Nico-Jan Hoogma, directeur topvoetbal van de KNVB.

Foto Sem van der Wal/ANP

Interview

‘Mentaal welzijn van voetballers moet bespreekbaar worden’

Voetbal NRC publiceerde zeven gesprekken met (ex)-profvoetballers over mentale weerbaarheid. Nico-Jan Hoogma, directeur topvoetbal bij de KNVB, herkent hun verhalen: „In mijn tijd was mentale begeleiding voor watjes.”

Wat voor hem, mentaal gezien, het dieptepunt was in zijn tijd als profvoetballer? Nico-Jan Hoogma, directeur topvoetbal bij de KNVB, moet even nadenken. „Ik denk toen ik bij het Duitse HSV speelde. Ik stond daar altijd in de basis. Maar nadat ik in mijn tweede jaar de eerste wedstrijd van het seizoen had gemist vanwege een schorsing, zat ik de tweede wedstrijd plots ook op de bank. We speelden tegen Bayern München. Ik weet nog dat er een batterij fotografen voor me stond. Ze wilden kijken hoe ik reageerde, of ik boos was.”

Hij gedroeg zich die dag „heel professioneel”, zegt Hoogma, maar privé moest hij zijn frustraties wel even kwijt. Begin deze eeuw maakten voetbalclubs nog geen gebruik van mental coaches, dus hij was aangewezen op zijn vader. ‘Rustig blijven’, zei die. ‘Kwaliteit komt altijd bovendrijven.’ Dat soort adviezen geeft hij nu aan zijn eigen kinderen.

Dit weekend publiceerde NRC zeven gesprekken met (ex)-profvoetballers over mentale weerbaarheid. Dominique Janssen, Edson Braafheid, Gianni Zuiverloon, Ron Vlaar, Jerry van Wolfgang, Luke Chadwick en Björn van der Doelen vertelden openhartig over hun worstelingen op ‘de apenrots’ van het profvoetbal.

Lees ook: Als voetballer mag je niet de indruk wekken dat je onzeker bent

De een kon moeilijk omgaan met roem en kritiek. De ander werd elke week bespot in een tv-programma. Weer een ander werd het pispaaltje van de coach. Sommigen leden in stilte en slechts een enkeling kreeg psychische hulp aangeboden van de club.

Hoogma „herkende veel” in de verhalen. „Zeker in mijn tijd was voetbal een stoere mannenwereld. Kwam je als jonkie bij het eerste elftal, dan werd je door je ploeggenoten fysiek zwaar getest, vooral op trainingen. Ik zie ze nog bij FC Twente binnenkomen, Niels Oude Kamphuis en Jan Vennegoor of Hesselink. Niet dat we hen nou blesseerden, maar ze werden bij wijze van spreken wel over de hekken geschoten. En als ze piepten kregen ze er nóg harder van langs. Achteraf kun je je afvragen waar dat voor nodig was. Maar zo werden voetballers nou eenmaal grootgebracht in die tijd. Mentale begeleiding was voor watjes.”

En u had daar als voetballer weinig last van?

„Ik had gezonde wedstrijdspanning op speeldagen, maar sliep verder goed. Om mij heen zag ik dat spelers overgaven voor wedstrijden, maar zelf had ik daar geen last van.”

Kunt u zich als directeur topsport dan wel verplaatsen in voetballers die zeggen: ik heb in eenzaamheid geworsteld met mijn problemen?

„Jawel. Zeker als het om worstelingen met blessures gaat. Dat de rest van je ploeg voetbalt en traint terwijl jij in het krachthonk zit of revalideert. Dat is hard en daar moet je tegen kunnen. De meeste topvoetballers hebben talent en kunnen een bal prima binnen schieten. Maar het gaat er om dat je op het moment suprême de rust bewaart en niet dichtklapt. Op het veld staan brengt een enorme druk met zich mee. Mensen kijken naar je en vinden daar wat van. En de sociale media zijn tegenwoordig vernietigend.”

Nadat oud-international Gregory van der Wiel zich eind vorig jaar uitsprak over zijn paniek- en angstgevoelens, ontspon zich een publiek debat over de mentale weerbaarheid van voetballers. Hoe kijkt u daarop terug?

