Terug naar de krant

K. Schippers: schrijver met oog voor het bijzondere van het alledaagse

necrologie Beeldende kunst

K. Schippers (1936 – 2021) Hij was een van de origineelste naoorlogse schrijvers die Nederland rijk was, alleen al omdat hij opzij keek, terwijl iedereen vooruit staarde. Met zijn dood is de laatste auteur van de Zestigers-generatie overleden.

Leeslijst

Twee maanden voordat schrijver-journalist G. Brands overlijdt, stuurt K. Schippers zijn vriend een kaartje met daarop een afbeelding van de atelierwoning van Theo van Doesburg in Meudon. „Zie ons nog staan in ’57 voor hun huis,” staat er op de achterkant. Deze simpele zin zet het moment neer dat bepalend was voor Schippers’ literaire loopbaan: die reis was het startpunt van een nieuwe stroming in de literatuur, waarin er meer oog kwam voor het alledaagse en pretenties er niet meer toe deden. Het zinnetje op de ansichtkaart typeert tevens een trouwe vriendschap, die bepalend was voor zowel de mens als de schrijver Schippers. Donderdag overleed hij thuis in Amsterdam, liet zijn familie weten. Schippers was de laatste schrijver van de zogeheten Zestigers-generatie, waarvan nu alle representanten zijn overleden.

Lees ook
Mijn lichaam redt het misschien niet, maar ik wel
Mijn lichaam redt het misschien  niet, maar ik wel

K. Schippers, die als Gerard Stigter op zes november 1936 op de wereld kwam, was de origineelste naoorlogse schrijver die Nederland rijk was. Alles wat hij zag, vond hij interessant en zette hij om in taal. Dat principe voerde hij door tot in de uiterste consequentie. Dat deed hij al toen hij samen met zijn vrienden G. Brands en J. Bernlef in 1958 in het tijdschrift Barbarber de readymade in de Nederlandse poëzie introduceerde door uitspraken te isoleren en als poëzie te presenteren. De drie, die elkaar hadden leren kennen op de middelbare school, waren allen autodidacten die na hun militaire dienst een tijdschrift oprichtten waarin ze uiting gaven aan kunstenaars die zij bewonderden. Deze jongens uit Oud-West wilden de wereld veranderen met een gestencild blaadje in een oplage van 100.

De behoefte van Schippers en zijn vrienden om de werkelijkheid zonder versiering, literaire woordvolgorde of interpretatie neer te zetten, riep vanaf het begin af aan weerstand op. Barbarber – het gestencilde blad in langwerpig formaat verscheen vanaf het najaar 1958 en tot 1971 – liet een andere wind waaien door de Nederlandse letteren, simpelweg omdat het geen tijdschrift voor literatuur was, maar voor teksten. Dat lijkt een klein verschil, maar het is essentieel. Krantenberichten, reclame-slogans, ansichten of papiertjes die uit boeken waren gevallen: ze vonden allemaal een plek in Barbarber, zonder dat er iets of iemand tot keizer werd gekroond. Daarnaast publiceerden ze ook behangstalen, en clichés. Typerend zijn de clichés die al op het omslag van het eerste nummer werden afgedrukt: ‘leve de koning’, ‘wie zal het zeggen’, en ‘eenvoud is het kenmerk van het ware’.

De redactie van Barbarber met Jan Hanlo
archief Barbarber

Loosdrecht

Dat laatste mag een cliché zijn in het dagelijks leven, voor de literatuur gold dat niet. Zeker niet in de tijd dat Schippers met schrijven begon, toen hij en zijn vrienden zich afzetten tegen pretentie en duurdoenerij. Barbarber – door Simon Carmiggelt al vroeg omschreven als „het gekste blad op aarde” en vanaf 1959 omarmd door Jan Hanlo – gaf niet alleen de literatuur een schop onder haar kont, het veranderde de journalistiek en slechtte grenzen tussen verschillende kunstdisciplines. Er kwam ruimte voor muziek en beeldende kunst, Schippers en zijn vrienden brachten (opnieuw) absurdistisch Dada naar Nederland en pasten dat toe in de literatuur. In interviews stelde Schippers als interviewer vragen als „heeft u een favoriete maand?”

Dat onbevangen en onbevooroordeelde kijken (en luisteren) naar de werkelijkheid verwoordde Schippers nog voordat hij één bundel had gepubliceerd: „Als je goed / om je heen kijkt / dan zie je dat / alles gekleurd is”, schreef hij in 1959 in Barbarber. Dat adagium zette voor altijd de toon, en past ook in feite op zijn hele oeuvre vanaf het moment dat hij in 1963 debuteerde met De waarheid als De koe.

