Snelle berechting van Soedanese oud-president Al-Bashir is onzeker

Soedan De burgerregering van Soedan wil ex-president Al-Bashir snel overdragen aan het Internationaal Strafhof. Maar militairen kunnen nog dwarsliggen.

Oud-president Omar al-Bashir in een rechtszaal in Khartoem eind 2019. Hij werd veroordeeld tot 2 jaar cel vanwege witwassen.
Oud-president Omar al-Bashir in een rechtszaal in Khartoem eind 2019. Hij werd veroordeeld tot 2 jaar cel vanwege witwassen. Foto Morwan Ali/EPA

Het is zeer onzeker of Omar al-Bashir, ex-president van Soedan, op korte termijn wordt overgedragen aan het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag, hoewel een Soedanese minister daar deze week op zinspeelde. Dat bleek opnieuw donderdagmiddag toen Karim Ahmad Khan, de hoofdaanklager van het Internationale Strafhof, in de Soedanese hoofdstad Khartoem zei „geen datum” te kunnen noemen waarop Al-Bashir en twee andere verdachten die vastzitten worden overgedragen aan het Strafhof. Dat wil hen berechten wegens oorlogsmisdaden en genocide in de Soedanese regio Darfur.

Op een persconferentie in Khartoem, waarmee Khan een bezoek van een week aan Soedan afsloot, zei hij „te verwachten” dat de autoriteiten nu de kans te grijpen „om hun toezeggingen waar te maken volledig samen te werken” met het hof en het kantoor van de aanklager. „Laten we doorpakken en dit hoofdstuk na zeventien jaar afsluiten” om de slachtoffers gerechtigheid te bezorgen.

Zover is het dus nog niet. Na de volksopstand in 2019 is in Soedan een overgangsbewind ingesteld, waarbij de zogeheten Sovereignty Council het laatste woord heeft en besluiten van de burgerregering van premier Abdalla Hamdok kan herroepen. De militairen die in deze raad de overhand hebben, zijn fel tegen uitlevering naar Den Haag van hun voormalige baas – anders dan de regering van premier Hamdok.

Vredesoverleg

Het kabinet-Hamdok zei een jaar geleden voor het eerst bereid te zijn Al-Bashir over te dragen aan het Strafhof. Dat gebeurde bij het vredesoverleg met rebellengroepen in Darfur, waar Al-Bashir volgens de aanklacht van het Strafhof genocide liet plegen in de oorlog tussen 2002 tot 2008. Bij dat geweld tegen de zwarte bevolking door regeringsmilitairen en geallieerde milities, de zogeheten Janjaweed, vielen volgens VN-schattingen 300.000 doden en moesten 2,5 miljoen mensen vluchten.

Na het vredesakkoord is de burgercomponent van het bewind verder opgeschoven naar hechte samenwerking met het Strafhof. In mei kwam de vertrekkende ICC-aanklager Fatou Bensouda voor het eerst op bezoek in Khartoem - deze week werd ze gevolgd door haar opvolger Khan. Een week eerder nam het kabinet een wetsontwerp aan waardoor Soedan kan toetreden tot het Strafhof.

Minister Al-Mahdi sprak voor haar beurt toen ze zei dat Soedan Al-Bashir aan het Strafhof zou overdragen

Hoewel samenwerkend in het overgangsbewind, spreken de militairen en burgers vaak niet met één mond. Dat bleek woensdag weer, toen de Soedanese minister van Buitenlandse Zaken Mariam al-Mahdi liet weten dat Al-Bashir en twee andere ex-politici zouden worden overgedragen aan het Strafhof, waarmee ze duidelijk voor haar beurt sprak. Al-Bashir in Soedan verwikkeld in twee rechtszaken, wat gebruikt kan worden om eventuele overhandiging aan het Strafhof te traineren

Lees ook: Twintig jaar na het geweld wacht Darfur nog op gerechtigheid

Slepende kwestie

De kwestie-Darfur sleept al jaren bij het Strafhof. De VN-Veiligheidsraad verwees de zaak in 2005 door naar Den Haag. Daarna duurde het vier jaar voordat er een arrestatiebevel tegen Al-Bashir lag. In 2010 volgde een tweede arrestatiebevel: hierin werd hij ook voor genocide aangeklaagd. De vervolging van een belangrijke Afrikaanse president, nog wel voor genocide, leidde tot grote onvrede bij andere leiders op het continent, waar de gedachte overheerst dat staatshoofden immuniteit moeten genieten. Al-Bashir bezocht daarna probleemloos een aantal Afrikaanse lidstaten van het Strahof, waaronder Kenia en Zuid-Afrika, hoewel die hem als lidstaat eigenlijk hadden moeten arresteren.

