Opinie

Het bijna-einde van de plofkip is de keuze van de consument

Plofkip

Commentaar

Eén A4’tje in een dichte stal. Dat is de ruimte die sommige kippen hebben. Zonder beweging, met als enige doel hen vet te mesten. Hun snelle groei gaat gepaard met blaren, botbreuken en akelige ziekten. Een leven kun je het niet noemen. Een lekker stukje kip trouwens ook niet.

Dat deze week bekend werd dat vanaf 2023 kippen in de Nederlandse supermarkten een iets beter leven zullen hebben gehad, is daarom heugelijk te noemen. Als laatste in de ren besloot supermarktketen Boni de zogenoemde plofkip uit het versschap te zullen halen, marktleider Albert Heijn en Lidl namen die stap in 2016. Over twee jaar is er dus nog alleen kip te koop met minimaal één ster volgens het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming. Die kip heeft een paar weken langer mogen leven dan de plofkip, heeft langzamer mogen groeien en is ook een beetje buiten geweest.

Aan het geleidelijke besluit van de supermarkten ging een negen jaar durende, geraffineerde naming and shaming-campagne vooraf van dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier. Met spotjes op de radio, reclames op tv en in tijdschriften, werd de consument verteld welke supermarkt zielige kippen verkocht. Daarbij maakte de organisatie handig gebruik van de even alomvattende als prikkelende term die culinair journalist Wouter Klootwijk jaren eerder muntte: de plofkip.

Lees ook een necrologie van de plofkip

Het is te vroeg om te concluderen dat de plofkipindustrie een kopje kleiner is gemaakt. In 2018 was nog 70 procent van de vleeskuikens die in Nederland wordt gehouden (ongeveer 250 miljoen op jaarbasis) een snelgroeiende kip. Met – wanneer zij niet naar het buitenland gaat als exportproduct – als bestemming na haar korte leven: de kipsalade voor de boterham, de nugget, de soep of het kattenvoer. Kipproducten in het vriesvak, vlees bestemd voor de export, groothandels, bedrijfskantines en restaurants hoeven geen keurmerk te bevatten. Wat betreft dierenleed is er dus nog winst te behalen.

De harde werkelijkheid is ook dat de Nederlander weliswaar niet iedere dag meer vlees eet, maar jaarlijks wel steeds méér: per persoon 77,8 kilo. Die stijging, berekende Wageningen University, zit hem voor het grootste deel in het eten van pluimveevlees (11 kilo per jaar). Waarvan ongeveer de helft verse kip, de helft dus die nuggets.

De plofkipvrije versschappen laten zien dat een cultuurverandering mogelijk is. Waaraan niet de politiek aan de basis lag, noch politiek beleid, maar een volhardende organisatie die consumenten aanzette tot een mentaliteitsverandering met een geslaagd frame over een minderwaardig product. Daarmee kon de markt weinig anders dan de klant te volgen. Ook op andere terreinen is die ontwikkeling te zien: onder druk van onder andere Greenpeace beschikt het grootste deel van de supermarktvis inmiddels over het keurmerk MSC of ASC voor duurzaam gevangen vis, en eerder committeerden supermarkten zich aan duurzaamheidseisen voor chocolade. Hoe imperfect keurmerken ook zijn, dat is vooruitgang.

De keus – de macht – is dus aan de consument. Hij blijkt in staat een deel van de plofkippen een diervriendelijker bestaan te geven. Die keuze om een product te boycotten is er bij kiloknallers, bij aardbeien die ingevlogen worden uit verre landen. Bij alles dat bij kan dragen aan een betere wereld en een beter klimaat.