Reportage

Er heerst een ongemakkelijke stilte in de straten van Kabul

Verovering Op de aanwezigheid van veel Talibanstrijders na, oogt de Afghaanse hoofdstad Kabul redelijk normaal. Maar ambtenaren krijgen huisbezoek en veel vrouwen geloven niet dat hun rechten gerespecteerd zullen worden. „Ik woon alleen. Zonder broer, zonder vader. Dat kan hier eigenlijk niet.”

Een straatbeeld van dinsdag uit de wijk Kote Sangi (boven). Onder Talibanstrijders die langs een markt in dezelfde wijk rijden.
Een straatbeeld van dinsdag uit de wijk Kote Sangi (boven). Onder Talibanstrijders die langs een markt in dezelfde wijk rijden. Foto’s Hoshang Hashimi/AFP

Haar koffer staat al gepakt klaar in de hoek. „Ik ga straks ook mijn simkaart wisselen, dan weet je dat vast.” Ondanks het korrelige videobeeld van Whatsapp zijn de donkere kringen onder haar ogen te zien. 24 is ze, en tot voor kort werkte ze als afdelingshoofd op het Afghaanse ministerie van Vrede in Kabul. „Ik denk niet dat we het nog het ministerie van Vrede kunnen noemen”, appte ze zaterdag al gebroken. Toen moesten de Taliban haar stad nog binnenvallen.

Inmiddels is het dinsdag. En is Kabul Kabul niet meer – en toch ook weer wel. De schijn is er. De gebruikelijke files zijn er niet, maar er rijden wel auto’s op straat. De ijscokar is uitgereden. De eigenaar zit enkele meters verderop onder een boom, schuilend voor de felle ochtendzon. Sommige winkels zijn open, de meeste nog dicht.

Zo lijkt alles ergens normaal, maar is het dat alles behalve. Want daar rijden motoren, op elk twee mannen, een doek gewikkeld om hun donkere haar, geweer langszij.

De Taliban zijn ineens overal in de stad van zes miljoen inwoners (en sinds de laatste weken nog eens duizenden vluchtelingen). Ze rijden rond op trucks die Afghaanse politieagenten achterlieten, patrouilleren op motoren en houden de wacht voor het presidentieel paleis en het betonnen fort waarachter de ambassades in Wazir Akbar Khan, Kabuls ‘groene zone’, schuilgaan. „We zijn hier om de orde en veiligheid te waarborgen”, is de boodschap die ze op ieder platform herhalen.

„Alles is onder controle, alles is oké. Niemand hoeft zich zorgen de maken”, bezwoer een lokale commandant bijvoorbeeld tegen CNN-verslaggever Clarissa Ward, die op straat verslag deed van het nieuwe Kabul waarin de bewoners die ochtend wakker werden. De hoofdstad van wat de Taliban nu ‘het Islamitische Emiraat Afghanistan’ noemen. Na hun stormachtige verovering lijkt het geweld voor nu ook in de andere provincies grotendeels geluwd. Alleen: voor hoelang?

Lees ook: ‘Neem ons mee. Neem ons mee. Red onze zielen’

De 24-jarige ambtenaar, wier naam NRC omwille van haar veiligheid niet publiceert, sliep deze nacht niet thuis. „Ik kreeg gisteravond een berichtje van een vriend, die voor het parlement werkt, dat de Taliban aan zijn deur stonden. Ze kwamen zijn papieren controleren en kijken of hij wapens in huis had. Zijn bodyguards moesten hun wapens inleveren.” Bodyguards had de ambtenaar sowieso niet meer nodig, zou hij te horen hebben gekregen. „Zij zijn er nu voor de veiligheid.”

Uit andere delen van het land komen berichten dat strijders met lijsten in de hand langs deuren gaan, op zoek naar Afghanen die als ‘collaborateurs’ voor de Amerikanen werkten. Volgens woordvoerder Suhail Shaheen van de islamisten zijn dit bedriegers „die zich voordoen als de Taliban”. „We hebben een duidelijk beleid”, zei hij op MSNBC. „Niemands huis mag worden betreden.” Dinsdag kondigde hun geoliede mediamachine een „algemeen amnestie” voor ambtenaren af.

Talibanstrijders patrouilleren in Kabul op een markt in de wijk Kote Sangi. Foto Hoshang Hashimi / AFP

Zo zijn er meer signalen die Afghanen ervan moeten overtuigen dat hun angst voor de fundamentalisten, wier terreurbewind tussen 1996 en 2001 velen nog vers voor de geest staat, ongegrond is. Een voorbeeld was dinsdag live op televisie te zien. Bij ’s lands populairste zenders TOLO News en Ariana News namen nieuwslezeressen weer plaats achter hun bureau, hijabs losjes om hun nog zichtbare haren. Een Talibanwoordvoerder schoof zelfs bij TOLO aan – op ruime afstand, dat wel.

Het zijn beelden die voorheen ondenkbaar waren: toen de islamisten in 1996 de macht grepen, verdwenen vrouwen uit het publieke leven.

Maar van deze nieuwe versie gelooft de jonge ambtenaar van het ministerie van Vrede niets. Het is een kwestie van tijd voor hun ware aard boven komt, zegt ze. „Kijk maar.” Ze stuurt een foto door, maandag genomen op de Universiteit van Herat, háár oude universiteit, waarover media een dag eerder berichtten dat vrouwelijke studenten door Talibanstrijders waren weggestuurd. De foto is van een bijeenkomst van vertegenwoordigers van de Taliban en de universiteitsleiding.

‘Hernieuwde’ boodschap

In het bijbehorende verslag op de Facebookpagina van de universiteit is te lezen hoe hun decaan ten overstaan van de volle zaal het belang benadrukte van vrouwelijke studenten en docenten. Het islamitische emiraat zal „de eer en waardigheid van vrouwen verdedigen” en hen op geen wijze „beroven van het verwerven van kennis”, herhaalde een Talibanvertegenwoordiger volgens het verslag hun ‘hernieuwde’ boodschap. Kijk naar de foto, appt de ambtenaar slechts. Op geen enkele van de ruim honderd bezette stoelen is een vrouw te zien.

Nadat ze hoorde over het Taliban-bezoek aan haar vriend, de parlementsmedewerker, stapte de 24-jarige vrouw razendsnel in een taxi naar een vriendin. „Ik woon alleen. Zonder broer, zonder vader. Dat kan hier eigenlijk niet. Mijn buren weten dat. En ze weten dat ik voor de regering werk, omdat ik altijd in een regeringsauto werd opgehaald. Ik vertrouw ze niet.”

Dus heeft ze haar koffers gepakt. Vanavond slaapt ze bij een andere vriendin, morgen weer bij iemand anders. „Tot ik weg kan.”

Anders dan veel van haar landgenoten, heeft ze geluk. In haar paspoort prijkt dankzij de Indiase ambassade een visum. Maar de vlucht die ze maandag naar New Delhi zou nemen, werd vanwege de panieksituatie op de internationale luchthaven geannuleerd. Wanneer de volgende gaat, weet ze niet. „Het enige dat ik kan doen is wachten en diep ademhalen.”