Als voetballer mag je niet de indruk wekken dat je onzeker bent

Mentale weerbaarheid Profvoetballers praten niet makkelijk over hun gevoel en lijden soms in stilte. NRC sprak zeven (oud)-spelers over mentale weerbaarheid. „De perverse prikkel om anderen te behagen werd steeds sterker.”

De een worstelde met roem en kritiek in de media. De ander werd elke week belachelijk gemaakt in een tv-programma. Weer een ander werd het pispaaltje van de coach. Sommigen leden in stilte en slechts een enkeling kreeg psychische hulp aangeboden van de club. In de aanloop naar het nieuwe voetbalseizoen sprak NRC met zeven (ex-)profspelers over het belang van mentale weerbaarheid in hun sport.

Wereldvoetbalbond FIFA lanceerde vorige week een campagne waarin aandacht wordt gevraagd voor psychische aandoeningen bij profs. Volgens onderzoek van de internationale spelersvakbond Fifpro lijdt 23 procent van de actieve profvoetballers aan slaapproblemen, heeft 9 procent te maken met depressieve klachten en kampt 7 procent met angstgevoelens. Bij ex-profs liggen deze percentages nog hoger.

Vorig seizoen spraken enkele bekende spelers zich uit over hun mentale gesteldheid. Zoals ex-international Gregory van der Wiel, FC Utrecht-speler Willem Janssen en Ricardo Kishna van ADO Den Haag. „Al meer dan een jaar heb ik te maken met paniekaanvallen en angstgevoelens, iets wat begon toen ik thuis in LA aan het chillen was”, schreef Van der Wiel in een verklaring. „Op dat moment wist ik niet wat er met me aan de hand was en dacht ik dat ik een hartaanval had.” Door zijn woorden ontspon zich een nationaal debat.

„Mij valt op dat steeds meer spelers hun mentale problemen gedurende hun carrière openbaren, zoals turnster Simone Biles dat tijdens de Olympische Spelen ook heeft gedaan”, zegt Bart Heuvingh, topsportbegeleider bij AZ. „Dat haalt het taboe ervan af en zorgt ervoor dat voetballers het er onderling over kunnen hebben, en met experts.” De FIFA-campagne moet in dat licht worden gezien, zegt hij.

Bij AZ gaat Heuvingh ook mee op trainingskamp. „Mensen vragen soms of ik genoeg te doen heb in zo’n week. Maar aan een fysiotherapeut vragen ze dat niet. Terwijl het dezelfde processen zijn om je prestaties te verbeteren, maar dan in het hoofd.”

Bij AZ begint Heuvingh al bij spelers vanaf twaalf jaar. Preventie, dat is volgens hem de crux. „Bij presentaties gebruik ik vaak de quote van Frederick Douglass: ‘It is easier to build strong children than to repair broken men.’” Voetballers praten niet makkelijk over hun gevoelens, zegt hij, dus het heeft geen zin in je kantoor te wachten tot ze binnenlopen. „Juist doordat ik er altijd ben, kan ik ze tussendoor even prikkelen, met ze sparren. Ik stop ze een boek toe, organiseer bijeenkomsten voor het hele team, deel artikelen via de app.”

Normaliseren

Sinds de uitlatingen van bekendheden als Van der Wiel, kloppen steeds meer voetballers bij haar aan, zegt performance coach en sportpsycholoog Afke van de Wouw, die onder meer praktijk houdt bij voetbalbond KNVB. „In de psychologie noemen we dat ‘normaliseren’: je gedachten, gevoelens en gedrag normaal vinden gegeven je omstandigheden. Sporters ervaren dit bijvoorbeeld als ze horen dat andere sporters hetzelfde ervaren in soortgelijke omstandigheden, zoals het gevoel van wedstrijdspanning en druk om te presteren.” Je zag het in het filmpje van Willem Janssen op YouTube, zegt ze, dat verscheen na de verklaring van Van der Wiel. „Hij zegt: het was een hele opluchting dat meerdere mensen hier last van hebben.”

