Worden we deze winter overspoeld door andere virussen?

Infectieziekten Door de lockdown deze winter kregen ook andere virussen geen kans. Toen de maatregelen werden opgeheven, greep ineens het RS-virus zijn kans. Gaat dat met de griep ook gebeuren?

Intensive cares voor kinderen lagen deze zomer vol met patiënten die het RS-virus hadden opgelopen.
Intensive cares voor kinderen lagen deze zomer vol met patiënten die het RS-virus hadden opgelopen. Foto Olivier Middendorp

Stomverbaasd waren kinderartsen in juni over de uitzonderlijke uitbraak van het RS-virus onder kinderen – het is een wintervirus. De Nederlandse intensivecareafdelingen voor kinderen konden de piek eind juli ternauwernood aan. Dat wekt de vrees dat ook andere luchtwegvirussen, zoals griep, zich grillig zullen gaan gedragen na bijna twee jaar pandemie.

„In twintig jaar heb ik nog nooit een patiënt met RS-virus gezien in de zomer”, zegt Louis Bont, kinderarts en hoogleraar luchtweginfecties van het UMC Utrecht. „Een epidemie in de zomer was tot nu toe uitgesloten. En nu is deze zomerse piek van RS-virusbesmettingen in Nederland hoger dan de hoogste piek in de zes voorgaande winters.” Bont is gespecialiseerd in het RS-virus (respiratoir syncytieel virus), dat ernstige longontsteking kan veroorzaken, vooral bij heel jonge kinderen.

De RS-epidemie heeft voor enorme problemen gezorgd, zegt Bont. „Eind juli stond het water ons in Utrecht aan de lippen, we konden kinderen niet meer opnemen. Alle IC-afdelingen voor kinderen in Nederland waren vol. Voor de niet-IC-patiënten waren er nog wel plekken in Nederland, maar er waren te weinig ambulances die ze daar naartoe konden brengen. Soms zat een kinderarts de hele nacht op een eerstehulpbedje omdat een kind niet het ziekenhuis in kon en ook niet naar een ander ziekenhuis. Dan moet het op de eerstehulpafdeling blijven.”

Gelukkig zijn de landelijke problemen van de IC-capaciteit nu voorbij

Louis Bont hoogleraar luchtweginfecties

Bont: „Gelukkig zijn de landelijke problemen van de IC-capaciteit nu voorbij, en de hevige toestroom op de ziekenhuisafdelingen ook, behalve in Rotterdam en Groningen.”

De zorg voor de kinderen heeft er niet onder geleden, zegt Bont. „Iedereen die het nodig had, heeft op tijd zuurstof of een infuus of een IC-bed gekregen. Er zijn geen kinderen overleden. Maar het is niet mooi dat een kind op de eerste hulp moet blijven liggen.” In landen zonder IC’s sterven kinderen aan RS, in Nederland is dat erg zeldzaam.

Twee keer zoveel kinderen

De ongebruikelijke piek is waarschijnlijk ontstaan doordat het RS-virus tijdens de lockdown afgelopen winter niet kon rondgaan en mensen geen afweer hebben opgebouwd, en doordat nu die strenge maatregelen zijn opgeheven. „Die twee dingen samen hebben hiertoe geleid”, zegt Bont. „Je ziet RS nu ook in het Verenigd Koninkrijk opkomen.”

In een normale zomer zal het virus, dat wellicht meereist met een kind vanaf het zuidelijk halfrond, zich hier niet makkelijk kunnen verspreiden, omdat het niet op tijd een ander persoon treft die nog geen afweer heeft. Dan ontstaat er geen epidemie. Maar in deze zomer lukt dat wel, doordat er nu pakweg twee keer zo veel kinderen zijn die nog geen afweer hebben opgebouwd door de lockdown.

Het gaat niet alleen om de allerjongste kinderen, die door de pandemie nog geen RS-virus hebben gezien. „Je verliest immuniteit tegen het RS-virus na twee jaar, dus ook andere mensen zullen het makkelijker doorgeven. Zeker ook de tieners die ineens weer elkaar gingen zien.”

Opvallend is dat in deze zomerepidemie niet één, maar meerdere stammen van het RS-virus rondgaan. „Het begon in Rotterdam en daarna ging het door heel Nederland”, zegt Bont. „Dat wekt de suggestie dat een enkele stam het zaadje was voor deze epidemie. Maar er zijn A- en B-stammen te vinden, die zijn heel verschillend. Het wijst op meerdere introducties van het virus, net als normaal in de winter.”

