Opinie

Ons collectieve geheugen speelt pas na een jaar of twintig op

Marcel van Roosmalen

Stel dat het andersom was en dat wij al jaren werden bedreigd door horden agressieve ongeletterden en dat er buitenlandse troepen waren gekomen om ons te helpen. Dat er een Afghaanse basis zou zijn in het Jisperveld, waar ik dan zo nu en dan vanuit Wormer naar toe zou fietsen om wat hand- en spandiensten te verrichten.

Als vader van drie dochters schoot het, toen ik naar die beelden van die Amerikaanse helikopter boven Kabul keek, toch even door me heen wat ik zou doen als de vijand over de Afsluitdijk zou trekken. Ik weet zeker dat we met Lucie van Roosmalen (6), Leah van Roosmalen (4) en Frida van Roosmalen (0) met de oude BMW waren vertrokken. Ik ondanks geen rijbewijs achter het stuur, de vriendin in boerka ernaast, want als we per ongeluk op een vooruitgeschoven patrouille zouden stuiten was een vrouw achter het stuur een doodvonnis.

Waarheen?

Achter de buren aan waarschijnlijk, zo ver mogelijk weg en dan vanaf een veilige plek proberen om naar Afghanistan te gaan, land van onze vriendelijke helpers die ik eerder nog zo goed had geholpen.

Met de opmars van de Taliban in Afghanistan sloop meteen de angst ons land in. Ze zouden toch niet… Ze zouden het toch niet in hun hoofd halen om naar hier komen? Het Kamerlid Kati Piri (PvdA) verwoordde mijn gedachten: „Terwijl de regering eigen onderdanen oproept onmiddellijk Afghanistan te verlaten vanwege de levensgevaarlijke situatie, zoekt demissionair staatssecretaris Broekers-Knol naar manieren om Afghaanse asielzoekers terug te sturen. De huidige situatie in Afghanistan laat dat absoluut niet toe, maar die politieke realiteit lijkt maar moeilijk in te dalen bij het demissionaire kabinet.”

Zelfs Afghanen die met de Nederlanders hebben samengewerkt zijn niet welkom, uitgeprocedeerde asielzoekers moeten ook nu gewoon terug. Stel je eens voor dat ze doorvertellen hoe ruimhartig we hier zijn.

Is het geen idee om de volgende keer dat Nederland in den vreemde opereert een paar tolken met de troepen mee te sturen die de locals uitlegt hoe we echt in elkaar zitten. Dat we, als het erop aan komt, altijd alleen aan onszelf denken.

‘We bemoeien ons met uw problemen, we maken graag goede sier, maar help ons niet, negeer ons, geloof onze beloften niet. We laten u in de steek. Ons collectieve geheugen speelt pas na een jaar of twintig op. Daarna kunt u rekenen op ruimhartige excuses.’

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.