En dat is ook niet zo gek, zegt ze, want ga maar na. Met veel van de big life events die de doorsnee mens stress opleveren, krijgen profvoetballers te maken: een verandering van baan, een verhuizing (vaak naar een ander land met een andere cultuur), een plotselinge verandering van salaris. „En dan zijn het ook vaak jongens van achttien, negentien jaar, een leeftijd waarop de meeste jongeren nog bij hun ouders wonen.”

Oud-international Edson Braafheid vertelt NRC dat hij het jammer vindt dat clubs liever geld stoppen in een personal trainer voor het lichaam dan een personal trainer voor de geest. „Beide zijn belangrijk, want vooral jonge talenten hebben vaak geen idee in wat voor wereld ze stappen.” Voormalig ADO-verdediger Gianni Zuiverloon: „Als voetballer word je continu beoordeeld. Train je wel goed? Pass je die bal wel strak in? ‘Wij houden je in de gaten, vriend.” Dominique Janssen, net terug van de Olympische Spelen in Japan: „De ene dag geniet je veel respect, de volgende word je aan de kant gezet. Intussen groeit de druk om jezelf op social media goed te presenteren. Maar wat is goed? Is het goed als je van jezelf afdrijft om anderen te behagen?”


 

Dominique Janssen
‘Ook buiten het veld wordt het spel harder’

 
Naam: Dominique Janssen (26)
Geboorteland: Nederland
Is: Profvoetbalster bij VfL Wolfsburg

„Een groot deel van mijn leven was ik een pleaser. Ik durfde geen ‘nee’ te zeggen en stelde geen grenzen. Had nooit geleerd voor mezelf op te komen.

„Mijn ouders scheidden toen ik vijftien was. Er hing spanning in huis. Die spanning droeg ik onbewust met mij mee. Voetbal voelde als een uitweg. Maar als ik ’s avonds in mijn bed lag kwamen de emoties.

„Vroeg of laat gaat dat wringen en bij mij gebeurde dat toen ik twintig was. Ik speelde bij Arsenal en werd, met een paar anderen, het pispaaltje. Als het team niet lekker liep, sprak de coach ons daar persoonlijk op aan. Dat was niet alleen vermoeiend, het bezorgde mij ook een gevoel van eenzaamheid. Alsof ik een poppetje was in het FIFA-spel. Het deed mij twijfelen: wil ik dit nog wel?

„Ik ben gesprekken gaan voeren met een psycholoog. Toen merkte ik pas hoe boos ik was. En ook: hoe bang ik was die boosheid te uiten. Ik associeerde boosheid met schreeuwen, bijten, krabben, slaan. Iets waar ik verre van moest blijven. Praten over boosheid deed ik ook niet.

‘Ik heb er hard voor moeten werken om dingen naast mij neer te leggen. Láát die telefoon liggen. Plaats geen vrolijke foto’s op Instagram als je je niet vrolijk voelt’

„Het vrouwenvoetbal wordt steeds groter, er komt meer op speelsters af. Ook buiten het veld wordt het spel harder en politieker. De ene dag geniet je veel respect, de volgende word je aan de kant gezet. Intussen groeit de druk om jezelf op social media goed te presenteren. Maar wat is goed? Is het goed als je van jezelf afdrijft om anderen te behagen?

„Ik heb er hard voor moeten werken om dingen naast mij neer te leggen. Láát die telefoon liggen. Plaats geen vrolijke foto’s op Instagram als je je niet vrolijk voelt. Vertel je coach dat je boos bent als je op een EK nauwelijks aan speelminuten toekomt. Accepteer dat anderen je niet leuk vinden, dat is hún probleem.

„Vorige zomer ben ik begonnen met mediteren. Dat doe ik elke dag. Ik lees minstens tien pagina’s in een self-helpboek en noteer wat die dag mijn doelen zijn. Het helpt tegen de vele prikkels. Meerdere internationals hebben mijn voorbeeld gevolgd.

„Niet elke voetballer zit te wachten op een psycholoog, maar het is wel belangrijk dat die mogelijkheid bestaat. Dat ze weten dat het oké is. Zelf heb ik mijn therapie begin dit jaar beëindigd. Ik ben trots op wie ik ben en waak ervoor dat ik terugval in het roller coaster-leven van vroeger. Ik heb een enorme behoefte aan houvast.”

