Opinie

Eitje bakken niet genoeg

Frits Abrahams

De Taliban mogen nog zo onverschrokken zijn, wij hebben Louis van Gaal – óók een winnaar. Niet dat ik deze mannen met elkaar wil vergelijken, maar door een samenloop van omstandigheden zag ik ze gisteren op een en dezelfde middag live in actie op tv. Het begon helaas met de Taliban. Twee uur voordat Van Gaal aan zijn eerste persconferentie als nieuwe bondscoach begon, schakelde CNN over naar Kabul, waar correspondent Clarissa Ward, van hoofd tot voeten met textiel bedekt, midden op straat verslag deed. Haar indrukken waren niet mals: ze had doodsbange vrouwen gesproken – één kwam er zijdelings in beeld – en ze geloofde niet erg in de humanitaire oprispingen van de Taliban.

Terwijl ze druk vertelde, draaide ze zich af en toe om naar een groepje Taliban-soldaten, die vijf meter verderop lacherig aan hun geweren stonden te plukken. „Die geweren hebben ze geplunderd op een Amerikaanse basis”, zei Ward hardop, terwijl ze nog eens goed naar de vrolijke jongens keek. Ze zullen haar niet verstaan hebben of ze hebben hun oren niet geloofd – zulke eigenzinnige vrouwen zijn hun vreemd.

In de Amerikaanse studio vroeg de presentator zich af of dit tafereel niet een metafoor was voor de situatie in Afghanistan: lachende, mannelijke winnaars, spelend met hun wapens, en een buitenlandse vrouw met wie ze niets gemeen hadden. „Ik kan de vrouwen hier niet in de ogen kijken”, zei Ward nog, „want hun toekomst wordt ze afgenomen.” Ze vertrouwde het relaxte sfeertje achter zich niet erg: „Hoe lang zal dat duren?”

Daarna switchte ik even naar de NOS-tv voor het debat van een Kamercommissie over Afghanistan. Daar hoorde ik Joost Eerdmans van JA21 de onvergetelijke wens uitspreken dat „niet elke Afghaan die daar een eitje heeft gebakken voor Nederland nu in ons land wordt toegelaten”. Je moet een grens trekken, legde hij uit, en met alleen een gebakken eitje mocht je die grens naar de boerenkool en de erwtensoep niet oversteken.

Toen ik dit allemaal achter de rug had, kon Louis van Gaal alleen nog maar meevallen. En dat deed hij gelukkig ook. Hij hield zijn ijdelheid redelijk onder controle, al moest hij wel even kwijt dat hij, „als hij de KNVB was geweest”, ook voor Van Gaal zou hebben gekozen. „Ik zag ook de noodzaak in – wie zou het anders moeten doen, deze job?”

Hij voegde er in één adem aan toe dat het niet gemakkelijk zou worden, want hij had eigenlijk te weinig voorbereidingstijd voor het type ‘procestrainer’ dat hij is. Was hij dan wel de goede keus, vroeg Valentijn Driessen van De Telegraaf. Van Gaal nam opzichtig wraak door De Telegraaf vervolgens tot tweemaal toe ‘je krantje’ te noemen.

Dat wordt nog een interessante oorlog, die tussen De Telegraaf en Van Gaal. Bij dat ‘krantje’ houden ze van de Hollandse pot en willen ze daarom dat ‘Oranje’ het ‘Hollandse 4-3-3’ speelt, maar Van Gaal liet doorschemeren dat hij daar weinig voor voelde. We zitten slecht in onze keepers en onze vleugelspitsen, vond hij, en dat maakt het lastig om 4-3-3 te spelen, ook al waren de vijf spelers die hij had gesproken er vóór. „Maar zover ben ik nog niet.”

Gaan we binnenkort uit van Noorwegen winnen? Dat is de hamvraag, begreep ik. Ik zou zeggen: als zelfs dat niet lukt, kunnen we beter eitjes blijven bakken in Holland.