Taliban bereiken Afghaanse hoofdstad Kabul

Afghanistan De Taliban trekken zondag hoofdstad Kabul binnen, meldt het Afghaanse ministerie van Binnenlandse zaken. Het is nog niet bekend of daarbij geweld is gebruikt.
Een Amerikaanse helikopter vliegt boven de ambassade in Kabul, waar personeel sinds zondag wordt geëvacueerd.
Een Amerikaanse helikopter vliegt boven de ambassade in Kabul, waar personeel sinds zondag wordt geëvacueerd. Foto Wakil Kohsar/AFP

De Taliban hebben de buitenwijken van de Afghaanse hoofdstad Kabul bereikt en trekken de stad in. Dat melden persbureaus AP en Reuters op basis van informatie van het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is niet bekend of er geweld is gebruikt. AP meldt dat personeel van overheidsgebouwen in paniek wegvlucht.

Kabul is de enige grote stad in Afghanistan die nog niet in handen was gevallen van de Taliban. De Taliban zegt in een verklaring dat de strijders zijn opgedragen om geen geweld te gebruiken bij de verovering van Kabul. De strijdkrachten zouden zijn gevraagd om bij de poorten van Kabul te staan en de stad nog niet binnen te trekken. Wie de stad wil verlaten, zou dat mogen doen. Vrouwen zijn opgeroepen naar veilige plekken te gaan. Amerikaanse en Europese functionarissen zoeken veilige locaties op. Essentieel personeel van de VS werkt vanuit de luchthaven van Kabul.

Het kantoor van de Afghaanse president zegt zondag op Twitter dat er „sporadisch” wordt geschoten in Kabul en dat de situatie onder controle is. De veiligheids- en defensietroepen van het land werken volgens het bericht samen met internationale partners om de veiligheid van de stad te waarborgen.

De Verenigde Staten zijn zondag begonnen met het evacueren van ambassadepersoneel. Daarvoor zijn 5.000 militairen uitgezonden. Het is nog niet bekend of en wanneer het personeel van de Nederlandse ambassade wordt geëvacueerd. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken kon daar zondagochtend tegenover NRC niks over kwijt.

Lees ook: ‘De Taliban wisten precies hoe lang ze moesten wachten’