Terug naar boven


 

Gianni Zuiverloon
‘Zijn de overblijvers écht de sterksten?’

 
Naam: Gianni Zuiverloon (34)
Geboorteland: Nederland
Is: Ex-profvoetballer bij onder meer Feyenoord, West Bromwich Albion en ADO Den Haag.

„Heb je weleens een voetballer met een burn-out gezien? Nee, hè? Terwijl werknemers in andere bedrijfstakken drie maanden thuisblijven, hebben voetballers een ‘slechte periode’. Je presteert minder, wordt minder opgesteld en voor je het weet zak je van de Eredivisie naar de Eerste Divisie. Dat er misschien meer aan de hand is en een speler hulp nodig heeft, blijft onderbelicht.

„Zo blijven vanzelf de sterksten over. Denken de clubs. Maar is dat wel zo? Zijn de overblijvers écht de sterksten? Ik vind juist dat je heel sterk bent als je jezelf kwetsbaar opstelt, zoals Gregory van der Wiel en Ricardo Kishna hebben gedaan. In mijn ogen is dit ten onrechte een taboe in het voetbal. Bij sporten als tennis en golf zijn mental coaches niet meer weg te denken.

„Ik loop nu zeventien jaar mee in deze wereld en ik schat dat 80 procent van alle profs met mentale worstelingen te maken heeft gehad, inclusief ikzelf. Maar daarover praten? Voetbal is een mannenwereld, hè.

„Dat ervoer ik ook toen ik bij de selectie van Feyenoord kwam, rond 2004. Toen had je nog echt een strikte hiërarchie. Wij jonkies sjouwden de ballen en moesten vooral onze mond houden. O wee als we op de massagetafel gingen liggen. ‘Ga maar rekken’, zeiden ze dan. Persoonlijk had ik geen moeite met die hiërarchie. Maar daar stond tegenover dat er weinig ruimte voor emoties was.

‘Ik loop nu zeventien jaar mee in deze wereld en ik schat dat 80 procent van alle profs met mentale worstelingen te maken heeft gehad, inclusief ikzelf. Maar daarover praten? Voetbal is een mannenwereld, hè’

„Die eerste jaren, van mijn zeventiende tot mijn 22ste, waren onbezorgd. Vrijheid, blijheid. Daarna maakte ik een transfer naar West Bromwich Albion in de Premier League en veranderde er veel. Ineens moést ik presteren. En dan zat ik ook nog alleen in Engeland. Niet dat ik een babysitter nodig had, maar even uitblazen bij je familie was er niet bij. Iemand om mee te sparren, had mij die jaren kunnen helpen.

„Terugkijkend heb ik tot mijn 29ste ups en downs gehad. Veel blessures vooral. Lukte het niet op het veld, dan nam ik dat mee naar huis. Werd ik stiller, prikkelbaar, niet meer de beste partner voor mijn toenmalige vriendin. Maar praten over emoties? Bij ons thuis gebeurde dat vroeger nauwelijks. Ik kropte veel op.

„Vergeet niet: als voetballer word je continu beoordeeld. Train je wel goed? Pass je die bal wel strak in? ‘Wij houden je in de gaten, vriend’. Dat idee. Ja, we krijgen niet slecht betaald, maar dat maakt het niet minder makkelijk als alles wordt uitvergroot. Die vorige wedstrijd waarin jij zo goed speelde, zijn supporters allang vergeten als je op zondag een fout maakt. Je bent zo goed als je laatste wedstrijd.

„Praten is belangrijk. Vaak weten spelers niet dat mindere prestaties mentale oorzaken kunnen hebben. Zij denken: als ik vanavond ga slapen, is het morgen weg. Nu meerdere spelers hun kwetsbaarheden hebben gedeeld, ontstaat er hopelijk een klimaat waarin er vaker mét en niet alleen óver voetballers wordt gesproken.”

