Uitstellen is menselijk – maar het kan riskant gedrag worden

Uitstelgedrag Niet iedereen is in staat om meteen aan een klus te beginnen. Uitstellen is normaal. Maar het kan ook tot de dood leiden.

Illustratie Jasmijn van der Weide

Het begon zo veelbelovend. Een artikel over uitstelgedrag zou ik níét tot het nippertje uitstellen, nam ik me voor. Weliswaar ben ik een deadlinewerker, zo eentje die geniet van de adrenalineroes en het meest productief wordt onder tijdsdruk – wat dat betreft is een krant een prima werkplek. Maar dít was nu eens een stuk waarvoor ik de tijd kon nemen.

En dus zocht ik eind mei al contact met Bernard Nijstad, hoogleraar besluitvorming en organisatiegedrag in Groningen. Hij had gedurende drie jaar ruim duizend eerstejaarsstudenten van de faculteit Economie & Bedrijfskunde ondervraagd, om te zien welke factoren van invloed waren op studieresultaten. Daarbij sprongen er vijf uit, waaronder uitstelgedrag. Nijstad en ik hadden een interessant telefoongesprek, ik maakte aantekeningen en na afloop stuurde hij me nog wat artikelen over het onderwerp.

Eén naam kwam in alle publicaties terug: Piers Steel van de universiteit van Calgary in Canada. Ook een hoogleraar organisatiegedrag, of eigenlijk een procrastinatieprofessor, want niemand had zoveel onderzoek gedaan naar uitstelgedrag als hij. Hij had zelfs een bestseller geschreven, The Procrastination Equation. Ik kocht het boek, het was begin juni en het voelde alsof ik het artikel al bijna af had – een goed begin is het halve werk, tenslotte.

Een onbekende toekomst

En toen? Toen niets. Het werd half juni, eind juni, begin juli. Nog zeeën van tijd, andere ideeën drongen voor. Half juli een mailtje van mijn chef: of ik de illustrator al een samenvatting kon sturen, want dan kon ze wat vooruit werken. Ik vroeg de illustrator wanneer ze het stuk uiterlijk nodig had. „Begin augustus is goed”, antwoordde ze.

Eind juli begon ik in het boek van Steel. Uitstelgedrag is niet zomaar uitstel, schrijft hij in de introductie – maar wat is het dan wél? De deftige term ‘procrastinatie’ komt van de Latijnse samentrekking ‘pro crastinus’, wat zoveel betekent als ‘voorwaarts van de dag van morgen’. Uitstelgedrag is het uitstellen van een taak naar die onbekende toekomst, én daarmee jezelf en soms anderen benadelen. Uitstel zonder nadeel is gewoon uitstel, en kan zelfs voordelig zijn. Als je bijvoorbeeld nog niet weet of je een taak daadwerkelijk moet uitvoeren, dan kan het gunstig zijn om te wachten: anders verricht je het werk voor niets.

Bij uitstelgedrag zit het anders. De uit te voeren taak is onvermijdelijk, en vaak nemen de onprettige gevoelens toe wanneer het uitstellen langer duurt. De dreigende wolk wordt soms alleen maar groter – de stapel te betalen rekeningen, het aantal onbeantwoorde urgente e-mails.

Stress en een vol hoofd

Vrijwel iedereen vertoont weleens uitstelgedrag, maar bij sommige mensen neemt het chronische vormen aan: zij kunnen er stelselmatig onder lijden. Volgens onderzoek van de Amerikaanse hoogleraar psychologie Joseph Ferrari gaat het om zo’n 20 procent van de volwassenen. Onder studenten loopt dat op tot 95 procent, blijkt uit een vaak aangehaalde publicatie van de Amerikaanse psycholoog Albert Knaus uit 1977. Soms lijden mensen door de consequenties van hun uitstelgedrag: een tentamen niet halen, ontslagen worden. Soms ook zorgt het uitstellen zélf voor negatieve gevoelens. Er bestaat een zogeheten Zeigarnik-effect, genoemd naar de Russische psychologe Bluma Zeigarnik, waaruit blijkt dat niet-afgemaakte taken beter onthouden worden dan afgeronde taken. Een teveel aan zulke onafgeronde taken kan zorgen voor een vol hoofd, en voor stress. Het kan zorgen voor gevoelens van minderwaardigheid.

