Groeispurt Nederlandse economie: 9,7 procent in tweede kwartaal

Recordgroei Met een wilde uitslag van de groeicijfers zet de Nederlandse economie een flinke stap naar herstel.

Jongeren aan het werk bij akkerbouwbedrijf Goodijk in Friesland.
Jongeren aan het werk bij akkerbouwbedrijf Goodijk in Friesland. Foto Siese Veenstra/ANP

De Nederlandse economie heeft in het tweede kwartaal van dit jaar een forse groei doorgemaakt, in reactie op het inzakken van de economie een jaar eerder. Dit bericht het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De economie groeide in het tweede kwartaal met 9,7 procent op jaarbasis.

Die recordgroei vertekent, want een jaar eerder kromp de economie ten tijde van de eerste lockdown in verband met de uitbraak van Covid-19 met vrijwel hetzelfde percentage.

Toch doet de Nederlandse economie het verhoudingsgewijs goed. In de gehele eurozone was de krimp in het tweede kwartaal van vorig jaar gemiddeld 14,6 procent. Daar weegt de groei een jaar later, met 13,7 procent, niet helemaal tegenop. Met name in landen die afhankelijk zijn van toerisme, zoals Spanje, Portugal, maar ook Italië, slaan de krimp- en herstelcijfers zeer ver uit, soms wel het dubbele van die van Nederland. De Spaanse economie, bijvoorbeeld, groeide in het tweede kwartaal van dit jaar weliswaar met 19,8 procent op jaarbasis, maar kromp in hetzelfde kwartaal van 2020 juist met een ongekende 21,6 procent.

Ten opzichte van het eerste kwartaal van dit jaar groeide de Nederlandse economie in het tweede kwartaal met 3,1 procent. Dat is flink meer dan bijvoorbeeld Duitsland (1,5 procent), België (1,4) en Frankrijk (0,9), zei CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen dinsdag in een toelichting. „Per saldo zit de Nederlandse economie nu nog iets onder het niveau van vóór corona.”

Gemiste welvaartstoename

In de resterende kwartalen van dit jaar kan dat alsnog herstellen. Het Centraal Planbureau voorziet in zijn jongste raming van juni dit jaar voor geheel 2021 een economische groei van 3,2 procent. Als die raming uitkomt dan is het, gezien de cijfers van dinsdag over het tweede kwartaal, mogelijk dat de economie begin volgend jaar de omvang van vóór de pandemie weer overtreft, of misschien zelfs eind dit jaar al. Daarmee zou Nederland een van de eerste eurolanden zijn waar dit gebeurt. De meeste andere landen zullen een paar kwartalen meer nodig hebben.

Dat betekent overigens niet dat alle schade dan ongedaan is gemaakt: zonder de pandemie zou de economie zijn doorgegroeid. Die gemiste welvaartstoename, die de economie in één klap op een lager pad zette, kan alleen worden ingehaald door een langere periode van bovengemiddelde economische groei, en dat wordt door de meeste economen niet waarschijnlijk geacht. De gemiste welvaartsgroei wordt dus wellicht niet meer ingehaald.

In het tweede kwartaal was het vooral de consumptie van huishoudens die de economie aanjoeg, met een groei van 9,3 procent. Ook de investeringen groeiden fors, met 9,5 procent. De consumptie van de overheid groeide minder hard, met 7,4 procent. Een groei van de uitvoer joeg, bij een minder hoge toename van de invoer, de economische groei extra aan.

Lees ook de column van Menno Tamminga: Ho maar, Den Haag: de economie leeft al op

Conjunctuurklok

Hoewel het CBS geen uitspraken doet over de toekomst, gaf een update van de ‘conjunctuurklok’ dinsdag wel informatie over de richting waarin de Nederlandse economie nu, halverwege het derde kwartaal, beweegt. Van de dertien indicatoren die het CBS daarbij volgt, presteren er nu acht boven hun langjarige gemiddelde. Dat zijn onder meer de industriële productie, de consumptie, het aantal vacatures en de woningprijzen. Uitzendbureaus, investeringen en consumentenvertrouwen lopen (nog) achter.

Opvallend in het tweede kwartaal was de toename van de activiteiten van de cultuur- en recreatiesector, met ruim 11 procent ten opzichte van een jaar geleden. Dat lijkt veel, maar deze sector heeft door de pandemie zo’n enorme klap gekregen dat de toegevoegde waarde zelfs na dit gunstige groeicijfer nog steeds 30 procent lager is dan vóór de pandemie.