Terug naar boven


 

Luke Chadwick
‘Van de ene op de andere dag werd ik onderwerp van gesprek’

 
Naam: Luke Chadwick (40)
Geboorteland: Verenigd Koninkrijk
Is: Ex-profvoetballer bij onder meer Manchester United

„Ik was negentien en speelde eind jaren negentig bij Manchester United. Een stille, verlegen jongen tussen grote sterren als David Beckham – het voelde eervol. Interesse voor sportauto’s en nachtclubs had ik niet. Roem zag ik als een last. In die zin was ik anders dan de rest.

„Van de ene op de andere dag werd ik onderwerp van gesprek in They think it’s all over, een wekelijkse comedy-sportshow op de Britse tv. Niet één keer, maar wekelijks, een seizoen lang. Ze maakten grapjes over mijn pukkels en overbeet. Het werd een running gag.

„Elke vrijdag zat ik voor de tv te hopen en te bidden dat mijn naam niet genoemd zou worden. Maar het werd alleen maar erger en sloeg over naar het stadion. Tijdens de warming-up werd van alles naar me geroepen. Niemand had het nog over mijn kwaliteiten op het veld.

„Een tijd lang heb ik me in mijn flat opgesloten. Ik durfde geen boodschappen te doen, ik was bang te worden nagewezen. Ik schaamde me kapot, maar lachte het weg als anderen erover begonnen. Het was mijn probleem. Ik leed in stilte. Alsof ik op het schoolplein stond.

‘Voetbal is een door mannen gedomineerde industrie met grote ego’s en weinig ruimte voor gevoel. Wil je in zo’n setting open zijn, dan moet je sterk in je schoenen staan’

„Hoe het mijn niet-zo-fantastische carrière heeft beïnvloed is moeilijk te zeggen. In mijn tweede seizoen bij Manchester werd ik geopereerd na een blessure. Plots was ik niet meer die ongelooflijk snelle voetballer. Dus laat ik die tv-show vooral niet als excuus gebruiken. Het was een factor, meer niet.

„Voetbal is een door mannen gedomineerde industrie met grote ego’s en weinig ruimte voor gevoel. Wil je in zo’n setting open zijn, dan moet je sterk in je schoenen staan. Die kracht heb ik nu, twintig jaar later, maar destijds was ik bang. Stel dat mijn kwetsbaarheid tegen me gebruikt werd? Dat een ploeggenoot mijn plaats innam?

„Op voetbalacademies is weinig oog voor mentale gezondheid. Sowieso niet in het onderwijssysteem. Persoonlijke ontwikkeling zou wat mij betreft een vast onderdeel van het curriculum moeten worden.

„Door mijn ervaringen ben ik een veerkrachtiger, sterker mens geworden. ‘Leer jezelf kennen’, zeg ik tegen iedereen die het horen wil. ‘Práát over je gevoel.’ Er komt een tijd dat dat in het voetbal normaal wordt, al hebben we nog een lange weg te gaan.”

Terug naar boven


 

Edson Braafheid
‘Leegte kan alleen gevuld worden als je in de spiegel kijkt’

 
Naam: Edson Braafheid (38)
Geboorteland: Suriname
Is: Profvoetballer bij Palm Beach Stars (Verenigde Staten)

„Mensen kijken altijd eerst naar de voetballer Edson Braafheid en dan pas naar de mens. Lang heb ik mij daarnaar gedragen. Ik leefde zoals dat van een voetballer verwacht wordt. Ik was zó bezig met mezelf goed neerzetten, dat ik het zicht op de mens Edson verloor.

„De perverse prikkel om anderen te behagen werd sterker toen ik na mijn overstap naar Bayern München bekender werd. Wat zouden mensen ervan vinden als ik een snelle auto kocht? Ik houd gewoon van mooie auto’s, maar viel dat wel in de smaak?

„Bayern nam mij over van FC Twente. Dat werd als een grote stap gezien, door sommigen als een té grote. Er was twijfel of ik wel ‘BM-waardig’ was – dat zorgde voor druk. Ik wilde koste wat kost laten zien dat ik het waard was. Als ik een wedstrijd op de bank zat, hing er een negatieve vibe om mij heen. Die negativiteit nam ik mee naar huis.