Eventuele uitlevering van Al-Bashir zou prominente militairen die nu de scepter zwaaien in gevaar brengen. Een van Soedans machtigste mannen is generaal Mohamed Hamdan Daglo, alias Hemedti. Deze militieleider, die nu een hoofdrol speelt in het overgangsregime in Khartoem, behoort tot de giftige erfenis van Omar al-Bashir. Een andere is generaal Abdel Fattah al-Burhan, de president van Soedan. Ook hij nam deel aan de campagne in Darfur.

Evengoed is de huidige samenwerking tussen het Strafhof en Soedan, die Khan donderdag uitvoerig prees, bijzonder. Zij kan ook uitmonden in ‘hybride’ processen, waarin rechters uit Soedan samenwerken met die van het Strafhof, en die in Soedan of elders plaatsvinden. Hoofdaanklager Khan zei tijdens zijn installatie in juni zoveel mogelijk strafzaken in de betrokken staten zelf te willen afhandelen. „Den Haag zou de laatste instantie om op terug te vallen moeten zijn”, aldus Khan toen.

„Berechting door het Strafhof in Soedan zou een grote stap vooruit zijn, ik hoop dat het gebeurt”, zegt Thijs Bouwknegt, onderzoeker bij het NIOD, het instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. „Dat was het grote voordeel van het Sierra Leone-tribunaal in Freetown: journalisten konden op de fiets of met de taxi even naar het hof voor hun verhaal”, zegt hij vanuit de VS, waar hij scholar in residence is bij de Washington and Lee University in Virginia.

Berechting in Soedan zou veel geld kosten, vanwege de huisvestings- en beveilingskosten van de rechters en advocaten. „De VN kunnen uitkomst bieden”, vindt Bouwknegt. „Zij hebben de zaak naar het Strafhof verwezen, waardoor ze een speciale verantwoordelijkheid dragen. Khans voorganger Bensouda heeft steeds als ze bij de VN-Veiligheidsraad verslag uitbracht over ‘Darfur’ gepleit voor meer geld voor de zaak, zoals voor onderzoek.”

De meeste bewijzen voor de beschuldigingen tegen Al-Bashir en de anderen zijn lang geleden verzameld bij getuigen in de vluchtelingenkampen in buurland Tsjaad. Het bureau van de aanklager heeft een slechte reputatie opgebouwd over de kwaliteit van dit soort onderzoek, doordat ‘grote vissen’ zoals de Ivoriaanse ex-president Gbagbo en de Keniaanse president en vicepresident Uhuru Kenyatta en William Ruto op vrije voeten moesten worden gesteld omdat in de processen tegen hen er onvoldoende overtuigend bewijs was. Mede daarom heeft aanklager Khan de regering toegang gevraagd tot bewijsmateriaal. Ook wil hij een permanent bureau van zijn kantoor openen in Soedan, zei hij donderdag tijdens de persconferentie.

Vooral genocide is moeilijk te bewijzen, omdat daarbij duidelijk moet worden gemaakt dat de daders de intentie hadden een specifieke groep mensen uit te moorden.

Toch sluit Bouwknegt niet uit dat het Strafhof daarin slaagt. Hij baseert dat op documenten die het Strafhof gebruikte om aan te tonen dat er voldoende reden is om Ali Kushayb te berechten. De Janjaweed-leider staat terecht wegens dezelfde wandaden als Al-Bashir, al is hij niet aangeklaagd wegens genocide. „In zijn zaak zijn documenten aangevoerd uit 2003 met de opdracht tot etnische zuiveringen in Darfur, die ook naar Al-Bashir zijn gestuurd, als president de eindverantwoordelijke. Het is goed mogelijk dat dit de genocide-aanklacht voldoende onderbouwt.”

Lees ook deze reportage: In Soedan is alleen de kop van het monster afgehakt