Analyse

Blijft het tekort aan personeel zo groot?

Vacatures vs. werklozen Nog niet eerder was de arbeidsmarkt zo krap als nu. Voor het eerst zijn er meer vacatures dan werklozen. Wat betekent dat voor werkgevers én werknemers?

De Albert Heijn in Utrecht zoekt personeel.
De Albert Heijn in Utrecht zoekt personeel. Foto Peter Hilz

Treinverkeer dat plat ligt, koks die uit Spanje worden ingevlogen, horecazaken die dichtblijven: het tekort aan personeel was al zo groot dat werkgevers gekke sprongen moesten maken. Nu blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de krapte op de arbeidsmarkt historische proporties heeft aangenomen. Voor het eerst sinds het CBS begon met de metingen zijn er meer vacatures dan werklozen in Nederland. Voor elke honderd werknemers staan er nu 106 vacatures open.

Die nieuwe balans is vooral te danken aan een recordgroei aan vacatures, hoewel ook de werkloosheid daalde. Eind juni waren er 327.000 openstaande vacatures, dat zijn er 82 duizend meer dan aan het begin van dit jaar. Vooral in de zakelijke dienstverlening, de zorg en handel is de vraag naar personeel groot. Ook in de horeca zitten veel werkgevers verlegen om mensen. Sinds de stapsgewijze heropening van restaurants en cafés verdubbelde het aantal openstaande vacatures naar 27.000. De vacaturegraad, oftewel het aantal openstaande vacatures per duizend banen, is in de horeca zelfs het hoogst.

Coronacrisis

Deels is deze extreme krapte een gevolg van de coronacrisis, zeggen verschillende experts. „Corona heeft de arbeidsmarkt als het ware een verdoving toegebracht”, zegt Rob Witjes, arbeidsmarktexpert bij uitkeringsinstantie UWV. Hij doelt op de verschillende coronasteunmaatregelen vanuit de overheid. Door de NOW-loonsteun konden veel bedrijven mensen in dienst houden die ze anders misschien hadden moeten ontslaan. „Als die steun stopt, dan komt de normale dynamiek van de arbeidsmarkt weer op gang.” Hij bedoelt: dan zou zomaar de werkloosheid weer kunnen toenemen. „Maar het is een groot vraagteken.”

Ook Pierre Koning, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid aan de Vrije Universiteit, verwacht dat de werkloosheid wat zal toenemen zodra de overheid de coronasteun stopzet. „Die regeling heeft letterlijk de werkgelegenheid in stand gehouden.” Het wordt interessant om te zien, aldus de hoogleraar, of de overheid straks „het mes” in de regeling moet zetten, of dat die „vanzelf leegloopt”, doordat werkgevers er geen beroep meer op doen.

Het aantal werkgevers dat een beroep doet op de NOW-steun lijkt inmiddels wat af te nemen. Bij het UWV kunnen nu aanvragen voor de zesde ronde NOW-steun worden gedaan, voor de zomermaanden. In twee weken tijd kreeg de uitkeringsinstantie rond de 8.600 aanvragen binnen. De vorige ronde, in het voorjaar, waren er na twee weken ruim twee keer zoveel aanvragen gedaan. In de piek, aan het begin van de coronacrisis, ontvingen in totaal 139.500 bedrijven NOW-steun.

Ook op een ander terrein beïnvloedde corona de krapte op de arbeidsmarkt, constateert het CBS. Het aantal arbeidsmigranten dat in Nederland kwam werken nam, onverwacht, sterk af. Het statistiekbureau verwacht dat zij weer terugkeren, en dat dan ook de krapte op de arbeidsmarkt weer wat zal afnemen.

Lees ook: Uitvaartverzorger of hondenuitlater: deze mensen verlieten de horeca tijdens de coronacrisis

Toch zijn de personeelstekorten een blijvend fenomeen, zegt Witjes. Zo nu en dan zal er een „dip” zijn, een werkloosheid die weer toeneemt. Maar wie naar de lange termijn kijkt, ziet: de arbeidsmarkt blijft krap in verschillende sectoren. Een belangrijke oorzaak is dat de bevolking vergrijst.

In alle sectoren stijgt de gemiddelde leeftijd, in de zorg, het onderwijs en bij de overheid voorop. Veel mensen gaan de komende jaren met pensioen. Het aantal jongeren dat de arbeidsmarkt betreedt, is daarmee niet in verhouding. De beroepsbevolking groeit daardoor veel minder hard, en gaat misschien zelfs krimpen – dat hangt af van het aantal arbeidsmigranten dat hierheen komt. Maar het aantal vacatures zal hoog blijven.

Poef - overspringen

Normaal gesproken zijn er meer werklozen dan vacatures, dát is hoe de economie altijd heeft gewerkt. Een zekere werkloosheid hoort bij de dynamiek van de arbeidsmarkt, legt hoogleraar Koning uit. „Want mensen kunnen niet direct – poef – van de ene naar de andere baan overspringen.” Niet elke werkloze past immers op een openstaande vacature. „Het kost tijd en middelen voordat iemand een baan vindt, of andersom, voor een werkgever om iemand te vinden.”

Werkgevers zijn de vragende partij, in theorie kunnen werknemers nu meer eisen

Wat betekent het dat die wetmatigheid nu niet meer opgaat? Koning: „Heel kort gezegd is het goed nieuws voor werkzoekenden en slecht nieuws voor werkgevers.” Net als op de huizenmarkt is er één partij die eisen kan stellen. Werkgevers zijn in dit geval de vragende partij, werknemers kunnen in theorie meer eisen: hogere lonen, betere secundaire arbeidsvoorwaarden.

Lees ook de column van Maarten Schinkel: Hoe Covid-19 arbeid onder de radar duwt

Volgens werkgeversorganisatie AWVN, die bedrijven regelmatig bijstaat in cao-onderhandelingen, stegen de cao-lonen in juli met gemiddeld 2,3 procent. Dat is niet bijster hoog – maar wel hoger dan in eerdere maanden van dit jaar steeds werd afgesproken.

Niet dat loon doorslaggevend is. Koning: „Lonen zijn maar één aspect om mensen te trekken.” Ook flexibele arbeidstijden en autonomie in het werk zijn belangrijke voorwaarden voor mensen om voor een baan te kiezen. Volgens Witjes van het UWV vraagt de krapte ook om meer „creativiteit” bij werkgevers. „Misschien is een kandidaat ook geschikt voor een functie als hij aan vijf eisen voldoet, in plaats van alle acht.”

Textielindustrie

In een uiterst geval, bij aanhoudende extreme krapte, zou het kunnen dat bedrijven door personeelsgebrek hun productie of dienstverlening moeten terugschroeven. Of zelfs helemaal ophouden te bestaan. Koning: „De vraag is hoe erg dat is. We hadden vroeger een textielindustrie in Nederland, en de auto-industrie was veel groter. Hoeveel mensen vinden het nu nog erg dat die er niet meer zijn?”

Het hoort volgens hem nu eenmaal bij de „dynamiek” van een economie. „Sommige banen verdwijnen, andere banen ontstaan.”