„Het maakt onzeker: constant bezig zijn met outside noice. En als voetballer mag je niet de indruk wekken dat je onzeker bent. Dan geven ploeggenoten de bal niet meer af en gaan tegenstanders je vernederen. Een slecht cijfer in de VI komt dan extra hard aan. Zo kom je in een neerwaartse spiraal terecht.

‘Als voetballer mag je niet de indruk wekken dat je onzeker bent. Dan geven ploeggenoten de bal niet meer af en gaan tegenstanders je vernederen’

„Een tijd lang heb ik me heel verloren gevoeld. Ik zocht afleiding bij mooie vrouwen, zette mijn huwelijk op het spel. Ontzettend stom natuurlijk, maar dat leek de enige manier om mijn zelfvertrouwen te herwinnen en de leegte te vullen.

„Inmiddels weet ik dat leegte alleen gevuld kan worden als je in de spiegel kijkt. Waar wil je tijd, aandacht en energie aan besteden? Wat heb je onder controle en wat niet? Hoe sluit je je af van outside noise? Die vragen heb ik met een mental coach onderzocht. In het begin was dat vreemd, want als jongen leerde ik dat ‘echte kerels’ niet over gevoelens praten. Ik kon mezelf niet uiten. Dat geldt voor heel veel voetballers.

„Het is jammer dat clubs liever geld stoppen in een personal trainer voor het lichaam dan een personal trainer voor de geest. Het is allebei belangrijk, want vooral jonge talenten hebben vaak geen idee in wat voor wereld ze stappen. Wat doe je als je een wedstrijd verliest, als een trainer tegen je schreeuwt, als het publiek tegen je tekeergaat? En waarom zou je géén echte kerel zijn als je over je gevoel praat? Krop je gevoelens op, dan komt het vroeg of laat tot een explosie. Daar heeft niemand baat bij, ook de club niet.”

Terug naar boven


 

Ron Vlaar
‘Clubs moeten voorzichtig omgaan met jonge spelers’

 
Naam: Ron Vlaar (36)
Geboorteland: Nederland
Is: Ex-profvoetballer bij AZ, Aston Villa en Feyenoord.

„Mentale weerbaarheid, daar heb ik veel in geïnvesteerd. Ik denk dan niet aan gesprekken met een psycholoog, maar aan het creëren van routines. Ik had ze voor elke wedstrijd. Wat activatie-oefeningen, dan een mobiliteitsoefening, wat kort voetenwerk, tot slot nog een paar kopballen. Arjen Robben deed bij het Nederlands elftal niet anders. Hoe minder je over routines hoeft na te denken, hoe minder energie het kost. Het zijn handvatten om jezelf een veilig gevoel te geven.

„Bij structuur heb ik het ook over de doelstellingen die ik mezelf oplegde. Een voor de lange, een voor de korte termijn. Denk bij lang aan een WK waar je wil spelen. Bij kort aan altijd topfit zijn. Wist ik dat ik bij het WK in Brazilië veel moest drinken vanwege de hitte, dan begon ik daar thuis al mee. Voeding, rust en herstel zijn voor mij essentiële zaken geweest om beter te voetballen.

„Toen ik bij krachttrainingdeskundige Hans Kroon in Rotterdam trainde, ging ik eens bijna out tijdens de sessie. Acuut energietekort. Terwijl: ik had toch pasta gegeten? Ja, lasagne met veel kaas, en kaas laat zich niet snel in brandstof omzetten. De les was dat ik mijn lichaam nog beter onder controle kon hebben. Soms kon ik daar ook in doorslaan. Pakte een vriend die bij me op bezoek was een yoghurtje uit de koelkast, dacht ik dat mijn eetschema in de war zou raken. Net zo goed wist ik op den duur precies hoeveel speltboterhammen ik kon eten om niet aan te komen. Die zoektocht naar perfectie was ook een zoektocht naar zekerheid en rust. Dat is wat een goede mindset voor mij betekent.

