Recensie

Recensie Boeken

Seks, en steeds weer de verkeerde keuze maken

Lisa Taddeo Hoeveel ellende kan een vrouw in de dertig meemaken? Heel veel, zo blijkt uit het onvervalste spektakelproza en de vreemde dialogen van Lisa Taddeo. Een parodie? Een symptoom van feministisch discours?

Nadat de Amerikaanse Lisa Taddeo (1980) met haar literair-journalistieke debuut Drie vrouwen (2019) tien jaar lang met engelengeduld het sensuele leven van drie vrouwen in alle nuances en gelaagdheid beschreven had, moet ze gedacht hebben: en nu ben ik er klaar mee. Ze gooide alle subtiliteit overboord en schreef de roman Beest.

Joan, tweede helft dertig, heeft een rotleven en vindt zichzelf ‘verdorven’. Haar ouders zijn gruwelijk om het leven gekomen in haar kindertijd, haar minnaars zijn vrijwel allemaal getrouwd of lapswans, een van hen schiet zichzelf in haar bijzijn door zijn hoofd. Ze is verkracht en gebruikt, ze is aan de drank en de pillen, ze verhuist naar een onherbergzaam oord in Los Angeles, waar ze haar menstruatieproducten na gebruik luchtdicht moet verpakken tegen de coyotes. Joan heeft twee eigenschappen: seks (als oplossing, als doekje voor het bloeden, als betaalmiddel, als angst, als behoefte) en altijd de verkeerde keuze maken.

In Los Angeles gaat ze op zoek naar een zekere Alice, die ze wel eens in een yogatijdschrift heeft zien staan, en maakt ze nog meer vreselijke dingen mee. Iedere man die naar haar kijkt heeft ‘verkrachting in zijn blik’, iedere vrouw is jonger en dus mooier dan Joan (‘ik was niet het soort vrouw van wie andere vrouwen houden’).

Drank, drugs en bloed

Wie is Alice? Wat is er in de jeugd van Joan gebeurd? Hoe kwamen haar ouders om het leven? Hoe is het afgelopen met haar stalker? Aan wie vertelt Joan haar verhaal eigenlijk? De antwoorden komen dikwijls naar boven in onvervalst spektakelproza, terwijl Joan verkracht wordt (al dan niet metaforisch), of bedreigd met een pistool, als er iemand een cartooneske woede-uitbarsting heeft of tijdens passages waarin er iemand gruwelijk over zijn nek gaat. Soms kom je iets te weten tijdens ellenlange, zwaar onrealistische dialogen, waarin de bordkartonnen personages zonder introductie het diepst van hun ziel en hun goorste verlangens blootgeven.

Wat Taddeo met het Beest probeert te doen is niet helder. Misschien is het een geheven vuist richting het patriarchaat, de seksualisering van alle vrouwelijkheid, een in your face- illustratie van hoe vrouwenhaat mensen (m/v/x) in theorie volledig verpesten kan. Het zou ook een literair experiment kunnen zijn: een personage scheppen wier kloteleven haar identiteit is, en dat leven dus ook de overtreffende trap van klote maken. Vergeet daarbij zaken als karakterontwikkeling (wie heeft er tijd voor een karakter als alles klote is?) en adempauzes (hallo, het leven is klote, hoe durf je erbij te gaan zitten?), voeg wel de maximale hoeveelheid drank, drugs, hitte, bloed en (onvrijwillige) seks toe.

Het kan ook zijn dat Taddeo oprecht een roman probeerde te schrijven waarbij de lezer op het puntje van haar stoel zit en van vraag naar cliffhanger tuimelt, onderwijl ontzet mopperend over het verval van de zeden. Wat het ook is, het werkt niet. Beest is eerder een poging dan een roman, eerder een symptoom van feministisch discours dan een artistiek product. Weg is de ambiguïteit waar juist de kunsten ruimte voor bieden, verdwenen zijn de vragen zonder antwoord. Alles is duidelijk, en het leven is rot.