Als je je hulpbehoevende ouders naar Nederland haalt, ben je dan een mensensmokkelaar?

De zitting Twee Palestijnse vluchtingen uit Syrië kregen een Nederlands paspoort. Maar hun ouders en zus niet. Ze kwamen toch en nu staan de broers terecht voor hulp bij mensensmokkel.

De Zitting

Zenuwachtig drentelen twee broers de Groningse rechtbank binnen. Het zijn Palestijnse vluchtelingen uit Syrië met allebei een Nederlands paspoort. De oudste, Tarek, is softwareontwikkelaar en oogt onberispelijk in een wit gesteven overhemd. Mohammed, knotje op z’n hoofd, zit in het laatste jaar van zijn masteropleiding elektrotechniek aan de TU Delft. Ze staan terecht voor hulp bij mensensmokkel uit winstbejag.

De broers stonden voor een dilemma. De „gesmokkelden” – de officier kiest steevast voor deze benaming – zijn familie. Tarek en Mohammed hebben hun hoogbejaarde vader, hun moeder en hun zwangere zus naar Nederland helpen komen. En dat deden ze tegen de regels in, erkennen ze, nadat de IND verschillende verzoeken om gezinshereniging had afgewezen.

De familieleden hadden geen alternatief, verklaart de oudste. „Nederland was het enige veilige land waar ze heen konden.” Ze waren illegaal in Egypte, op een verlopen studievisum van hun zus. Als Palestijnse vluchtelingen dreigden ze teruggestuurd te worden naar het Syrië van dictator Assad. Op een tijdelijk visum vlogen ze naar Turkije, waar Tarek en Mohammed een huis hadden gehuurd.

In Turkije liet een verblijfsvergunning op zich wachten. Via een kennis van de oudste broer kwamen ze in contact met ‘reisagenten’, lees: mensensmokkelaars. Die konden valse paspoorten regelen en hebben de ouders en de zus, na een zenuwslopende oversteek naar Griekenland, één voor één via Athene naar Nederland laten vliegen.

Op de tribune zitten marechaussees – frisse jongens en meisjes van Jan de Wit die de smokkelzaak hebben onderzocht en aangebracht. „Alles is uit de kast getrokken”, vertelt de voorzitter, „om deze verdachten te ontmaskeren.” Op weg naar het aanmeldcentrum in Ter Apel werd de familie aangehouden. Via hun verklaringen en een Turkse kennis, een rechtshulpverzoek plus analyse van telefoongesprekken leidde het spoor naar de broers.

Tarek: „De smokkelaars hebben onze familie vervoerd, wij hebben ze beschermd met praktische zaken. Toen een reis in een Turkse vrachtwagen dreigde mis te gaan, hebben we de politie gebeld.” Mohammed: „We wilden hoe dan ook voorkomen dat onze ouders op hun vlucht dezelfde ontberingen zouden doorstaan als wij in 2014, toen we in Nederland asiel aanvroegen.”

De advocaat: „Kun je als kind je ouders niet helpen?”

De rechtbank hecht aan feiten, reageert de voorzitter, daarna komt de moraal. Feit is dat de familie illegaal in Nederland verbleef. Welk aandeel hebben de broers daarin gehad? Was er een plan? Hebben zij bijvoorbeeld zelf vliegtickets gekocht? En als je het ‘geldspoor’ analyseert: hoe zit het met de 12.000 euro die de oudste broer volgens zijn Turkse kennis cash aan de smokkelaars heeft betaald?

Die betaling ontkent Tarek. Het was spaargeld van zijn vader. Bovendien heeft niet hij maar zijn zus op zijn telefoon de reis naar Nederland geregeld en afgerekend. Je betaalt na afloop, als afspraken zijn nagekomen en de plek van bestemming is bereikt, voor je het weet word je beroofd. En ja, als broers hadden ze af en toe contact met de smokkelaars en kregen ze valse identiteitspapieren geappt.

De jongste rechter: „Voor mensensmokkel wordt vaak gevangenisstraf opgelegd. Wat betekent dat voor u?” Mohammed: ,,Verschrikkelijk! Ik ben geen mensensmokkelaar. Ik wilde mijn familie in veiligheid brengen.”

Tarek: ,,Ik ben me kapot geschrokken. Pas achteraf realiseerde ik me dat ik de wet had overtreden.”

De gevreesde gevangenisstraf blijft uit. De officier van justitie eist 100 dagen taakstraf plus twee dagen cel – de tijd van het voorarrest. Het winstoogmerk laat ze vallen, maar beide broers hebben zich wel schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensensmokkel. „Ik kan me voorstellen dat je als zoon doet wat je doet. Maar dit zorgt voor illegale toegang en verblijf in Nederland. Dat ondermijnt en doorkruist het overheidsbeleid.”

De advocaat vraagt vrijspraak. De broers zijn niet strafbaar, zegt hij, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad van 16 mei 2017. Ze handelden op ideële en humanitaire gronden. De familie liep acuut levensgevaar als ze teruggestuurd zou worden. Als de rechtbank daar niet aan wil, verzoekt hij de broers schuldig te verklaren zonder straf.

Zover komt het niet. Tarek en Mohammed krijgen de taakstraf die de officier eiste. Ze hebben meegeholpen aan mensensmokkel, oordeelt de rechtbank, en ,,met een zekere hardnekkigheid” afgewezen verzoeken om gezinshereniging ,,naast zich neergelegd”. Als ze binnen drie jaar weer de fout in gaan, moeten ze alsnog een halfjaar de gevangenis in.