streng gelovige mannen die veel geweld gebruiken”) de macht hadden overgenomen in Kabul ging het NOS Jeugdjournaal op bezoek bij de twaalfjarige Soroed. Het leverde een onvergetelijk beeld op. Soroed telefoneerde met haar oom die in Afghanistan zijn leven niet zeker is omdat hij voor de regering heeft gewerkt. Naast haar op de bank zat haar tante, in tranen. Aan de zijkant lag Soroeds zieke grootmoeder achterover in een stoel, gestut door kussens te luisteren naar de verre stem van haar zoon. Ze kon zich er niet meer voor overeind hijsen.

Soroed, wier ouders voor de Taliban naar Nederland waren gevlucht, legde haar leeftijdsgenoten uit hoe bang haar oom en anderen waren voor misdragingen van de Taliban: „Dit is slecht en verdrietig nieuws.” Ze had nog wel enige hoop „dat Europa ons komt helpen”. Rondom het gesprek met het meisje werd de situatie helder uitgelegd, inclusief de nare beelden van mensen die zich in paniek vastgrepen aan een opstijgend vliegtuig. Oud-correspondent Nathalie Righton legde uit wat er voor meisjes aan dagelijks leven en toekomst op het spel stond: „Naar school gaan, iets leuks met je haar doen, een baan vinden als dierenarts bijvoorbeeld.”

Grotemensenjournaal

Wat het Jeugdjournaal niet behandelde, was de omgang van Nederland met Afghanen die in gevaar verkeren omdat ze voor de Nederlandse militairen hebben gewerkt. Ron Fresen voorspelde in het grotemensenjournaal dat het Nederlandse beleid voor deze mensen „op papier hard, in de praktijk ruimhartiger” zou zijn. Dit baseerde hij op een formulering van premier Rutte waarin naast tolken en ambassadepersoneel sprake was van „anderen die onze bescherming verdienen”. Nederlandse medemenselijkheid past in een bijzin.

Dat contrasteerde nogal met een overzichtje dat Nieuwsuur bracht, over de voornemens van Britten, Amerikanen, Canadezen en Duitsers – maar het stak vooral schril af bij de verhalen die even later aan tafel bij Humberto werden verteld. Daar zat de advocaat van tien beveiligers die volgens hem ondanks rechtsgeldige contracten voorlopig niet naar Nederland mochten komen. Frits Wester legde uit dat er op het ministerie geen animo was om iets te doen voor „mensen die in de keuken hebben gewerkt en een keer een paar aardappels hebben geschild”. Of die respectloze beeldspraak uit het ministerie of uit het brein van Wester was gelekt werd niet duidelijk.

Student Weis Matheen vertelde, ook bij Humberto, dat hij vorige week in Kabul vergeefs had geprobeerd zijn vrouw naar Nederland te krijgen. Buitenlandse Zaken houdt de deur dicht voor deze echtgenote van een Nederlands staatsburger. Inmiddels durft zij de straat niet meer op.

Levensgevaarlijke traagheid

Bij Op1 had Seweta Zirak een vergelijkbaar verhaal en vertelde Nathalie Righton aangedaan hoe ze midden in de nacht was gebeld door tolken en hun familie. „Het gevoel van verraad is heel groot.” Het beleid was onverteerbaar en de traagheid levensgevaarlijk, legde ze uit. „Stel dat je over een paar dagen toestemming krijgt om te vertrekken. Hoe kom je dan nog bij het vliegveld? Hoe kom je als vrouw nog veilig langs een checkpoint?”

Op1 had ook Jeroen Pauw gevraagd. Niet als presentator maar als gast, omdat hij twaalf jaar geleden een programma in Uruzgan had gemaakt en daar een fraai cliché had opgepikt: „Jullie hebben de klok, maar wij hebben de tijd.” Pauw stelde wel een paar scherpe vragen aan oud-minister van Defensie Eimert van Middelkoop (ChristenUnie), die zich moeizaam verweerde. Maar hij zat er tenminste, terwijl de premier en de Minister van Buitenlandse Zaken ergens in de luwte hun oude en nieuwe leiderschap vorm gaven.