Scholen kunnen amper nog zonder de commerciële ‘onderwijscowboys’

Onderwijsprogramma Commerciële onderwijsinstituten worden bekritiseerd. Maar om de corona-achterstanden te bestrijden, kunnen scholen amper om ze heen.

Foto David van Dam

‘Onderwijscowboys’ worden ze genoemd. Op winst beluste ondernemers op de ‘wildwestmarkt’ van bijlescentrales en studiehulpinstituten die het hebben voorzien op de 8,5 miljard euro die de overheid heeft uitgetrokken om leerachterstanden die het gevolg zijn van de lockdowns te bestrijden. Commerciële aanbieders die je als schoolbestuur volgens minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) beter „op grote afstand kunt houden.”

Ondanks de weinig vleiende benamingen werken commerciële aanbieders en scholen in de praktijk steeds intensiever met elkaar samen. Uit een enquête van dagblad Trouw onder 574 middelbare scholen bleek dat een derde van het geld dat vorig jaar al beschikbaar was voor achterstandbestrijding naar de commerciële sector ging: meer dan 30 van de 90 miljoen euro.

Voor deze zomer en het najaar is het beeld wisselend. Er zijn in de vakantie minder zomerscholen en andere bijspijkerprogramma’s dan de VO-raad, de belangenorganisatie van het voortgezet onderwijs, had verwacht, zegt een woordvoerder, al heeft hij geen precieze cijfers. „De coronaperiode heeft veel van het onderwijspersoneel en de leerlingen gevraagd. Ze zijn aan vakantie toe. Bovendien geven de vrijgekomen gelden veel meer mogelijkheden om de bijspijkerprogramma’s over het jaar te spreiden.”

Voor het najaar lopen de orderportefeuilles in de commerciële sector al vol. „Daarbij gaat het niet alleen om bijlessen en – nu al – examentrainingen”, aldus Jiles Luyt, directeur van Lector Studiebegeleiding, met twaalf vestigingen een van de grote aanbieders in de Randstad. „Je moet ook denken aan administratieve ondersteuning zoals het bijhouden van het verzuim en het maken van roosters. Scholen vroegen die eerder voor een paar weken of maanden aan. Nu soms voor een heel jaar.”

Er vallen, naast vijandige, ook heel andere geluiden over de commerciële ondersteuning te vernemen. Misschien kan die helpen bij het wegwerken van de gegroeide leerachterstanden, opperde VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer op 27 mei. Margreet de Vries, voorzitter van de koepel van onderwijsadviesbureaus, zei bij dezelfde gelegenheid: „Als er een sloot geld het onderwijs in gaat met een omvang die we misschien wel nooit eerder hebben gezien, kan het niet anders dan dat daar een markt ontstaat.” Ze riep de overheid op deze markt „te reguleren”. Nu zijn er amper specifieke eisen voor de sector.

De huidige crisis dwingt ons misschien om fundamenteel anders naar het ‘schaduwonderwijs’ te kijken

Melanie Ehren hoogleraar

Paradigmawisseling

Hoogleraar onderwijswetenschappen Melanie Ehren, lid van het Onderwijs Management Team van wetenschappers, dat overheid en scholen adviseert over het achterstandenbeleid, pleit al langer voor een „realistische” benadering van de commerciële sector. „De huidige crisis”, zegt ze „dwingt ons misschien om fundamenteel anders naar dat ‘schaduwonderwijs’ te gaan kijken, namelijk hoe het onderdeel van het publieke bestel kan zijn”. Ehren spreekt van een „paradigmawisseling” in het denken over de verhouding tussen publiek en privaat bekostigd onderwijs.

De reden voor het voorzichtig wijzigende klimaat is simpel. De leerkrachten die de achterstanden moeten bestrijden, zijn er domweg niet. Er zijn op z’n minst tweeduizend docenten te weinig voor het basis- en voortgezet onderwijs. En in het commerciële circuit zijn duizenden studenten en oud-leerkrachten actief. Kunnen die de achterstanden bestrijden?

Bijles in rekenen.