Verstoorde evenwichten

De buitengewone RS-piek laat zien dat de normale virologische evenwichten zijn ontwricht door de pandemie. Want ook andere wintervirussen komen deze zomer vaker op. In de Nivel Peilstations, waar huisartsen steekproefsgewijs bekijken welke luchtwegvirussen hun patiënten met griepklachten hebben, komt nu het humaan metapneumovirus voor, een paar andere wintercoronavirussen, en het rhinovirus. „Normaal zie je in de zomer vooral het rhinovirus”, zegt Mariëtte Hooiveld, die als epidemioloog de surveillance van luchtwegvirussen bij het Nivel leidt.

Wat de verstoorde evenwichten betekenen voor het griepvirus aankomende winter is heel moeilijk te voorspellen, zegt Hooiveld. „Vorig jaar is er amper griep rondgegaan: mensen staken elkaar niet aan vanwege de coronamaatregelen, en de kwetsbaren waren gevaccineerd.”

Er zijn drie verschillende scenario’s mogelijk, schetst ze. Als er nog coronamaatregelen zijn, zal er nog steeds weinig griep circuleren. Het kan ook gaan zoals in afgelopen jaren, met een matig of een wat ernstiger griepseizoen. „Dat varieert van winter tot winter, afhankelijk van het type influenzavirus er rondgaat en van de mate waarin het griepvaccin van die winter beschermt”, zegt Hooiveld.

Foto Olivier Middendorp

Bonte verzameling

In een derde scenario gaan er, net als bij het RS-virus, veel meer verschillende typen influenzavirussen rond dan normaal gesproken. „Als een bepaald type influenzavirus, bijvoorbeeld een A-type, in Nederland rondgaat, zie je datzelfde type meestal ook in de omringende landen. Maar als er weinig verkeer is tussen landen kan het zijn dat het ene virustype in het ene land oppopt, en het andere in het andere land, en dat ieder land een bonte verzameling krijgt.” Dat kan een probleem worden voor de werking van het griepvaccin.

Het griepvaccin voor komende winter is nu al gemaakt. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO adviseert jaarlijks in februari wat de samenstelling van het vaccin voor de volgende winter op het noordelijk halfrond moet zijn. Ze kijken daarvoor naar welke virustypen een half jaar eerder rondgingen op het zuidelijk halfrond, toen het daar winter was. Het vaccin is gebaseerd op de vier belangrijkste virusvarianten. Het is altijd spannend of die voorspelling uitkomt – soms krijgt toch een ander type de overhand dan voorspeld. Het ene jaar beschermt het vaccin daardoor wat beter dan het andere.

Die informatie van het zuidelijk halfrond was er voor dit jaar nauwelijks, dankzij de pandemie. Het influenzavirus was wereldwijd in slechts 0,2 procent van de geteste monsters aanwezig, waar dat gemiddeld 17 procent was in de voorgaande drie jaren, constateert de WHO. Het is daardoor nog onzekerder of de samenstelling voor het huidige vaccin zal voldoen. Als er een virustype rondgaat dat niet zo goed past bij het vaccin, dan zullen er meer mensen ernstiger ziek worden.

Lees ook: Waar blijft de griep deze winter?

Overspoeld

De dynamiek van het griepvirus is wel anders dan die van het RS-virus, zegt Hooiveld. „De afweer tegen griep verdwijnt niet na twee jaar. Het grootste deel van de bevolking heeft met enige regelmaat weleens griep gehad, en heeft hierdoor voldoende afweer. En de meest kwetsbare mensen kunnen zich laten vaccineren.”

Bont houdt niettemin zijn hart vast voor de griep aankomende winter. „Virussen komen altijd opeenvolgend, ze wisselen elkaar af. Normaal komt de griepepidemie direct na het RS-virus. Als dat straks toch allemaal tegelijk komt, ergens tussen november en januari, dan zouden we op sommige plekken enorme epidemieën kunnen gaan zien, en raakt onze gezondheidszorg overspoeld.”

Dat scenario vrezen ook andere experts. Bont verwacht op de kinder-IC een piek van zowel kinderen met het RS-virus als kinderen met griep. „Dat zou een beroerde combinatie kunnen worden. Ik vind dat we in Nederland scherp aan de wind varen met de capaciteit op de kinder-IC. Die moet worden uitgebreid, net zoals ze is opgeschroefd voor de volwassenen-IC rond Covid-19. Dan kunnen we met iets meer rust de winter in.”

Lees ook: Als corona nog jaren bij ons blijft