Opinie

Schoonheid in het lelijke WK-doelpunt van Gerd Müller

Wilfried de Jong

Toen vonden we hem een lelijke voetballer met lelijke doelpunten. En lelijk hoorde niet op een voetbalveld. Wij stierven liever in schoonheid. Toen was het jaar 1974 en het was ‘wij tegen zij’. Nederland tegen West-Duitsland.

Tijdens de finale van het WK zat ik als puber op een bank bij mijn Engelse buurjongens. Gerd Müller vond ik een lelijke spits. Hij had overmatig veel haar op zijn hoofd en ook op zijn benen stond het zo hoog als gras. Müller was gedrongen, had plofdijen en een dikke kont. Zijn winnende doelpunt was een vuistslag in mijn maag.

Het was de eerste keer in mijn leven dat ik voor de televisie huilde om sport.

Mijn moeder maakte na de verloren finale een lievelingsmaaltijd. Ik had geen trek. In mijn herinnering ben ik buiten op het veldje een balletje gaan trappen met mijn broer met een zelfde zwart-witte bal als waarmee Müller scoorde. Vrije trappen mikken tussen de twee bomen.

Mooi moest het zijn, toen. Nooit lelijk.

Müller kreeg de bijnaam Der Bomber. In Rotterdam lag die geuzentitel niet per se heel lekker. In Duitsland dachten ze misschien aan de inslagen tegen het net, bij oude bewoners in mijn stad riep het herinneringen op aan het overvliegen van Stuka’s en Heinkels.

Na zijn dood toonde de televisie dit weekend regelmatig het doelpunt van Müller. Tussen drie Oranjespelers in tikte hij de bal langs keeper Jan Jongbloed. Zo vaak teruggezien. Ik wist: nu komt dat juichen. Dat recht omhoog springen, met twee handen in de lucht. Het lelijke juichen.

Wacht, er was iets veranderd. Ik bekeek het doelpunt nog eens opnieuw en moest toegeven: schitterend gedaan. Dat vrijlopen, een paar passen van het doel vandaan gaan, rug naar de keeper en toch precies weten, op instinct – Torinstinkt, mag ook – waar hij de bal moest plaatsen. En dat juichen had juist stijl, beter dan de capriolen van nu.

Historische beelden laten je door de tijd heen kijken. Het is omzien. Herkauwen. Beseffen dat toen anders was dan nu. Dat relativering met de jaren komt. Dat de Duitsers gewoon Duitsers waren, niet meer en niet minder.

Müller had na zijn belangrijkste doelpunt gewoon verder geleefd. Honderden doelpunten maakte hij nog, vooral voor Bayern München. Toen noemden wij het frommeldoelpunten, intikkertjes en ja, hij duwde zijn kont graag in de strijd.

Lelijke doelpunten? Wat een minachting achteraf. Ook daar moet je een paar jaar ouder voor worden. Om schoonheid te zien in lelijkheid.

Ondertussen verkeerde Müller de laatste jaren in vlagen van mist. Door Alzheimer keerde zijn blik steeds meer naar binnen. Onbestemde reisjes in de hersenpan. Misschien was er af en toe een flash van een omhaal, een hard schot in de kruising, het geluid van een kopbal op de lat.

Mijn beeld van Müller is bijgesteld. Geen sentimenteel puberverdriet meer, geen opgewarmd voetbaltrauma. Het is tijd voor de volgende zin: dit weekend overleed Gerd Müller (1945-2021), een van de grootste spitsen aller tijden.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.