„Ik ben gewend persoonlijke dingen voor mezelf te houden, maar ik dacht ook: wat goed dat Van der Wiel dat zegt. Als je je problemen deelt kunnen mensen daar rekening mee houden en je helpen. Ik las in jullie interviews dat 80 procent van de voetballers kampt met mentale problemen. Voetballers die dat lezen zullen denken: ik sta niet alleen.”

Nico-Jan Hoogma in 2001 als speler van HSV. Foto Kay Nietfeld/EPA

Die 80 procent was een schatting van ADO-speler Gianni Zuiverloon. Schrikt u van zo’n percentage?

„Nou ja, het hangt ervan af wat je onder mentale problemen verstaat. Valt daar ook wedstrijdspanning onder? Of heb je het alleen over problemen die in het uiterste geval leiden tot zelfdoding, zoals de Duitse voetballer Robert Enke overkwam? Wat is je definitie?”

Problemen die vroeg of laat een obstakel voor je loopbaan vormen.

„Daar valt die wedstrijdspanning dan niet onder, lijkt me. Als je het zo bekijkt is dat percentage inderdaad hoog.”

De FIFA lanceerde vorige week een campagne waarin aandacht wordt gevraagd voor psychische aandoeningen bij profs. Een goede zaak?

„Die campagne draait om het herkennen van signalen, toch? In het geval van Enke werden die signalen niet opgepikt. Het lijkt me goed dat daar beter over na wordt gedacht.”

Staat het probleem ook op de radar bij de KNVB?

„Spelers uit de Oranjeselecties zijn maar vijftig dagen bij ons, verreweg het grootste deel van de tijd zitten ze bij hun clubs. Grotere clubs hebben grotere budgetten, dus meestal ook meer geld voor mentale begeleiding. En de echte toppers hebben hun eigen mental coach, zoals Memphis Depay en Wout Weghorst.”

Maar wat doet de KNVB om de mentale begeleiding van spelers te bevorderen?

„Bij onze academie is een module ‘mental coaching’ ontwikkeld. We proberen een leerlijn in te zetten, vanaf het Onder15-team tot Jong Oranje, en op termijn hopelijk ook voor het grote Oranje. Ik bedenk me dat we ook sprekers als Van der Wiel zouden kunnen inzetten, om te laten zien: ook bij internationals is het niet altijd rozengeur en maneschijn.”

Volgens spelersvakbond Fifpro lijdt 23 procent van de actieve profvoetballers aan slaapproblemen, heeft 9 procent te maken met depressieve klachten en kampt 7 procent met angstgevoelens. Wat zou de KNVB nog meer kunnen doen?

„Wat bedoelen jullie? Mentale weerbaarheid als thema omarmen en langs de clubs gaan? Maar gaat het dan om de 1,2 miljoen KNVB-leden, alleen de betaald voetbal clubs of álle clubs, in totaal drieduizend.”

Dat is aan de KNVB. Maar de bond heeft eerder thema’s omarmd, zoals racisme, en dat heeft ervoor gezorgd dat het op de agenda blijft staan.

„Ik ben ervoor dat mensen zichzelf kunnen zijn en hun talenten kunnen benutten. Mentaal welzijn draagt daar zeker aan bij. Dus ja, daar zou ik mij hard voor maken. Het is nu nog teveel een taboe, het moet bespreekbaar worden gemaakt. Maar het feit dat voetballers zich laten interviewen over zo’n thema is een goed teken. Nog niet zo lang geleden hoefde je daar als journalist niet mee aan te komen. Voetballers waren bang om klein over te komen, om te worden uitgelachen.”

Wat zegt u tegen mensen die redeneren dat topvoetballers niet mogen zeuren omdat ze veel verdienen?

Hij veert op. „Belachelijk! Wat hebben salarissen met mentaal welzijn te maken? Niks, toch? Dat voetballers openlijk beoordeeld worden is prima. Maar er zijn grenzen, kijk naar wat er nu met Steven Berghuis gebeurt [die aangifte deed van bedreigingen na zijn transfer van Feyenoord naar Ajax]. Mag hij niet zeuren omdat het erbij hoort dat je bedreigd wordt als je zo’n overstap maakt? Omdat hij teveel geld verdient? Knettergek. Dat soort gedrag moet keihard worden aangepakt.”