Politici gebruiken grote woorden na het IPCC-rapport, maar wat moet Nederland doen?

Klimaatbeleid Als Nederland de boodschap van het IPCC serieus neemt, dan is er veel te doen voor een nieuw kabinet, zeggen deskundigen.

Berg los gestorte kolen in de haven van Rotterdam.
Berg los gestorte kolen in de haven van Rotterdam. Foto Willem Mes / Hollandse Hoogte

Wat nu? Politici namen deze week zware termen in de mond om het IPCC-klimaatrapport te duiden. Van „zeer zorgelijk” (Mark Rutte, VVD) en „één van de grote uitdagingen van deze tijd” (Wopke Hoekstra, CDA) tot „het is nu of nooit” (Sigrid Kaag, D66) en „een levensbedreigende realiteit” (Gert-Jan Segers, CU).

Maar wat nu? Wat moet Nederland doen als het de boodschap van het VN-klimaatpanel serieus neemt?

Die boodschap is: mensen veroorzaken klimaatverandering die nu al elke regio in de wereld raakt, in de vorm van hittegolven, droogte en heftiger neerslag. En die effecten zullen sterker worden.

Bovendien gaat de opwarming van het klimaat sneller dan werd verwacht, zegt Bart Strengers, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en lid van de delegatie die namens Nederland het IPCC-rapport goedkeurde. „De grens van 1,5 graad opwarming wordt eerder overschreden dan we dachten. Al in de jaren dertig van deze eeuw, in plaats van de jaren veertig.” In Parijs spraken in 2015 175 landen af de opwarming te beperken tot onder de 2 graden, het liefst tot 1,5 graad.

Vervelend aan de klimaatwetenschap is dat er veel onzekerheid mee gepaard gaat, zegt Strengers. Maar dit rapport maakt duidelijk dat de kans dat het meevalt met de opwarming kleiner is geworden. En dus dat er veel moet gebeuren. In de woorden van Strengers: dat de uitstoot van broeikasgassen keihard omlaag moet, en dat je in 2050 niet of nauwelijks meer afhankelijk bent van fossiele brandstoffen. „Soms hoor je in de politiek: rustig aan, eerst kijken hoe het loopt. Dat verhaal gaat steeds minder op. Sterker nog: als je het Parijs-akkoord serieus neemt, zou je alvast moeten nadenken over hoe de uitstoot sneller kan dalen, mocht de opwarming tegenvallen.”

Gat in het beleid

Hóé, dat is de grote vraag waar politici nu voor staan. Een nieuw kabinet ontkomt niet aan gevoelige besluiten, want er zit een gat in het Nederlandse klimaatbeleid, erkende demissionair premier Rutte deze week. Een gat tussen doelen en resultaten.

Er zijn nieuwe maatregelen nodig om de oude doelen te halen – de doelen die voortvloeien uit het Urgenda-vonnis en de Klimaatwet. Maar ook om het nieuwe, hogere Europese doel te halen (een reductie van broeikasgassen van 55 procent in 2030, ten opzichte van 1990).

Door al die gaten ergerde Ed Nijpels zich aan VVD-partijgenoot Rutte die in een reactie op het IPCC zei: „Ik ben ervan overtuigd dat Nederland in de Olympische Spelen van het klimaat ook nummer 1 kan zijn.” Nijpels hoorde dit soort uitspraken van Rutte eerder. „En dan gebeurt er te weinig. Meestribbelen noemen we dat.”

Nijpels was voorzitter van het Klimaatakkoord uit 2019. Volgens de laatste schattingen kan Nederland in 2030 een reductie van 43 procent halen. Het doel was 49 procent. „Dat is een dikke acht. „We moeten niet doen alsof Nederland niks gedaan heeft”, zegt Nijpels. „Maar nummer 1 willen zijn, vraagt meer dan Rutte nu levert.” Diverse Europese landen stelden zich al een hoger doel. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk beloven meer dan 60 procent reductie in 2030.

