Reportage

Geven voor liefdadigheid is een plicht voor Nederlandse moslims. Hoe krijg je voor elkaar dat zij meer doneren?

Filantropie Geld afdragen voor liefdadigheid is een islamitische plicht. Het Nationaal Zakat Fonds wil moslims in Nederland daarbij ondersteunen. Hier zou de zakat naar schatting 150 miljoen euro per jaar kunnen opleveren, vertelt directeur Imad el Fadili. „Geen peanuts.”

Imad el Fadili, directeur van het Nationaal Zakat Fonds: „Het NZF gelooft dat je zo veel mogelijk je zakat lokaal moet inzetten.”
Imad el Fadili, directeur van het Nationaal Zakat Fonds: „Het NZF gelooft dat je zo veel mogelijk je zakat lokaal moet inzetten.” Foto Roger Cremers

De islamitische Belastingdienst? Imad el Fadili moet er zuinig om lachen. Nee, dat is geen correcte omschrijving voor het Nationaal Zakat Fonds, vindt de directeur van het vorig jaar opgerichte instituut. El Fadili (26) weet dankzij een studie islamic finance alles over zakat (spreek uit: zekaat), de derde pilaar van de vijf waarop de islam steunt. Hij vindt faith tax wel een mooie Engelse omschrijving voor de morele plicht die op elke moslim rust om boven een bepaalde grens jaarlijks 2,5 procent van zijn vermogen af te dragen aan behoeftigen.

„We zijn geen liefdadigheidsinstelling in traditionele zin: we bieden onder meer persoonlijk advies aan mensen die hun zakat willen berekenen. Een beetje zoals een belastingadviseur inderdaad.” En wie het zelf wil uitrekenen, vindt een zakatcalculator op de site van het NZF.

De stichting is door een groep Nederlandse moslims in het leven geroepen om het innen en distribueren van zakatgeld te professionaliseren en uit de informele economie te halen. In Nederland gebeurde dat niet eerder via een centrale instelling. Terwijl er in sommige islamitische landen een heel ministerie voor opgetuigd is.

El Fadili: „We willen moslims ondersteunen om aan hun zakatverplichting te voldoen. Dat geld gebruiken we om de Nederlandse samenleving te versterken.”

Hij haalt het voorbeeld aan van het islamitische rijk in de achtste eeuw: zakat werd toen zo effectief gecollecteerd en gedistribueerd dat er volgens hem moeilijk nog een behoeftige te vinden was.

De ambities zijn groot, blijkt uit het gesprek met de jonge directeur. De potentie ook, benadrukt hij. „Het is geen peanuts waar we het over hebben.” De Islamitische Ontwikkelingsbank en de Wereldbank schatten het potentieel aan jaarlijks te betalen zakat wereldwijd op 500 miljard dollar, ruim 420 miljard euro. Sommige financiële experts komen met hun schattingen zelfs tot 1 biljoen dollar. Dat reservoir was voor VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR reden om in 2019 een zakatfonds in het leven te roepen, nadat islamitische geleerden haar hadden aangemerkt als rechtmatige zakatinner. Vorig jaar ontving het fonds 49 miljoen dollar waarmee 1,6 miljoen mensen in tien landen zijn geholpen – met de in Bangladesh onderdrukte moslimminderheid Rohingya als grootste ontvanger.

Voor Nederland schat het NZF de mogelijke zakatopbrengst op jaarlijks 150 miljoen euro. Dat is ongeveer wat het Nederlandse Rode Kruis in 2020 ontving.

El Fadili: „En dat is nog een conservatieve schatting. Wat we nu vooral moeten doen, is bewustzijn creëren bij de islamitische gemeenschap over de kracht waarover ze beschikt zonder het door te hebben.” Hij doelt op het idee dat je door bundeling van alle islamitische charitas – zowel de verplicht geachte zakat als de vrijwillige sadaqa – constructiever en duurzamer kunt bijdragen aan armoedebestrijding dan wanneer iedereen individueel en ongestructureerd geeft.

Aalmoezen

El Fadili spreekt van de ‘vergeten’ pilaar omdat er weinig aandacht voor zakat lijkt. Elke moslim leert zijn geloof te belijden aan de hand van de vijf pilaren: uitspreken van de getuigenis dat er één God is en Mohammed zijn profeet; vijf keer per dag bidden; vasten in de maand ramadan; de pelgrimstocht naar Mekka maken en betaling van de zakat. De laatste is de minst in het oog springende, ook voor niet-moslims.

Voor een deel is dat logisch, legt Marjo Buitelaar uit, hoogleraar hedendaagse islam te Groningen. „Moslims vinden dat je niet te koop moet lopen met je vrijgevigheid. Een bekend islamitisch gezegde luidt: geef aalmoezen op een manier dat zelfs je linkerhand niet weet wat je rechterhand geeft.” Maar het ligt ook om een andere reden gevoelig, want zakat biedt inzicht in je kapitaal. De buurman kan aan de hand van de zakat uitrekenen hoe vermogend je bent.

