Hoe kon de opmars van de Taliban zó snel gaan?

Opmars Van Kandahar tot Kunduz en Kabul: binnen een week namen de Taliban de belangrijkste Afghaanse steden over. Hoe bereidde de groepering zich voor op dit overdonderende offensief?

Een Talibanstrijder bij de Afghaanse stad Ghazni, die afgelopen donderdag werd ingenomen.
Een Talibanstrijder bij de Afghaanse stad Ghazni, die afgelopen donderdag werd ingenomen. Foto Reuters

De Taliban bleken de afgelopen weken efficiënter, slimmer en sneller dan werd gedacht, stelt Martijn Kitzen, oud-militair en hoogleraar irreguliere oorlogvoering. „Vooraf wisten analisten wel dat het Afghanistan van na de internationale interventie een kaartenhuis was”, zegt hij. „Maar deze opmars is ongekend, haast ongelooflijk.”

Lees ook: Ons liveblog over de opmars van de Taliban

De militaire ontwikkelingen in Afghanistan gaan zo snel dat het lastig is al zekerheden te formuleren, aldus de onderzoeker eind vorige week aan de telefoon. Maar: „Deze campagne had niet zo snel kunnen plaatsvinden zonder centrale aansturing, een uitgedacht plan. Voor de uitvoer is steun nodig, aanwas van manschappen en materieel. Het lijkt me aannemelijk dat dit is opgezet en aangestuurd vanuit de uitvalsbasis in Pakistan.”

Daar komt de steun van enkele lokale leiders en kleinere organisaties bij, die de Taliban juist binnenhaalden en de controle opgaven zonder enig verzet. In andere gebieden is wel lokaal strijd geleverd. In juli circuleerden videobeelden van de executie van zeker twintig Afghaanse commando’s in de noordelijke provincie Faryab, door Talibanstrijders.

De grote lokale verschillen maken de verwarring in het land nog groter, ziet Kitzen. De Taliban kunnen vooralsnog profiteren van hun successen, en in kracht groeien door de overname van gebieden, materieel en wapens. Deze razende opmars heeft ook zijn weerslag op het moreel van lokale troepen, die het nu vrijwel zonder buitenlandse hulp moeten stellen.

Langere adem

Van het moreel was volgens Kitzen al niet veel over nadat president Joe Biden de volledige terugtrekking van de Amerikanen had afgekondigd. Dat dit besluit deze zomer al in praktijk werd gebracht, bijvoorbeeld met het verlaten van de vliegbasis Bagram, was voor president Ashraf Ghani een nare verrassing. Hij noemde het „te abrupt” voor zijn regering en het Afghaanse veiligheidsapparaat.

Lees ook: Waarom Pakistan de Taliban niet laat vallen

Voor de Taliban was dit juist het moment waarop was gewacht, stelt Kitzen, die zich verdiept in guerrillabewegingen. De Taliban troffen de laatste jaren voorbereidingen voor dit offensief, met kleinere aanvallen tegen de coalitie- en regeringstroepen, in onder meer Uruzgan. Die werden toen nog afgeslagen. „Op die manier kon de beweging zien hoe ver zij konden komen, we noemen dat probing attacks. Zo hebben de Taliban geleerd”, is de analyse van Kitzen.

In die jaren legden de buitenlandse troepen zich toe op het trainen van lokale eenheden, maar werd minder gekeken naar de maatschappelijke wortels van de Taliban.

Zo heeft volgens Kitzen de twintig jaar aanwezigheid weinig duurzame impact gehad. „Er zijn theorieën over het bestrijden van guerrillabewegingen: het vergt een brede aanpak, aangepast aan de lokale situatie en langdurig ingezet. Je moet kijken wat werkt en dat lang volhouden. Maar in het Westen is het draagvlak afgenomen, sinds 2010. Er is daardoor niet gewerkt aan echte stabiliteit.”

„De Taliban hebben gedaan wat je kunt verwachten van zo’n niet-statelijke beweging: afwachten, voorbereiden. Het cliché is: wij, de interventiemacht, hebben horloges, maar zij hebben de tijd. Zelfs toen de NAVO een gezamenlijke strategie opstelde, werd een einddatum afgesproken. De Taliban wisten precies hoelang ze moesten wachten, en op het moment van vertrek was er geen fundament voor de echte stabiliteit die we wilden creëren.”

In deze aflevering van de NRC-podcast Haagse Zaken zetten redacteuren de Nederlandse missies in Afghanistan uiteen

Het gevolg is volgens Kitzen een zekere gelatenheid bij de lokale bevolking, ingegeven door overlevingsdrang. „De Afghanen hebben zo ongeveer veertig jaar oorlog gekend. Ik kan mij voorstellen dat, ook bij de door de coalitietroepen getrainde militairen, een notie is van: de Taliban zijn nu de sterke partij, laat dat maar even.”

Doel is macht

Doel van de beweging is macht op het Afghaanse grondgebied, en daarvoor bleken gevechten in de hoofdstad niet nodig. Zondag namen de Taliban Kabul in. De centrale regering stond al sinds de inname van tal van provinciehoofdsteden onder druk. President Ghani zocht zaterdag nog naar een politieke oplossing, maar ontvluchtte zondag uiteindelijk het land. Kitzen: „Als de Taliban nu van hun positie gebruikmaken en een deal forceren, dan verworden de militaire successen tot formele machtsverhoudingen.” Dat is ook wat de Taliban met de VS afspraken: een overeenkomst sluiten met de regering.

Als de organisatie zich politiek gezien weer weet te vestigen, dan kan Afghanistan opnieuw een black hole worden, een toevluchtsoord voor andere extremistische groeperingen. Juist die situatie wilden de Amerikanen en de NAVO in de jaren na 11 september voorkomen, roept Kitzen in herinnering.

Een afgang voor de westerse mogendheden? De analist wil voorlopig niet aan die conclusie. „Ik vrees dat de politieke teneur nu gaat zijn: we moeten nooit meer zo’n interventie doen. Terwijl de les zou moeten zijn: als er een legitieme aanleiding is, een dreiging, moeten we onze strategieën met meer geduld implementeren voor een duurzaam resultaat.”

Dit bericht is maandag 16 augustus geactualiseerd