Bij mensen met ADHD en ADD zie je veel uitstelgedrag, juist omdat ze heel impulsief zijn

Piers Steel procrastinatieprofessor

Dat laatste sluit aan bij de oorzaak van procrastinatie. Of iemand wel of niet vatbaar is voor uitstelgedrag, hangt af van verschillende factoren. Nijstad onderscheidde in zijn onderzoek onder economiestudenten vijf elementen die studiesucces bepaalden. Impulsiviteit, de studie echt leuk en interessant vinden, het gevoel er goed in te zijn, de mening de juiste studie te hebben gekozen (bijvoorbeeld ook wat uitzicht op een baan betreft) en behaalde cijfers op de middelbare school. Vooral impulsieve studenten en studenten die voelden dat ze niet goed genoeg presteerden bleken vaak uitstelgedrag te vertonen. Dat strookt met de ideeën van Steel, die stelt dat impulsiviteit onderdeel is van uitstelgedrag.

In zijn boek stelt hij een ‘procrastinatieformule’ op, die als volgt luidt:

motivatie = waarde × verwachting / impulsiviteit × uitstel

Hoe hoger de motivatie, des te lager het uitstelgedrag, en omgekeerd. Met andere woorden: hoe lager de termen ‘waarde’ en ‘verwachting’ scoren, en hoe hoger ‘impulsiviteit’ en ‘uitstel’, des te groter het uitstelgedrag. Maar wat betekenen die termen?

Waarde is de toewijding die je aan een bepaalde taak voelt. Hoe belangrijker je iets vindt, des te sneller ben je geneigd om er tijd en energie aan te spenderen. Toch betekent dat niet automatisch dat je de dingen die je voor je uit schuift níét belangrijk vindt. Ook zelfvertrouwen speelt een rol, of in de woorden van Steel: verwachting. Schat je de slagingskans laag in, dan kan dat remmend werken.

Maar in de praktijk ligt het ingewikkelder. Want soms vindt iemand een taak wél leuk, en is er aan zelfvertrouwen geen gebrek. Alleen ligt de taak zó ver in de toekomst dat de urgentie niet voelbaar is: het element ‘uitstel’. Dat hoeft niet zo’n probleem te zijn als er genoeg tijd is, maar het kan ook zijn dat we de hoeveelheid tijd te ruim inschatten. We houden geen rekening met onvoorziene zaken, of schatten ons eigen arbeidsethos te hoog in. In zulke gevallen is er sprake van ‘optimistische procrastinatie’.

En dan is er nog de factor impulsiviteit. Hoe vatbaarder we zijn voor afleiding door omgevingsprikkels, voor kortetermijnplezier, des te verleidelijk wordt het om andere taken voor ons uit te schuiven.

Steel: „Bij mensen met ADHD en ADD zie je veel uitstelgedrag, juist omdat ze heel impulsief zijn. ADHD is dan dus niet de oorzaak van het procrastineren, maar valt er wel mee samen.” Hij schrijft in zijn boek dat het limbisch systeem – een verzameling van hersenstructuren die betrokken zijn bij emotie en motivatie, en heel primair op impulsen reageert – het dan wint van de prefrontale cortex, een gebied dat zorgt voor de langetermijnbeslissingen.

Het ingewikkelde van uitstelgedrag is dat het allerlei verschijningsvormen kan aannemen. Iemand kan bijvoorbeeld op werk alle deadlines halen, terwijl thuis de afwas op het aanrecht blijft staan. Een ander stelt het bijvoorbeeld steeds uit om naar de dokter te gaan. Ferrari maakt in zijn artikelen bovendien onderscheid tussen besluiteloze en gedragsmatige procrastinatie. In het eerste geval worden belangrijke beslissingen steeds uitgesteld, in het tweede geval zijn het belangrijke handelingen die op de lange baan worden geschoven.

„Huishoudelijke taken en financiën zijn berucht voor uitstelgedrag, net als opleiding en loopbaan”, zegt Steel per e-mail. „Maar ook in relaties, vriendschappen of vrije tijd kun je procrastineren – bijvoorbeeld door steeds uit te stellen om met iemand af te spreken, of je bij een sportclub aan te sluiten.” Vaak kunnen mensen zich herkennen in een bepaald ‘cluster’ van uitstelgedrag, bijvoorbeeld op sociaal vlak of juist op zakelijk vlak.