In de bundels die volgden kwamen dergelijk observaties vaak terug en werd bij voorbeeld droog genoteerd: „Het wegen / van een bal zegt niets / over de kleur” (gedicht ‘Indelingen’). Of om een bekendere regel aan te halen: „Als dit Ierland was, zou ik beter kijken”, uit het gedicht ‘Bij Loosdrecht’.

Behalve droge observaties of de geïsoleerde werkelijkheid kwamen in Schippers’ gedichten ook veel vragen voor die soms niet ingewikkelder waren dan de kwestie hoeveel gevulde portemonnees er nodig waren om een glazen pot te vullen. Met ijzeren consequentie werd het een forse fotobijlage in Verplaatste tafels. Schaakspelen of ansichten werden bij wijze van gedicht afgedrukt. Het werd niet altijd even gewaardeerd, een lezer wil graag de indruk krijgen dat hij serieus wordt genomen. Zelfs in 2017 riep hij nog wrevel op toen hij in de bundel Garderobe, kleine zaal drie pagina’s vulde met de scheurkaartjes die je bij een garderobe ziet liggen voordat je je jas hebt afgegeven.

Afstapstoep

De verwondering, de ‘laconieke stijl’ zoals Joost Zwagerman zijn werk ooit typeerde, vind je niet alleen in de poëzie, maar evengoed in zijn essays (voor zijn beschouwend oeuvre kreeg hij in 1996 de P.C. Hooftprijs) en zijn romans. Wie bedenkt er nu een roman te schrijven vanuit het perspectief van een peuter, om die de ondertitel ‘memoires van een driejarige’ mee te geven? Schippers deed dat met Eerste indrukken (1973), waarin een kind de taal ontdekt als manier om de werkelijkheid te benoemen. Zijn laatste roman Nu je het zegt sloot er naadloos op aan: hier kwam de taal zelf aan het woord. Het was een ideale manier om de waarneming, waar al zijn werk om draait, vorm te geven.

In zijn proza ontdekken personages dat de dingen niet zijn zoals ze zijn. Neem Schippers’ debuutroman Avond in Amsterdam (1971), waarin hij tien keer dezelfde wandeling maakt en gesprekken voert met de Amsterdammer Ben ten Holter. De roman was absurd, maar een meesterwerk van detail, zoals blijkt uit observaties als: „een fijne stoep. Niet zozeer om op te gaan, maar wel om eraf te gaan”. Wie dat las, keek voor altijd anders naar een stoep.

Lees ook
Een explosie van ernstige onzin; Nelly van Doesburg, wegbereidster van de jongste kunst

Een breder publiek bereikte Schippers met zijn roman Waar was je nou, over een fotograaf die naar zijn jeugd terugkeert, en waarmee hij 2006 De Libris Literatuur Prijs won. Het verlangen naar het verleden, dat in veel van zijn romans terugkeert, bereikte een hoogtepunt in Voor jou (2013) waarin hij zijn vrienden neerzette.

K. Schippers (links) en zijn vriend J. Bernlef in 1967
Foto Eddy Posthuma de Boer

Een jaar daarvoor waren zijn beste vrienden Bernlef en Brands, die hem mede hadden gevormd tot de auteur die hij was, beiden overleden. Het is niet alleen een liefde voor de twee vrienden die eruit spreekt, maar ook de mogelijkheid tot bewondering.

Want dat was iets anders dat Schippers ook goed kon: bewonderen. Behalve aan zijn vrienden bleef hij ook trouw aan de kunstenaars die hij liefhad: Laurel & Hardy, Marcel Duchamp, Eric Satie, Jacques Tati of Kurt Schwitters, om er maar een paar te noemen. Zijn visie op kunstenaars, een blik die net even opzij keek terwijl de rest recht vooruit staarde, leverde mooie stukken op in zijn essays, en in deze krant. Met zijn essays in CS wilde hij „de lach entameren”. In januari van 2020 was er zijn bundel verhalen en beschouwingen, Andermans wegen, die hij typerend genoeg afsloot met de vraag „Weet je het al, wat een ei, een doos of een tafel voor je leven heeft betekend? Is het je ontgaan?”

De kans is groot dat het ei of de doos ons inderdaad zijn ontgaan, en vanaf nu ons ook zullen ontgaan – want de man die opzij keek terwijl wij vooruit staarden, is er niet meer.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 13 augustus 2021.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in