Recensie

Recensie Muziek

Concerten in de hele provincie Limburg met een hoge gunfactor

Klassiek Een negatief subsidieadvies bezorgde het Orlando Festival spannende tijden. Het geld kwam uiteindelijk toch. Nu klinken overal in Limburg weer kamermuziekpareltjes.

Cellist Larissa Groeneveld tijdens een masterclass op het Internationaal Kamermuziekfestival Orlando.
Cellist Larissa Groeneveld tijdens een masterclass op het Internationaal Kamermuziekfestival Orlando. Foto Senen Fernandez

Het was een tijd onzeker of Limburg dit jaar weer kamermuziek zou horen van een Orlando Festival. Niet alleen corona, ook een negatief subsidieadvies leek het festival de das om te zullen doen. De Provinciale Staten van Limburg besloten uiteindelijk toch bij te springen. Gelukkig maar. Vooral de verspreiding over de hele provincie (met name rond Kerkrade, maar met uitstapjes van Eijsden onder Maastricht tot Mook in Noord-Limburg) geven Orlando een hoge gunfactor. Ook dit jaar zijn hun banners tien dagen lang overal te vinden.

In die regioconcerten klinken vooral jonge ensembles, deelnemers aan de (veelal openbare) masterclasses die vanaf dit jaar zelfs zijn uitgebreid tot zomerschool. Die concerten kunnen verbazend mooi zijn, of een beetje tegenvallen; en helaas, maandag viel een beetje tegen. In het Burgerhoes in Landgraaf gaf het oudste ‘jonge’ ensemble, het Eurasia Kwartet, geen al te best presentatie. Er klonken strijkkwartetten van Haydn en Brahms vol valse en fletse noten. In plaats van muziek te maken, hyperfocusten ze op zo consciëntieus mogelijk spelen. Maar daardoor vergaten ze met elkaar in balans te komen en bereikten het omgekeerde. Verrassender waren wel de Miniaturen van Sulkhan Tsintsadze, vol aanstekelijke Georgische volksmuziek en duidelijk hun showstuk. Ze haalden, plots verzorgder, duidelijk plezier uit de vele syncopische pizzicatostukjes.

Het avondconcert op de Kerkraadse Abdij Rolduc was gelukkig een stuk heerlijker, met een spannende verkenningstocht langs de speelmogelijkheden van een klarinet in de Klarinetsonate van Rudolf Escher door Alan R. Kay en de Berceuse van Alphons Diepenbrock, waarin vooral cellist Mikhail Nemtsov indruk maakte met zijn lyriek.

Het memorabelst werd uiteindelijk het laatste optreden: cellist Larissa Groeneveld en fortepianist Shuann Chai speelden een prachtige Cellosonate opus 125 van Ferdinand Ries. Groenevelds cello is een wondertje in de laagste registers. Er klinkt een oude mopperende brompot, waartegen Chai met haar heldere instrument onvermoeibaar vrolijk kwinkeleert. Zo lijkt het net alsof ze Groeneveld korte momenten uit haar knorrigheid optrekt, waarop de cello van de weeromstuit ‘ineens’ hoog gaat spelen. Het is knap en vertellend spel, en een geweldig voorbeeld van hoe een valse toon of een paar gemiste toetsen (want die waren er hier ook) de muziek niet in de weg zitten, maar juist veelzeggender maken.

In het laatste deel had Chai de lachers op haar hand door haar zesde pedaal te gebruiken, de eerder aangekondigde verrassing: haar Rosenberger fortepiano uit 1820 blijkt een grote trom onder de bodem te hebben, inclusief belletje, om een avond feestelijk mee af te sluiten.