‘Ik heb ook wel eens gedacht: als ik niet speel kan ik geen fouten maken. Maar na mijn blessures was ik vooral dankbaar dat ik nog kon voetballen’

„Dat voetballers stress ervaren, heb ik gelezen. Ik denk dat veel sporters het wegstoppen. Laatst las ik in een interview met Jeroen van der Lely [oud-speler FC Twente] dat hij zó onzeker werd dat hij liever geblesseerd was. Ik heb ook wel eens gedacht: als ik niet speel kan ik geen fouten maken. Maar na mijn blessures was ik vooral dankbaar dat ik nog kon voetballen. Je leert snel relativeren, ook al heb ik na nederlagen ook wel de neiging gehad om niét naar de supermarkt te gaan. Schaamte, hè. Als het niet lekker liep, trok ik mezelf dat aan.

„Wat kan er beter? Die vraag moet je jezelf altijd durven stellen. Voetballers moeten zelfkritisch zijn. Tegelijk moeten clubs voorzichtig omgaan met jonge spelers. Zo kritisch als Dick Advocaat voor de camera over spits Robert Bozenik was … daar help je hem echt niet mee.

„Bij Aston Villa heb ik meegemaakt dat de club 25 duizend euro per week betaalde aan jonge spelers waar nauwelijks naar werd omgekeken. Er was geen plan. Vroeger werd je betaald op basis van wat je presteerde, nu voor wat ze verwachten dat je gaat presteren. Daarvan kunnen spelers minder hongerig worden. Grote salarissen zonder begeleiding, dat is niet de beste combinatie.”

Terug naar boven


 

Jerry van Wolfgang
‘Van de suggestie om te stoppen, werd ik link’

 
Naam: Jerry van Wolfgang (29)
Geboorteland: Nederland
Is: Profvoetballer bij Cheonan City (Zuid-Korea)

„Mezelf kwetsbaar opstellen als voetballer zal ik niet snel meer doen. Ik heb er vaak spijt van gehad. Neem mijn eerste seizoen bij Go Ahead Eagles. Die zomer stond ik in een Europese kwalificatiewedstrijd tegenover een grote, atletische jongen. Een zware, maar goede ervaring, juist omdat ik inzag wat ik moest verbeteren. Ik moest sterker worden, meer krachttraining doen. Dat ik dit vervolgens ook tegen de trainer heb gezegd, was een verkeerde inschatting. De wedstrijd erna zat ik op de bank. Toen ik later met hem in gesprek ging, en daarvoor notities uit mijn dagboek had meegenomen, zei hij dat hij niet veel spelers zoiets had zien doen. We zaten niet op dezelfde golflengte. Deze trainer wist niet hoe hij moest omgaan met spelers die zich kwetsbaar opstellen.

„In het voetbal is dat ongewoon. Het is een harde cultuur, met veel haantjes en grote monden, waarin ik mijn weg moest vinden. Ik ben introvert. Al in de jeugd van PSV had ik moeite mezelf te verweren. Riepen medespelers wat naar me, dan trok ik me terug, ook op het veld. In plaats van naar het doel te gaan, gaf ik de bal af.

‘Ik ben introvert. Al in de jeugd van PSV had ik moeite mezelf te verweren. Riepen medespelers wat naar me, dan trok ik me terug, ook op het veld. In plaats van naar het doel te gaan, gaf ik de bal af’

„Plezier heb ik niet altijd gehad. Ik ging honderd procent voor mijn droom, maar hoeveel moet je daarvoor opofferen wanneer je het niet naar je zin hebt? Mijn moeder was altijd de eerste die het aan me zag, vooral na de scheiding duwde zij niet graag met de vinger op de zere plek, van de suggestie om te stoppen, werd ik link.

„Veel voetballers hebben een egoprobleem. Cristiano Ronaldo heeft ook een groot ego, je hebt het nodig, maar hij is wel de eerste die zijn team helpt, hij inspireert. Bij anderen is het: ik, ik, ik, juist ten koste van anderen.

„Later in mijn carrière heeft het me geholpen om met een sportpsycholoog te sparren. Waarvoor voetbal ik? Wat voor speler wil ik zijn? Welke zaken moet ik loslaten? Het voelde als emotionele training om daar wekelijks over te praten met iemand die jou op die manier steeds beter leert kennen. Als ik nu in de spiegel kijk, weet ik: ik ben wie ik wil zijn.”