De complexiteit van de zakatregels maakt het er voor veel moslims bovendien niet makkelijker op. En dus doen ze vooral wat hun ouders doen. Buitelaar hoort van moslims: „Mijn vader vertelt mij hoeveel zakat ik moet geven en geeft dat vervolgens aan de moskee.” Of hij stuurt het naar het thuisland.

El Fadili wil hier verandering in brengen. „Het NZF gelooft dat je zo veel mogelijk je zakat lokaal moet inzetten. Van alle mensen die in Nederland in armoede leven, is 49 procent niet-westers. Daar zitten heel veel moslims tussen.” Worden niet-moslims dan niet geholpen? „Natuurlijk, we zijn er voor iedereen. Maar onze focus ligt op het helpen van Nederlandse moslims. Ik geloof niet dat we verantwoording moeten afleggen bij God over de bijna 1 miljard mensen die wereldwijd in armoede leven, maar wel over die in onze eigen achtertuin.”

Benarde situatie

Lokaal? Ach, zegt Mohamed Abalhaj van Islamic Relief Nederland, de grootste op islamitische leest geschoeide liefdadigheidsorganisatie in Nederland. Die geeft 90 procent van de ontvangen donaties uit in het buitenland. „Wij kijken vooral waar de zware klappen vallen, en dat is momenteel in Mali, Niger en Bangladesh. De omstandigheden daar zijn niet te vergelijken met de armoede in Nederland. Mensen hebben het hier goed.”

Natuurlijk, zegt Najat, een Nederlandse ontvanger van zakatgelden die niet met haar achternaam in de krant wil. En toch bevond ze zich vorig jaar opeens in een benarde situatie. „Ik was getrouwd, had een eigen bedrijf, een kind. Maar in heel korte tijd raakte ik alles kwijt.” Ze dreigde op straat te belanden.

De fout die mensen maken, zegt ze, is te denken dat je in Nederland dan overal terecht kan. „Maar een uitkering liet acht weken op zich wachten en het Leger des Heils had een wachtlijst. Om een kamertje te huren, eisten ze een voorschot en een bewijs van inkomen. En de vrouwenopvang was alleen voor mishandelde vrouwen. Als je dan niemand hebt, ben je de pineut.”

Op internet vond ze het NZF, dat haar financieel en geestelijk heeft bijgestaan. Binnenkort begint ze met een nieuwe baan. „Zodra ik zakat kan afdragen, zal ik dat bij het NZF doen.”

Om de discussie voor te zijn, heeft het fonds zelf een antwoord geformuleerd op de vraag hoe je een behoeftige definieert in een land als Nederland.

Nora el Abdouni (32), die als sociaal werker aan de ‘uitgeefkant’ van het NZF werkt, vertelt dat tot nu toe met ongeveer 250.000 euro aan geïnde zakat 377 mensen zijn geholpen. Alle hulp wordt individueel beoordeeld. „Mensen kunnen zelf een aanvraag indienen als ze hulp willen ontvangen. Wij kijken vervolgens naar hun inkomsten en uitgaven. De normbedragen zoals het Nibud, SCP en gemeenten die voor levensonderhoud hanteren, vinden wij een goed startpunt, maar die vertellen niet het hele verhaal. Iemand kan 2.300 euro per maand verdienen en toch weinig overhouden. De zogeheten werkende armen krijgen we zo beter in beeld.”

Dromen

De hulp moet zo veel mogelijk duurzaam zijn, gericht op zelfredzaamheid. El Abdouni: „We hebben gemerkt dat veel mensen zich bij ons melden voor wie het Nederlandse systeem geen antwoorden biedt. Zij zijn niet met een simpel geldbedrag geholpen. Wij vragen mensen in het eerste gesprek ook wat hun dromen zijn; om te bepalen of we bijvoorbeeld met een rijbewijs kunnen bijdragen aan realisatie van die droom. Zo’n eerste gesprek is al een interventie op zich. De aanvragers zijn niet gewend om voorbij hun dagelijkse zorgen te kijken.”

Het belangrijkste inzicht dat ze heeft opgedaan, zegt El Abdouni, is hoe opvallend onzichtbaar de aanvrager van NZF-steun is. „Het eerste rapport van onze R&D-afdeling leerde me dat 73 procent van de mensen die een aanvraag gedaan hebben, niet bekend is bij welke hulpinstantie dan ook. Ze zitten in geen enkel gemeentelijk hulptraject. Sindsdien zeg ik over mijn werk: we zijn er eerder bij, en we gaan verder waar anderen stoppen.”

Het NZF, dat vanuit zijn Amsterdamse kantoor met twee vaste krachten en 25 vrijwilligers draait, ziet voor zichzelf daarom ook een belangrijke rol als verwijzer naar andere instanties. Zo werkt het inmiddels samen met schuldhulpverleners van gemeentes.

Ook daarom heeft de stichting ervoor gekozen zichzelf te onderwerpen aan hoge kwaliteitseisen, legt El Fadili uit. Het NZF heeft al de status van ANBI, een algemeen nut beogende instelling, wat betekent dat giften eraan fiscaal aftrekbaar zijn. Nu is ook het CBF-Keur aangevraagd. Dit keurmerk voor werving en besteding van geld voor goede doelen is tot nog toe toegekend aan 631 van de 43.000 ANBI’s.