Foto David van Dam

Brits voorbeeld

Het Verenigd Koninkrijk is in dit opzicht verder dan de Nederlandse overheid. Sinds vorig voorjaar ook daar de scholen sloten wegens corona, is daar een Nationaal Tutoring Programma waarin jaarlijks zo’n 350 miljoen pond omgaat. In een van de interne stukken van Onderwijs die NRC in juni publiceerde over de besluitvorming rond de 8,5 miljard euro werd het project warm aanbevolen.

Om in aanmerking te komen voor financiering moeten Britse studiehulpbedrijven laten zien dat ze hun tutors goed trainen. Ook dienen ze vorderingen controleerbaar te maken. En ze moeten controleren of de bijlessen goed aansluiten bij de rest van het schoolprogramma.

Toch gaan er dingen mis. Volgens een artikel in The Guardian huurde een grote bijlesaanbieder minderjarige scholieren in Sri Lanka en India in om voor 1,5 tot 3 pond per uur Britse leerlingen online te begeleiden. Ook werd een groot deel van de leerlingen met achterstanden niet bereikt, omdat de dertig grote bijlesinstuten vooral in en om grote steden zitten.

Lees ook: ‘Onderwijsprogramma is schieten met hagel op achterstanden

In Nederland heeft de Landelijke Vereniging van Studiebegeleidingsinstituten geprobeerd zelf een keurmerk te ontwikkelen. Luyt van Lector Studiebegeleiding, die tot vier jaar geleden bestuurslid was van die branche-organisatie werkte eraan mee. „Daar kwamen we toen niet uit”, zegt hij. „Het veld was heel verbrokkeld, met allemaal wijsneuzen die het liever zelf deden. Onafhankelijke keurders die langskwamen bij de instituten bleken veel geld te kosten. Ook speelde de vraag: Wat is goede begeleiding precies?”

De keuringsprocedure werd vervangen door een vrijblijvende kwaliteitsmonitor, aldus Luyt: „Het was een checklist met vragen als: Gebruik je een pedagogisch model? Volg je de resultaten van de kinderen? Heb je contact met hun ouders?”

Lees ook: Strijd om de onderwijsmiljarden – wie mag de bijles geven?

Eindexamen halen

In het Nationaal Onderwijsprogramma dat de leerachterstanden moet bestrijden staan de scholen centraal. Maar ze kunnen het niet alleen, zegt hoogleraar Ehren. Zij is er een uitgesproken voorstander van dat scholen een bijspijkerprogramma opstellen in samenwerking met de commerciële sector. Wetenschappers van onder meer haar onderzoeksinstituut Learn! stellen kennis beschikbaar aan scholen over wat wel en niet werkt. Dat helpt de school volgens Ehren betere keuzes te maken bij het inkopen van commerciële diensten. Daarbij gaat het om de aansluiting bij het reguliere schoolprogramma en het al dan niet verplicht stellen van bijlessen.

Ervaringsdeskundige Laura Dekker (21) zet vraagtekens bij zo’n verplichting. Tijdens de coronacrisis werkte de student via het bedrijf van Luyt bijna fulltime op scholen in Den Haag: als coördinator van de lenteschool, verzuimadministrateur, bijlesgever en examentrainer. Met leerlingen die meedoen omdat het moet van school werkt bijles niet, merkte ze. „De best gemotiveerde leerlingen bleken nog altijd de leerlingen die hard moesten blokken omdat ze bang waren hun eindexamen niet te halen.”

Onderwijsondernemer Luyt waarschuwt voor te hooggespannen verwachtingen van de samenwerking tussen bedrijven en scholen. Het kwam al te vaak voor, vertelt hij, dat scholen samen met zijn instituut een uiterst professioneel ogend bijlesprogramma aanboden, maar de leerlingen niet kwamen opdagen. Dat is bij zijn instituut anders. „Als ouders pakweg 400 euro per maand voor studiebegeleiding voor hun kind moeten ophoesten, is het eerste wat ze ’s avonds bij het eten vragen of hun kind daadwerkelijk naar bijles is geweest, en hoe het gaat.” Publiek geld is ieders geld en daarmee niemands geld, zegt Luyt. De controle is minder strikt dan die van vader of moeder.

Lees ook: China wil af van peperdure privéscholen