Niet willen stoppen

Een vorm van uitstelgedrag de laatste tijd regelmatig in de media opduikt is bedtijdprocrastinatie. Of, zoals de BBC in 2020 zelfs kopte: revenge bedtime procrastination. We zouden ‘wraak’ willen nemen op het feit dat we moeten slapen, terwijl we liever andere dingen zouden doen. Door op te blijven, zelfs als we moe zijn, zouden we onze autonomie behouden. Steel zegt, desgevraagd, niet in die theorie te geloven: „We zoeken achteraf naar verklaringen waarom we niet gaan slapen, ook als we ons ’s ochtends nog zó hadden voorgenomen om op tijd naar bed te gaan. Maar als je het mij vraagt hangt het veel meer samen met de beschikbaarheid van prikkels – het is heel verleidelijk om nog even op Netflix of sociale media te kijken, en als je moe bent is je impulsbeheersing toch al lager.” In een artikel in Frontiers in Psychology, uit 2014, schrijft psycholoog Floor Kroese samen met enkele collega’s van de Universiteit Utrecht dat bedtijdprocrastinatie niet zozeer samenhangt met niet willen slapen, maar vooral met het niet willen stoppen met andere activiteiten.

In de oertijd viel er weinig uit te stellen. Als je te lang wachtte met vlees klaarmaken was je eten bedorven

Piers Steel procrastinatieprofessor

Een uurtje te laat gaan slapen of een paar weken te wachten met sportschoolbezoek is zo erg niet. Maar je kunt er wel degelijk ernstig onder lijden – bijvoorbeeld als je nauwelijks nog slaapt, als je je werk zodanig uitstelt dat je wordt ontslagen, of als je zó aarzelt over samenwonen dat je partner het uitmaakt. En in de ergste gevallen lijdt procrastinatie zelfs tot de dood. Steel schrijft in zijn boek over medische procrastinatie, waarbij mensen te lang met een kwaal blijven rondlopen voordat ze naar de dokter gaan. Tegen de tijd dat ze alsnog op consult komen, is er soms al geen behandeling meer mogelijk.

Waar ligt dan wél het juiste moment om in actie te komen? Dat is niet altijd even makkelijk aan te voelen. En ook daar spelen persoonlijkheidstrekken mee. ‘Adrenalinejunkies’, die hoog scoren op impulsiviteit, zijn er over het algemeen beter in om te pieken op het allerlaatste moment dan mensen die weinig waarde hechten aan hun taak, of mensen met weinig eigenwaarde. Dat wil niet zeggen dat impulsieve mensen beter presteren door uitstelgedrag, maar wel dat áls ze een werkklus uitstellen, ze tegen de deadline aan in een flow raken en de klus alsnog op tijd klaren. Dat kan een bevredigende adrenalineroes geven. Maar als er onverwachte tegenslag komt, zitten ze wel in de penarie.

Eén keukenkastje schoonmaken

Het goede nieuws: procrastineren kun je afleren – althans, tot op zekere hoogte. Een belangrijke factor daarin is het vermijden van afleidende prikkels, schrijft Steel. Heb je een deadline te halen? Zet je telefoon op vliegtuigstand, blokkeer tijdelijk je toegang tot sociale media en vertel vrienden en huisgenoten dat ze je vooral even niet mogen storen. Andere tips: stel jezelf haalbare tussendoelen. Neem je bijvoorbeeld voor om één keukenkastje schoon te maken. Als je eenmaal bezig bent, kan het zomaar zijn dat je vanzelf besluit om er nog een tweede bij te doen.

Naast de bestseller van Steel zijn er nog enkele boeken die het midden houden tussen populair-wetenschappelijke verhandeling en zelfhulplectuur, waaronder Solving the procrastination puzzle van de Canadese psycholoog Timothy Pychyl. Hij bracht ook enkele jaren een podcast over het onderwerp uit: iProcrastinate. Pychyl benadrukt in zijn boek ook hoe belangrijk zelfkennis is, én een realistische kijk op je eigen gedrag. Als je weet waar je energie van krijgt, dan kun je werk zoeken dat daar bij past, en met je partner overleggen over een optimale verdeling van de huishoudelijke taken. En als je altijd tijd tekortkomt, dan is het raadzaam om wat ruimer te plannen.

Tegelijkertijd is het ook goed om mild voor jezelf te blijven. Volgens Steel is uitstelgedrag een voortvloeisel van onze prestatiemaatschappij, vol ambitieuze langetermijndoelen. „In de oertijd viel er weinig uit te stellen. Als je te lang wachtte met bessen plukken of vlees klaarmaken was je eten bedorven.” We moeten oppassen, kortom, dat we onszelf en elkaar niet te veel deadlines voorschotelen. Af en toe flexibel leven en tijd verlummelen is ook heel gezond. Uitstellen zonder je schuldig te voelen, kortom.

Illustraties Jasmijn van der Weide