Kamp Holland in Tarin Kowt, toen de Nederlandse militairen daar nog gelegerd waren.

Foto Rick Nederstigt/ANP

Interview

Waarom de wil om te vechten ontbrak bij het Afghaanse leger

Teun Baartman - Afghanistanveteraan Jarenlang trainden westerse militairen het Afghaanse leger. Maar het was niet genoeg, zegt kolonel b.d. Teun Baartman. „We hadden langer moeten investeren.”

Waarom het Afghaanse regeringsleger de hoofdstad Kabul niet heeft verdedigd tegen de Taliban blijft gissen. Ook voor een ex-militair als Teun Baartman, die samen met Afghaanse militairen heeft gevochten. „Misschien wilde het leger niet vechten in de stad, omdat je daar geen voordeel hebt van je lange-afstandwapens maar wel de kans loopt veel burgerslachtoffers te maken”, zegt Baartman. „Misschien ontbrak het bij de militairen aan de wil om te vechten.”

Dat laatste lijkt een hoofdrol te spelen bij de snelle verkruimeling van het Afghaanse regeringsleger, waarin de VS tientallen miljarden dollars en vele duizenden trainingsuren heeft gestoken. Anders is lastig te verklaren hoe dit leger sinds het (aangekondigde) vertrek van de Amerikanen zonder slag of stoot is opgerold door de Taliban, zegt Baartman. „Want de Taliban zijn militair niet zo’n geduchte tegenstander. Het zijn vooral weekendsoldaten met maar een echte kwaliteit: een hoge sneuvelbereidheid.”

Baartman, nu kolonel buiten dienst, benadrukt dat zijn kijk op de zaken „maar een van de vele visies van militairen en veteranen” is. Maar hij was in 2007 wel commandant van een eenheid die Afghaanse militairen trainde tijdens de Uruzgan-missie (2006-2010). En hij keek vorige week dan ook met extra aandacht naar de beelden van de Taliban die het voormalige Kamp Holland in Uruzgan binnenreden. „Ik zag hoe de Taliban materieel in beslag namen. Dat heb ik daar zelf met een enorm konvooi in 2007 naar toe gereden.”

De Taliban zijn weekendsoldaten met maar een echte kwaliteit: een hoge sneuvelbereidheid

Wat deed u in Uruzgan?

„Met zo’n zeventig Nederlandse militairen bouwden we aan een Afghaanse brigade van 2.500 man, met infanteriebataljons en betrekkelijk lichte wapens. Het was training while you fight. Wij begeleidden Afghanen bij operaties en leerden hun zaken die ze niet konden, zoals het aanvragen van luchtsteun. Die Afghaanse soldaten zaten vooral in het leger om een centje te verdienen voor hun familie. Dat werd een van de problemen.”

Hoe dat zo?

„Een Afghaanse soldaat waagt zijn leven voor zijn salaris, letterlijk. Alleen in mijn periode van enkele maanden zijn twaalf Afghanen gesneuveld in mijn kleine eenheid; vergelijk dat met de vijfentwintig Nederlanders die in totaal zijn overleden in de Uruzgan-jaren. De Afghanen kwamen uit het hele land, waren ver van hun familie verwijderd en hadden een keer per half jaar verlof; dan moesten ze geluk hebben dat er net een vlucht was naar hun huis. Die mannen kregen vaak niet of nauwelijks salaris. En dat is zo gebleven.”

Terwijl er toch geld genoeg was?

„Ja, maar dat geld komt binnen bij de top van een ministerie. Vervolgens roomt iedereen zijn deel af, zodat er uiteindelijk voor soldaten niets over blijft. Dat noemen wij corruptie. In Afghanistan wordt dat gezien als: omdat de overheid niets voor jou regelt, doe jij dat zelf voor je familie en stam. Om toch geld bij de soldaten te krijgen, moet je een betrouwbaar administratief systeem bouwen, met pennenlikkers, bonnetjes en controles. De Amerikanen hadden wel een netwerk van administrateurs, maar dat waren special forces die met grote zakken geld van Kabul naar diverse hoofdkwartieren reden – zonder verstand van zaken. Dat het geld niet of nauwelijks bij soldaten is gekomen, is een deel van de verklaring waarom de wil tot vechten lijkt te ontbreken.”

Lees ook: Leergierig zijn de Afghanen zeker

Waarom is die wil zo belangrijk?

„Die mentale component is een van de drie pijlers van het vak van militair, naast de fysieke component zoals leren schieten, en de conceptuele component, waaronder dingen als leiderschap en planning vallen. Veel mensen hebben de tv-serie Kamp Van Koningsbrugge gezien en denken: na een paar weken is iedereen commando. Een infanterist leren schieten, dát is inderdaad niet zo moeilijk. Een krijgsmacht opbouwen met een mentale component is een ander verhaal. In een leger zijn twee zaken essentieel: een opdracht is heilig en een kameraad laat je onder geen enkele voorwaarde in de steek. Dat krijg je alleen door lang in die cultuur te trainen, te leven, te oefenen en gevormd te worden. Dat kost jaren!”

Het Westen was er twintig jaar

„Dat is niet waar. Nederland is pas in 2007 serieus begonnen met het trainen van het Afghaanse leger en stopte daarmee in 2010 om politiek opportunistische redenen toen de Uruzgan-missie ten einde kwam. We hadden in mijn opinie langer moeten investeren in het Afghaanse leger, voor een succesvolle exitstrategie.”

Was u verrast dat het Afghaanse leger zo snel instortte ?

„Nee, niet echt, want de high end ondersteuning is helemaal weggevallen: logistiek, vuursteun, luchtsteun. Dat is de hogere school van het militaire optreden en daar zijn de Afghanen nog niet aan toe. Ze hebben nu alleen soldaten met lange jassen en geweren. Zelfs tegen een tegenstander als de Taliban, die militair ook niet zoveel voorstelt, is dat erg lastig. Dat werkt bij de Afghaanse militairen door in hun mentale gesteldheid. Ze denken nu: ik kan wel de poort uitlopen, maar zonder ondersteuning ben ik een schietschijf.”