De partijen die een nieuw kabinet vormen, moeten besluiten nemen over gevoelige dossiers: landbouw en de veestapel, de industrie, verkeer. Ook moeten elektriciteitsnetten worden verzwaard, besloten hoe wijken worden verduurzaamd, of rekeningrijden nodig is.

Na 2030 wordt het echt moeilijk

Maar eigenlijk is de opdracht ingewikkelder. De uitstoot fors verminderen in 2030 is een klus. Maar daarna wordt het echt moeilijk, want in 2050 moet de uitstoot per saldo op nul zitten, sprak de EU af.

„Het beleid is erg gericht op: hoe verminderen we de megatonnen aan CO2-uitstoot? Belangrijk, maar niet meer genoeg,” zegt Heleen de Coninck, hoogleraar aan Technische Universiteit Eindhoven. Ze schreef en schrijft mee aan IPCC-rapporten over klimaatbeleid. Voor 2050 heb je heuse systeemtransities nodig, zegt ze. „We staan voor een totale verandering in de manier waarop we ons voeden en energie gebruiken, hoe we met afval omgaan en land gebruiken.” Dat beleid is er nauwelijks. „De klimaatuitdaging wordt te rekenkundig en te weinig systemisch geïnterpreteerd. Voor 2050 ligt er een heel andere opgave dan voor 2030.” Daar moet een nieuw kabinet mee aan de slag, want dit soort veranderingen duren lang.

Nederland zou de Green Deal van de Commissie met beide handen moeten aangrijpen

Hoe samenlevingen vrijwel zonder uitstoot kunnen functioneren is nog niet duidelijk. Eigenlijk zitten we nu in het makkelijke deel. Auto’s zijn makkelijker uitstootvrij te maken dan vliegtuigen bijvoorbeeld. Strengers van PBL: „De nul in 2050 is gigantisch ambitieus. Een nieuw kabinet moet dat hele pad al doordenken.” Strengers schrijft nu aan een advies over de puzzel die Nederland voor 2050 moet leggen. En daar is geen eenduidig antwoord op, zegt hij. „Je moet accepteren dat je misschien verkeerde keuzes maakt.”

Veel weerstand

De puzzel is deels een complex vraagstuk voor ingenieurs, maar is ook een politieke kwestie. Strengers: „Er is veel weerstand. Sommige mensen willen geen windmolens op land, geen zonneparken, geen biomassa, of geen kernenergie, maar wel vliegen en autorijden. Mensen willen heel graag dat er één oplossing is. Maar we hebben meer oplossingen nodig, wind op zee, zonnepanelen, biomassa, eventueel kerncentrales.”

Wat helpt, is de ‘Green Deal’ die de Europese Commissie in juli voorstelde, zegt Frans Rooijers, directeur van adviesbureau CE Delft. „Als we het halen, is het dankzij de Commissie. Het gaat er niet om dat landen elkaar overtoepen met doelen, maar om beleid dat het waar kan maken. En de Commissie geeft daar de aanzet toe.” Nederland zou de Green Deal met beide handen moeten aangrijpen, zegt Rooijers, en niet wachten tot alle lidstaten hebben ingestemd. „Want dan zijn er alweer twee van de negen jaar tot 2030 om.” Richt het beleid zo in dat je het kan aanscherpen en bijsturen, adviseert Rooijers. Kies dus niet voor een technologie als groene waterstof (dan kan je misgokken), maar voer in meer sectoren uitstootrechten in, zoals de Commissie voorstelt. Die zijn er nu al voor de industrie. Dan helpt de markt mee. Rooijers: „Dit is een ingrijpende verandering waarvoor je alle krachten nodig hebt. Ook marktkrachten.”

Het klinkt een beetje zoals het kabinet handelde tijdens de coronacrisis: met 50 procent kennis besluiten nemen. En heel veel bijsturen.