Kamer kritisch op trage reactie van kabinet op val van Kabul

Kamerdebat De Tweede Kamer had veel kritiek op de manier waarop het kabinet met Afghanistan omgaat. Maar het werd een debat vol onmacht en schaamte.

„We hebben de situatie dus verkeerd ingeschat”, zei demissionair minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) tijdens het debat in de Tweede Kamer over de situatie in Afghanistan.
„We hebben de situatie dus verkeerd ingeschat”, zei demissionair minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) tijdens het debat in de Tweede Kamer over de situatie in Afghanistan. Foto Bart Maat/ANP

Verrast waren ze. Overvallen. Het was „een ramp”, vol frustratie, „manco’s” en „communicatieve breakdowns”. Zo schetsten drie bewindslieden van het demissionaire kabinet-Rutte III op dinsdagmiddag in de Tweede Kamer de manier waarop het kabinet reageerde op de val van Kabul.

Er was veel misgegaan, erkenden de ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) en Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel, VVD) aan een kritische Tweede Kamer.

Het kabinet had al vóór de val van Kabul, vlak voor het zomerreces, aan de Kamer beloofd dat Afghaanse tolken die voor Nederland hadden gewerkt, in veiligheid gebracht zouden worden. Bijleveld zei nu tegen de Kamer dat dat niet gelukt is. Sinds de zomer zijn er 43 tolken met hun gezinnen in Nederland aangekomen. Maar er zijn nog 65 tolken in Afghanistan die in aanmerking komen voor een vlucht naar Nederland.

„Dat is knap weinig”, zei Kamerlid Renske Leijten (SP). „Schaamt u zich niet?” Leijten verwees, net als Kati Piri (PvdA), naar de val van Srebrenica in 1995. „Ook dat was een interventie die niet bracht wat ze moest opleveren, waarna westerse troepen de benen namen en de bevolking aan hun lot overlieten.”

Intussen realiseert de Kamer zich óók dat als de Afghanen die Nederland hebben bijgestaan gered moeten worden, het niet alleen om tolken gaat. Salima Belhaj (D66) kan zichzelf hier „achteraf voor op de kop slaan”.

Want ook koks, bewakers, chauffeurs en andere medewerkers lopen mogelijk gevaar. Een meerderheid van de Kamer wil daarom dat het kabinet zich nog ruimhartiger opstelt. „Regel gewoon de formaliteiten als vaststaat dat iemand voor ons heeft gewerkt en gevaar loopt”, zei Kamerlid Derk Boswijk (CDA).

Gêne over politiek handelen

Derk Boswijk, zelf reservist, raakte geëmotioneerd tijdens zijn betoog, toen hij zich tot Nederlandse veteranen richtte. „Jullie hebben al zo veel gedaan, hadden wij als politiek maar meer gedaan.” PvdA’er Piri deelde het gevoel van gêne over het politieke handelen in de Afghanistan-crisis. Ze heeft een „pijnlijk gevoel van schaamte dat het onwaarschijnlijk is dat we iedereen nog kunnen evacueren”.

Don Ceder (ChristenUnie) zag dat Afghanistan „een serieuze vraag oproept over de waarden die ons ten diepste drijven: gaat ‘beheersbaarheid’ echt boven de morele plicht een persoon in nood te ondersteunen?”

De kritiek op het kabinet ging niet alleen over de tolken. De Kamer rekende het de kabinetsleden zwaar aan dat lokale ambassademedewerkers verrast werden door het plotselinge vertrek van hun Nederlandse collega’s, zoals NRC berichtte.

Minister Kaag zei dat dit kwam door veiligheidsprotocollen, en door „een communicatieve breakdown”, waardoor lokaal personeel een paar uur lang niet ingelicht kon worden. Later is dat alsnog gebeurd.

De val van Kabul had Nederland niet zien aankomen, zei de minister. „We hebben de situatie dus verkeerd ingeschat.” Maar, zei ze, niemand kon voorspellen wat er zou gebeuren. „Als iemand dat wel kan, dan verdient die een Nobelprijs.”

Alles op alles zetten

Veel kritiek van de Kamer werd door de kabinetsleden gepareerd met dergelijke antwoorden: het is een chaos in Afghanistan, de wereld is erdoor overvallen, we doen wat we kunnen. Om die reden wilden de kabinetsleden ook niet veel beloftes doen. Kaag zei dat ze „alles op alles” wil zetten om zo veel mogelijk Afghanen die voor Nederland gewerkt hebben te evacueren. Maar zij en haar collega’s zeiden erbij dat dat lastig is.

Betekent dit dan een ander asielbeleid, wilden Kamerleden weten. Immers, begin deze maand bleek dat Nederland met vijf andere EU-landen een brief aan de Europese Unie had ondertekend, waarin staat dat de landen nog altijd uitgeprocedeerde Afghaanse asielzoekers gedwongen kunnen blijven uitzetten. Hierover kwam geen duidelijkheid, Kaag wilde daar nu niet over praten. Maar ze zei wel dat het kabinet alleen „binnen de grenzen van het mogelijke” kan handelen.

Lees ook: Afghaans ambassadepersoneel begrijpt niet waarom Nederland zo lang wachtte met evacuatie

Ook de coalitiepartijen van het kabinet-Rutte III (VVD, CDA, D66 en ChristenUnie) hebben kritiek op de trage evacuatie van Afghaanse tolken en andere Afghanen die voor Nederland gewerkt hebben.

De VVD vindt wel dat het kabinet „zorgvuldig” moet beoordelen of er onder mensen die uit Afghanistan worden teruggehaald geen „IS-strijders” zitten, zei Kamerlid Jeroen van Wijngaarden. De rechtse partijen PVV, FVD, JA21 en Groep Van Haga zijn tegen ruimhartiger opvang van Afghanen in Nederland. Joost Eerdmans (JA21) vroeg zich af of Nederland nu ook Afghaanse medewerkers gaat opvangen „die een ei hebben gebakken” voor de Nederlanders.

Woensdag zal D66 in een motie het kabinet verzoeken zo snel mogelijk alle Nederlanders en Afghaanse medewerkers te evacueren, maar ook Afghanen die voor ngo’s of mensenrechtenorganisaties werken.