Reportage

‘Hier zijn allemaal windmolens. Wat blijft er over voor ons vissers?’

Vissersdemonstratie Door de nieuwe windmolenparken op zee kunnen vissers op steeds minder plekken vissen. Om daarvoor aandacht te vragen demonstreerden ze zaterdag op het IJsselmeer. „Het is tijd dat we van ons laten horen.”

IJsselmeerkotters, garnalenkotters en Noordzeekotters voeren zaterdag langs de Afsluitdijk als protesteren tegen de windmolens, die beslag leggen op hun viswateren.
IJsselmeerkotters, garnalenkotters en Noordzeekotters voeren zaterdag langs de Afsluitdijk als protesteren tegen de windmolens, die beslag leggen op hun viswateren. Foto Ramon van Flymen / ANP

„Kijk, hier mogen we al niet meer komen”. Aan boord van zijn kotter op het IJsselmeer wijst garnalenvisser Johan Daalder (41) op een radarscherm tientallen oranje puntjes aan. „Dit zijn allemaal windmolens. We moeten er vijfhonderd meter vandaan blijven. Ja, wat blijft er dan over voor ons?”

Daalder staat op zijn schip Sola Gratia (‘alleen door genade’), dichtbij de haven van Den Oever. Bovenin de gele masten wappert een vlag van de actiegroep Eendracht Maakt Kracht. De Sola Gratia is een van de zestig kotters met in totaal honderden vissers aan boord die zaterdag langs de Afsluitdijk protesteren tegen de aanleg van windmolenparken. Verspreid over het IJsselmeer staan 89 windmolens. De vissers vrezen voor tal van nieuwe windmolen- en zonneparken op het water en aanleg van meer natuureilanden, wat hun werk praktisch onmogelijk zou maken. Met de demonstratie op het water willen ze dit onder de aandacht brengen van het nieuwe kabinet.

„Dit komt niet vaak voor’’, zegt Daalder terwijl hij zijn schip bijstuurt, „dat je zoveel vissers bij elkaar ziet.” Vissers demonstreren volgens hem zelden. „Een visserman is heel erg van: laat eerst een ander maar, wij gaan wel werken. Maar nu kunnen we niet anders. Het is tijd dat we van ons laten horen.”

Op de kotter is, naast zijn collega Nick, ook het gezin van de garnalenvisser aanwezig: zijn vrouw Karin (ook 41) en zijn twee kinderen Dirk (11) en Jet (15). Opa Hans (75), oma Tiny, nichtje Tess (12) en twee familievrienden zijn er vandaag ook om de visser steunen. Allemaal komen ze uit Texel.

Ons-kent-ons-wereld

Daalder, met zwarte klompen onder zijn korte broek, komt uit een vissersfamilie. Zijn vader en oom zijn zestig jaar geleden het familiebedrijf begonnen. „Ik ben er echt letterlijk tussen de visserij opgegroeid. Mijn twee kinderen kunnen worden wat ze willen, en als ze visser willen worden, dan moet dat wel mogelijk zijn.”

Steeds meer kotters in verschillende maten en kleuren vullen het water. Daalder spreekt via de marifoon met andere schippers en probeert ze vanaf Den Oever door de sluis het IJsselmeer op te sturen. De vissers komen uit alle havens aan het IJsselmeer en de Waddenzee. „Het is wel echt een ons-kent-ons-wereld”, zegt Nick. „We hebben allemaal wel ons eigen leventje en ideeën, maar als het erop aan komt dan staan we er wel voor elkaar. We komen vandaag op voor ons visgebied. Want een ander doet het niet.”

In de kombuis beneden maakt oma Tiny voor de lunch groentesoep en broodjes kroketten klaar. „Het is allemaal wat”, zegt ze. „Het is knap dat mijn zoon het nog volhoudt. Je moet alles maar slikken als visser. Er zijn zoveel beperkingen en het worden er alleen maar meer. En gelukkig staat zijn vrouw Karin achter hem.”

Karin is verpleegkundige maar voelt zich „echt een vissersvrouw”. Ze ziet haar man al jaren hard werken. „Door die windmolens is ook de aanwas van de vis minder geworden. Het heeft dus ook invloed op de verkoop.”

Lees ook: ‘Noordzeevissers moeten uitgekocht worden met gasopbrengsten’

Visgronden

De visserij is altijd onderhevig aan wisselende inkomsten. Het blijft een kwestie van vraag en aanbod. Het ene jaar is het aanbod schaars en zijn de prijzen goed, het jaar daarop zijn er betere vangsten maar een lagere prijs voor het product, legt Johan uit. Precieze cijfers wil hij niet geven. „We moeten we als vissers anticiperen op de vangsten en de mogelijkheid hebben om verschillende visgronden te bezoeken. Als je meer visgronden kwijtraakt aan de windmolenparken en natuurgebieden, dan moeten we met meer vissers op kleiner wordende visgronden werken.”

Tiny gaat naast haar kleindochter zitten die met haar telefoon op de bank in de eethoek zit. „Ik vind het lullig voor de vissers’’, zegt Jet, de dochter van Daalder. Ze zit in het laatste jaar van de mavo en wil later iets in de zorg doen. Vissen is niet echt iets voor haar. Ze denkt dat het werk niet lang meer vol te houden is. „Mijn vader en alle vissers raken hun plek langzaam kwijt.”