Terug naar boven


 

Björn van der Doelen
‘Vaak was er die gedachte: kan ik het wel?’

 
Naam: Björn van der Doelen (44)
Geboorteland: Nederland
Is: Ex-profvoetballer bij onder meer PSV en FC Twente. Nu muzikant.

„Ik ben op mijn 29ste gestopt. Vrij vroeg, maar het was een bevrijding. De voetbalwereld en ik: het begon steeds meer te wringen. Alle regels en meningen, de prestatiedruk. Niet toevallig was mijn laatste jaar bij NEC een van mijn beste seizoenen. ‘Lekker hè, dat die druk eraf is’, appte een oud-teamgenoot.

„Al die tijd had het om presteren gedraaid. Dat was al zo toen ik op mijn tiende naar PSV ging. Ik werd er voor het eerst in mijn leven verrot gescholden en ervoer wat druk is. Vier jaar later: mijn eerste slechte recensie. We speelden met het Nederlands jeugdteam in Limburg en een lokale journalist schreef dat ‘de alom geprezen Björn van der Doelen over het veld liep alsof-ie van tevoren een bak oorwurmen had moeten opvreten’.

Als je dat schrijft over kinderen, dan ben je toch ongelukkig?

„In het eerste van PSV kwamen daar de cijfers bij. Eerst las ik de kranten en bladen nog wel, later niet meer. Uit zelfbescherming, hoe hard ik ook riep dat die cijfers me niet interesseerden. Kwetsbaarheid is op de apenrots een zwaktebod. Daar praat je niet over.

„Toch was er vaak die gedachte: kan ik het wel? Vooral tegen de kleinere clubs. Als we tegen Ajax of Feyenoord speelden was ik op mijn best, als we tegen RKC moesten had ik last van spanning. Dan verstopte ik me achter mijn tegenstander of vroeg ik de bal terwijl ik gedekt stond. Trucs die elke voetballer kent. Je zag het ook bij de wissels. Keek de trainer achterom wie hij kon inbrengen, doken ze allemaal weg in hun jassen. Onzekerheid, hè. Wie niet invalt, kan ook niks fout doen.

‘Eerst las ik de kranten en bladen nog wel, later niet meer. Uit zelfbescherming, hoe hard ik ook riep dat die cijfers me niet interesseerden’

„In 2001 ging ik naar FC Twente. Geen beste tijd. Op de opkomende internetfora begonnen fans zich te beklagen als ze mij na een nederlaag in de kroeg hadden gezien. Snap ik ergens wel, maar mag ik even uitblazen na een week keihard trainen? De club schorste me omdat ik met een kater op een uitlooptraining was verschenen.

„Dat keurslijf benauwde me steeds meer, terwijl de club me wegpestte, vermoedelijk omdat ik te goed verdiende. Vroeg ik maanden van tevoren vrij voor de trouwerij van een maat, trok de trainer kort van tevoren zijn toestemming in. Via wedstrijdbeelden heeft hij eens gecheckt of ik als wissel wel voldoende had warmgelopen tijdens de wedstrijd. Kinderachtig, maar het vrat wel aan me.

„Met de wijsheid van nu had ik toen misschien wel lekkerder kunnen voetballen. Dat is ook het mooie van de natuur, dat je naarmate je ouder wordt gaat inzien wat belangrijk is én wat niet. Daarom begrijp ik niet waarom analisten van mijn leeftijd zo hard oordelen over spelers van twintig jaar. ‘Het zijn volwassen kerels’, hoor je dan. Ja, voor de wet. Mede daarom kan ik niet meer zo serieus naar voetbal kijken.

„Sinds ik ben gestopt, koester ik vooral mijn vrijheid. Als voetballer moest ik binnen de lijntjes kleuren, nu ben ik muzikant en volg ik mijn hart. Ik functioneer niet goed in systeempjes.”

Terug naar boven

Foto’s: Daniel Niessen